Skip to content

Archief 2018

 

backmanFredrik Backman – Björnstad  € 22,50

In hoeverre bepaalt een sportvereniging de hoop en het verlangen van haar inwoners? Volledig, in Björnstad. De levens van alle inwoners van dit Zweedse stadje zijn op een of andere manier verbonden aan de ijshockeyclub. Vaders hebben er in hun jeugd gespeeld, winkeliers sponsoren de club zodat zij klandizie hebben, moeders brengen hun kinderen trouw naar de trainingen en vaders moedigen hun zonen vanaf de tribune aan. Het hoogst haalbare voor tieners is een plaats in het juniorenteam. Als je daar eenmaal voor wordt geselecteerd kun je doen en laten wat je wilt, zal men je gedrag uitsluitend nog beoordelen aan de hand van je prestaties op het ijs. Alles voor het team, alles voor de club. En toch zijn er ongeschreven wetten die niet overtreden mogen worden. Als Kevin, de beste speler van het juniorenteam, een misdaad begaat, valt de hechte gemeenschap uiteen.

Björnstad is geschreven vanuit verschillende perspectieven: asielzoeker Amat, wiens moeder een schamel gezinsinkomen verdient als schoonmaakster op de club; Benji, beste vriend van Kevin en de rots van het team, een stoere kerel die een groot geheim bij zich draagt; Peter, ooit profspeler en nu trainer, vader van Maya en Leo; Sune, de oude trainer die aan de kant geschoven moet worden. En Maya, vooral Maya.

Vriendschap is een belangrijk thema in het boek. Tegen welke spanningen is vriendschap bestand? Wat als je een calimerocomplex kunt overwinnen door een belangrijke zege te behalen en als dat door onvoorziene omstandigheden mislukt? Backman schildert op ingenieuze wijze de ogenschijnlijk kleine beslommeringen van mensen ten gevolge van het wel en wee rond een ijshockeyclub. Zelfs wanneer sport je op geen enkele wijze kan boeien, zal Björnstad je tot de laatste pagina boeien.

© Eus Wijnhoven, juli 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Bertram Wikkelhart schets 3.inddBertram Koeleman – Het wikkelhart € 19,99

Studievrienden Dom en Nick gaan op zomervakantie naar Saint-Honoré, Frankrijk. Zoals dat gaat bij jongens en meisjes van die leeftijd is het op de camping een dolle boel, met veel drank en weinig slaap. Nick geniet daar met volle teugen van, terwijl Dom wordt gehinderd bij zijn ambities: hij wil schrijven. Tijdens de vakantie wonen de twee jongens een bijzondere voorstelling bij op een afgelegen boerderij, een hallucinatie die invloed zal hebben op de rest van hun leven.

Inderdaad breekt Dom spoedig door met zijn werk: een verhaal van zijn hand verschijnt in een literair tijdschrift. Nick feliciteert hem uitbundig en vraagt of Dom ook eens een verhaal van hem wil lezen. Tot Doms verbijstering blijkt dat verhaal gebaseerd op de bizarre voorstelling in de buurt van Saint-Honoré.

Dom trouwt met Lily, een vriendin van Nick. Dom verdient zijn geld als boekverkoper en probeert een roman te schrijven. In tegenstelling tot Nick, die al snel de reputatie van bestsellerauteur bereikt, lukt het Dom niet meer dan enkele pagina’s te produceren. Telkens weer beschrijft hij in de kern dezelfde situatie om daarna voor zich uit te kniezen en zich te verliezen in drank. Dat wordt zelfs de opgeruimde Lily teveel en na een ruzie besluit Dom het gezin ‘voor even’ te verlaten. Hij vindt onderdak in het grachtenpand van Nick, die naar Parijs vertrekt, waar een van zijn boeken verfilmd zal worden. Zonder Nick in te lichten, reist Dom hem achterna. In Parijs wordt hij geconfronteerd met de harde waarheid: Nick heeft het gebeuren op de boerderij tot verhaal verwerkt, waarbij hij een van de twee vrienden als schlemiel omschrijft. Met dat meelijwekkende personage wordt Dom verbeeld. Dan volgt een harde confrontatie tussen de twee gewezen vrienden.

Met name op basis van de flaptekst zijn mijn verwachtingen op de proef gesteld bij dit boek. Het ‘schokkend incident’ heb ik niet kunnen ontdekken en de uitgeverij trekt Koeleman een grote broek aan als men zijn werk vergelijkt met dat van Paul Auster, een van mijn favoriete auteurs. Via een leesclub kwamen er echter inzichten naar boven waardoor de vergelijking met Auster door de uitgeverij misschien niet eens zo gek is. Sterker nog: bestudeer na lezing de naam van de protagonist, Domenic. Wellicht gaat er dan ook bij u een lampje branden.

© Eus Wijnhoven, juni 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Opmaak 1Jaan Kross – Tussen drie plagen € 39,90

Tallin – voor de Estse onafhankelijkheid Reval genaamd – begin zestiende eeuw. De inwoners van de stad zijn onderverdeeld in drie klassen: ridders en edellieden, koopmannen, en het grauw. Met de laatste wordt het gepeupel bedoeld, boeren, eenvoudige handwerkslieden, ambachtslui. Daarnaast is er de scheiding tussen Duitsers en niet-Duitsers. De eersten staan bovenaan de ladder van de maatschappij.
Balthasar Russow is een jongen van het grauw. Hij groeit op in Kalamaja, een volkse wijk buiten de stadsmuren, ten westen van Tallin en direct aan de Finse Golf gelegen. Balthasar gaat zoals veel kinderen in die jaren naar de lagere school (later zullen de kinderen uit die klasse nauwelijks nog kansen tot scholing krijgen). Al snel onderscheidt hij zich van zijn klasgenoten door zijn leergierigheid en vernuft. En dat voor een jongen uit het grauw… Op zeker moment krijgt hij van twee weldoeners de mogelijkheid in Duitsland verder te studeren: handelaar Kemmelpenning wil zijn theologiestudie financieren, en dokter Friesner zou hem graag medicijnen laten studeren. Balthasars keuze wordt min of meer door het lot bepaald: als hij een verhouding met Catharina Friesner krijgt, besluit hij daaraan te ontsnappen door theologie te kiezen.

Eenmaal terug uit Duitsland wordt hij aangesteld in een van de kerspels (protestante gemeenten) van Tallin. De godvrezende jongeman die de zuivere leer van Luthers naaste medewerker Melanchthon predikt, stijgt in aanzien, al hebben bepaalde kringen moeite met die omhooggevallen jongen uit het grauw, die jongeman waaraan ‘die naar varkensstront zal ruiken’. Ogenschijnlijk ligt Russow daar niet wakker van. Zijn aandacht, en die van zijn stadgenoten, wordt in die decennia gegijzeld door oorlogen en uitbraken van de pest. Onderwijl maakt hij carrière en wordt aangesteld als voorganger van de Heilige Geestkerk, een gemeente die vooral uit niet-Duitsers bestaat. Russow gedraagt zich voor en na die aanstelling als een bronstige stier (met de huidige mores zou hij een voorvader van Harvey Weinstein kunnen zijn: zijn positie biedt hem legio mogelijkheden). Hij trouwt ‘gunstig’.  Zijn echtgenote(s) veronachtzaamt hij echter. Als zij een luisterend oor zoeken en vinden bij derden, vermoedt Russow overspel, waarop hij hen onbewust de dood injaagt. In die woelige tijden vindt hij rust in het schrijven van een kroniek van Estland. Balthasar beseft dat hij in een interessante tijd leeft, waarin Estland speelbal is van het Zweedse rijk, van de verderfelijke (want paapse) Polen en van de barbaarse Moskovieten. Keer op keer wordt het land door vreemde mogendheden binnengevallen. Daarbij breekt ook nog eens met grote regelmaat de pest uit in de stad.

De kroniek van Russow blijkt een bestseller. Hij strijkt daarmee echter velen tegen de haren in. Zo roemt hij de boeren en het grauw, terwijl de ridders en adel er bekaaid vanaf komen. Ook veroordeelt hij de Moskovieten onvoldoende naar de zin van de edellieden van de stad. Maar als het politieke klimaat hem gunstig gezind is, stijgt zijn roem tot grote hoogte. De jaren van armoede zijn weldra voorbij. Toch blijft hij voor zijn gemeente de voorganger die zo oprecht preken kan, die het volk begrijpt. Armoede of rijkdom doet daar niets aan af.
Nadat zijn oude studievriend Bade hem na meer dan dertig jaar in Tallin komt opzoeken en hem vraagt waarom Balthasar dertig jaar is blijven hangen in deze stad, gaat Russow bij zichzelf te rade. Dan komt hij tot het inzicht dat het niet omwille van zijn gezin is geweest. Wat was het dan wel? ‘Wat zou ik voor hoop op een antwoord koesteren, als Prediker heeft gezegd: “Ik bekeek al het gedoe onder de zon. En het bleek allemaal ijdel en grijpen naar wind!”’ Dan beseft hij dat dit precies is wat hij zijn hele leven heeft gedaan.

Tussen drie plagen is een boeiende historische roman. Wat die drie plagen precies zijn? Oorlog en de pest, zoveel is zeker. Maar de derde? IJdelheid? Zij die de Bijbel kennen, zullen dit boek nog meer waarderen dan anderen, want kunnen tussen de regels door de bedoelingen van de predikanten nog beter duiden. Wat een meesterwerk is dit!

© Eus Wijnhoven, juni 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

stofomslag Glorie.inddPatricia Jozef – Glorie € 19,99

Marcel Jacobs besluit na zijn studie het even rustig aan te doen. Het zal niet lang duren voor zich een ideale baan zal aandienen. Bovendien verdient zijn vrouw Emmy genoeg om hem en dochter Mette te onderhouden. Dat van die ideale baan valt echter tegen en Marcel raakt er in enigerlei mate depressief van. Zelfs loopt hij enige tijd bij een psychiater. Die kan hem met al zijn psychologische dooddoeners echter niet raken. Dan besluit Marcel het over een andere boeg te gooien: als hij een vacature voor een interessante baan ziet, besluit hij een cv bij elkaar te verzinnen. Wonder boven wonder slaat hij zich ferm door de muur van argwaan die men in eerste instantie jegens hem en zijn verhaal koestert, maar uiteindelijk krijgt Marcel de baan: eventmanager van de prestigieuze Tienersacademie in Antwerpen.

Zeer bevlogen gaat Marcel aan de slag en hij weet de kunstacademie nieuw leven in te blazen. In het kader van teambuilding organiseert hij een Breughelbanket, wat de verloren gegane saamhorigheid onder docenten en directie van het instituut weer doet ontluiken. Daarnaast organiseert hij een congres in Berlijn getiteld The artist as a researcher. Dat beantwoordt uitstekend aan de wens van directeur Herman Bubber om de academie een meer academische uitstraling te geven. Het meest geniet Marcel nog van de hoorcolleges die hij aan studenten geeft, waarin filosofische gedachten en discussies het uitgangspunt vormen. Zijn succesvolle ingrepen komen Marcel echter duur te staan.

De succesvolle kunstenaar Bodine Bourceaud’hui besluit op het laatste moment in te gaan op de uitnodiging van de Tienersacademie voor het congres in Berlijn. Sinds zij zwanger werd van zoon Abel heeft zij haar atelier nauwelijks meer van binnen gezien. Dat duurt inmiddels zo’n twintig maanden voort. Misschien kan het congres haar weer het heilige vuur verschaffen. Ondanks dat zij zich schuldig voelt om man en kind in te steek te laten, reist zij in haar oude Ford af naar Berlijn. Daar ontmoet zij onder andere enkele mensen van de Tienersacademie.

Een vulkaanuitbarsting op IJsland resulteert erin dat er voorlopig niet in het noordwestelijk deel van Europa kan worden gevlogen. De drie mensen van de Tienersacademie, Herman, Sarma en Jerome, zitten met de handen in het haar: ze moeten terug naar België. Geen haar op haar hoofd die overweegt de drie in haar Ford uit te nodigen, totdat Bodine de naam Marcel Jacobs hoort vallen. Gevieren aanvaarden zij de terugreis. Bodine wil weten waarom Marcel is ontslagen. Zij bijt zich erin vast de waarheid te achterhalen. Deze pelt zich langzaam maar zeker af als bij een ui. Maar waarom is Bodine daar zo in geïnteresseerd?

Patricia Jozef studeerde schilderkunst en filosofie. Glorie is haar debuutroman die de shorlist haalde van zowel de Hebban Debuutprijs als de ANV Debutantenprijs (winnaar van de laatste wordt op 3 juli 2018 in Dordrecht bekend gemaakt).

© Eus Wijnhoven, juni 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

sindelkaMarek Šindelka – Materiaalmoeheid  €19,99

In 2016 heb ik Marek geïnterviewd voor de lezerscommunity Hebban. We bespraken toen zijn roman/verhalenbundel Anna in kaart gebracht. Deze roman, of volgens sommigen verhalenbundel, is zeer fragmentarisch opgebouwd. Toen al vertelde hij me dat Materiaalmoeheid een veel traditioneler opzet had, mede vanwege het thema: de uitzichtloze situatie van vluchtelingen uit het Midden-Oosten in Europa. “Dat verhaal is te heftig om fragmentarisch op te bouwen. De erbarmelijke toestanden van de hoofdpersonen vragen al genoeg van de lezer. Een ingewikkelde compositie zou te veel van de lezer vergen.” Een waarheid als een koe.

Materiaalmoeheid is het verhaal van twee tienerbroers. De roman wisselt af tussen de een en de ander. Op weg naar ‘een stad in het noorden’ – de naam van de stad wordt nergens prijsgegeven – verliezen de twee elkaar uit het oog. De oudste van de twee, Amir, wordt door mensensmokkelaars meegenomen, terwijl zijn jongere broertje (naamloos) achterblijft. Waar zij zich bevinden blijft onduidelijk. In tegenstelling tot Amir is de jongste van de twee volstrekt alleen, ontmoet hij geen mensen, behalve de keer dat de politie hem op de hielen zit. Hij zwerft door een bevroren streek. De behoefte aan eten en vooral aan water heeft Šindelka knap weten te tonen, zo erg zelfs dat je dorst krijgt bij bepaalde passages. Maar vooral de uitzichtloosheid, het onmenselijke beleid waardoor de jongens tot wanhoop worden gedreven, maakt Materiaalmoeheid tot een inktzwarte roman.

Op 3 juni interviewde vertaler Edgar de Bruin Šindelka bij de Haagse Kunstkring. Daar liet Marek zich ontvallen dat hij bewust niet het land had genoemd waar het verhaal zich afspeelt. “In de Tsjechische Republiek ben je beter af als gevangene dan als vluchteling.” Dat geldt voor meerdere zogenaamde transitlanden. Het boek zou bij voorbaat zijn neergesabeld door de Tsjechische pers als hij het daar zou situeren. Ondanks dat heeft de publicatie van het boek geresulteerd in een lawine van hatemail. Ook de afkomst van de broers laat Šindelka in het midden. “Als ik in de eerste zinnen had gemeld dat het jongens van Arabische origine betreft, zouden mensen niet verder lezen.”

Materiaalmoeheid is een roman met een boodschap. Besef jij wat die miljoenen vluchtelingen vaak doorstaan? Hoe zij in veel Europese landen worden behandeld? Daarnaast is Materiaalmoeheid ook een roman over de band tussen twee broers, jongens die niets meer hebben dan elkaar, en elkaar door het lot uit het oog verliezen. De prachtige vertaling van Edgar de Bruin maakt Materiaalmoeheid compleet: dit boek moet u kopen!

© Eus Wijnhoven, juni 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

akenJan van Aken – De ommegang € 24,50

1415. Isidorus van Rillington zit opgesloten in een donkere keldergevangenis in Konstanz. Af en toe hoort hij geluiden in zijn kerker en hij vermoedt dat er een medegevangene is. Het komt hem goed uit dat deze niet spreekt, zodat hij ononderbroken zijn levensverhaal kan vertellen, hoe hij als vondeling opgroeide in een abdij in Rillington, North Yorkshire. Al op jonge leeftijd neemt hij zich voor tot een van de machtigste mannen van Europa te willen uitgroeien, maar daarvoor zal hij allereerst een hoop kennis moeten vergaren. Wellicht kan hij zelfs ooit Paus worden.

De ommegang speelt zich af van 1373 tot 1415. Na studies schone kunsten en medicijnen vertrekt Isidorus naar Parijs waar hij architectuur studeert. Zijn fotografisch geheugen helpt hem daar enorm bij. Alle belangrijke boeken uit die tijd kan hij moeiteloos citeren. Om zijn ambitie als groot architect te realiseren, reist hij af naar steeds verder streken. Hij belandt gedurende roerige tijden in het huidige Turkije, verneemt over een reis van ene Marco Polo en besluit in diens voetsporen te treden. Hij beleeft bizarre avonturen. Uiteindelijk strandt hij in China, waar zijn reis abrupt door de zee wordt afgebroken. Een zeevaarder is hij namelijk allerminst. Met de kennis die hij inmiddels heeft opgedaan, aanvaart Isidorus de terugreis naar Europa. Hij vestigt zich als arts in Konstanz waar een belangrijk concilie zal worden gehouden en één van twee rivaliserende Pausen zal worden gekozen tot hoofd van de katholieke kerk. In Konstanz belooft hij de kathedraal uit te bouwen tot de mooiste van Europa. Zijn geld verdient hij ondertussen met de behandeling van, voornamelijk, prostituees.

Jan van Aken heeft met De ommegang een kloeke roman geschreven. Het is verbluffend hoe hij daadwerkelijke historische personen en gebeurtenissen aan elkaar weet te rijgen. Als enige minpunt: Isidorus is wel een erg egoïstische branieschopper. In zijn ongebreidelde hang naar macht gaat hij letterlijk over lijken. Aan alles komt echter een eind, en zo ontdekken we in de laatste pagina’s waarom Isidorus in de kerker is beland en is de cirkel rond.

© Eus Wijnhoven, juni 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

randAyn Rand – De eeuwige bron € 22,99

Ayn Rand, in 1905 te Sint-Petersburg geboren als Alissa Zinovievna Rosenbaum, was een joods-Russische die als tienermeisje al begon met schrijven. Op de vlucht voor de bolsjewieken belandt zij in 1926 bij familie in de VS. In eerste instantie schreef zij vooral filmscripts. Ze brak echter door met Anthem, in 1943. Wereldwijd werden er miljoenen van verkocht. In 1957 verscheen Atlas shrugged dat in de VS insloeg als een bom. Ook als grondlegger van het objectivisme verwierf zij blijvende faam met haar theorie getiteld The virtue of selfishness waarin egoïsme en hebzucht worden bewierookt.

Atlas shrugged is het verhaal van de (fictieve) collectivisering van Amerika. Als kapstok om het verhaal aan op te hangen, heeft Rand de Taggart Transcontinental Railroad gecreëerd. Dagny Taggart en haar broer Jim leiden de succesvolle spoorwegmaatschappij die hun grootvader heeft opgericht. De twee blijken een geheel verschillende visie te hebben op het runnen van het bedrijf. Dagny is de ondernemer pur sang, terwijl Jim zijn oren naar de overheid laat hangen zonder enig initiatief te tonen. Die overheid bedenkt in tijden van toenemende armoede steeds rigoureuzer richtlijnen voor de industriëlen. Via fakenews manipuleert zij de berichtgeving waarin zij de schuld van de situatie in het land in de schoenen van de producenten schuift. Ondertussen worden de grootindustriëlen aan banden gelegd, waarna velen de handdoek in de ring gooien en hun bedrijf – vaak na dat te hebben vernietigd – in arren moede verlaten. Veel van Dagny’s vrienden zijn daarna plots van de aardbodem verdwenen. Ook Taggart Transcontinental kan nauwelijks het hoofd boven water houden. Toch praat Jim de overheidsmaatregelen keer op keer goed. De producenten – symbool voor de Atlas-figuur die de wereld op zijn schouders draagt – dienen zich op te offeren ten behoeve van de verschoppelingen (ofwel parasieten en plunderaars). Uit onmacht tekenen zij de decreten van de overheid, en daarmee hun doodvonnis.
Als Dagny haar laatste hoop heeft gevestigd op een jonge ingenieur, mist zij op het laatste moment een afspraak met de man. Zij ‘kaapt’ een vliegtuigje en achtervolgt het toestel waarin de wetenschapper zojuist is opgestegen. Per toeval belandt zij in een geïsoleerde maatschappij verscholen in de bergen. Daar ontmoet zij John Galt, unieke uitvinder, ondernemer en – volgens Dagny – de meest fantastische man/mens die zij ooit is tegengekomen.

In feite is Atlas shrugged een essay verpakt in een verhaal. Dat essay – het hoofdstuk This is John Galt speaking – geeft gortdroog de filosofische boodschap van Rand weer. Je kunt dat hoofdstuk gevoeglijk overslaan. Haar visie is je in de voorgaande 1000 pagina’s al duidelijk geworden.

Atlas shrugged wordt nog steeds door hele volksstammen in de VS gelezen. Rand’s filosofie, tegen iedere vorm van collectivisme, wordt ook nu door veel Amerikanen aangehangen. Het boek is een great American novel, waarin Rand uiterst scherp karakters schetst, al is dat soms overdone.
© Eus Wijnhoven, mei 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

veelenArjen van Veelen – Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken €19,99

De protagonist reist onder het mom van een zoektocht naar het graf van Alexander de Grote naar Alexandrië, Egypte. De ware reden van deze reis is echter een hele andere. In zijn studententijd heeft hij met zijn vriend Tomas afgesproken elkaar in Alexandrië te ontmoeten voor de bibliotheek aldaar. Helaas is Tomas overleden. Om toch iets van de belofte in te lossen, besluit de ik-figuur het nagelaten werk van Tomas achter te laten in de bibliotheek van Alexandrië. Deze zou ten slotte van alle gepubliceerde boeken een exemplaar bevatten. De zoektocht naar Alexander de Grote is vooral gebruikt als kapstok om het verhaal van een vriendschap aan op te hangen, al vertonen zowel Alexander als Tomas dezelfde karaktertrekjes: zij zijn continu bezig met hoe zij overkomen op anderen.

De ik-figuur gaat als zeventienjarige literatuurwetenschappen studeren in Leiden. Daar ontmoet hij de Vlaamse Tomas, een flamboyante egotripper. De protagonist kijkt op tegen Tomas, een student die geen enkel college volgt maar liever aantekeningen van anderen overschrijft. Colleges leiden hem maar af van datgene waar het werkelijk om gaat in het leven: poëzie schrijven. Via zijn boeken wil hij zich vereeuwigen. En laat die Tomas nu juist de ik-figuur hebben uitverkoren, de introverte jongen die het liefst in zijn eentje op zijn kamertje zit. De ijverige student lift mee op de uitspattingen van Tomas. Hij kijkt op tegen die levensgenieter en bewondert hem om diens volstrekte onafhankelijkheid. Helemaal zonder ergernis was hun vriendschap overigens niet. Af en toe stoorde de ik-figuur zich aan zijn vriend: “Ik stoorde me aan zijn opsommingen. … de auto leek opeens weer veranderd in een collegezaal.” Tijdens het bezoek aan Alexandrië duiken allerlei herinneringen op aan deze wonderbaarlijke vriendschap. Vaak gebeurt dat aan de hand van mooie metaforen: “Mijn geest ging in die dagen liggen als een vermoeide mot.”
Tomas heeft het karakter van zijn schuchtere vriend echter niet kunnen veranderen. Zo constateert deze in de ontbijtzaal van zijn hotel: “Het lucht me op dat het zaaltje verder helemaal leeg is. Ik houd er niet van te ontbijten temidden van vreemden, als je gezicht nog niet klaar is voor de voorstelling van de dag …”

Met Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken heeft Van Veelen een vriendschap willen beschrijven zoals hij had gewenst dat die vriendschap daadwerkelijk was (aldus Van Veelen tijdens een interview door Marcel Möring). Daarbij wilde hij zijn vriend Thomas Blondeau mythologiseren. Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken is een boek dat een grote schare lezers zal bekoren.
© Eus Wijnhoven, mei 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

gerristenEsther Gerritsen – De trooster € 19,99

Sinds vijf jaar is Jacob in het klooster getreden. Hij functioneert daar als conciërge, waarbij hij af en toe taken van een koster vervult. Jacob is gehandicapt: de linkerkant van zijn gezicht is mismaakt, de rechterkant van zijn gezicht is als van een fotomodel. Gedurende zijn hele leven is hij gepest en in het klooster vindt hij eindelijk een maatschappij die hem accepteert zoals hij is. Ooit is Jacob getrouwd geweest, met Elise. Enige emotie bij lichamelijke omgang heeft hij nooit ervaren. In het klooster komt hij dan ook ‘thuis’.

Jacob heeft innerlijke rust bereikt, tot het moment dat Henry Holman zich aandient in een van de gastenverblijven van het klooster. Henry, staatssecretaris van financiën, heeft het een en ander op zijn kerfstok. Tevergeefs probeert Jacob de man te ontlopen. Holman zoekt juist Jacob op, omdat deze degene is die hem niet als de broeders naar de mond praat, maar afstoot. Langzaam ontstaat een band tussen de twee, waarbij Jacob zich voor het eerst in zijn leven gezien voelt. Idolaat is de verschoppeling op zeker moment van Henry Holman. Hij bruist ineens van energie. Jacob duidt Holman de Bijbel, Henry acteert als een discipel, als een zoon. Er ontstaat een innige vriendschap tussen beide mannen, die wordt onderbroken door Annelie, een andere gaste die in een van de verblijven een retraite houdt. Dan pleegt Henry een gruwelijke daad. Mag Jacob dat aan de grote klok hangen?

Ten slotte wordt Jacob ‘gered’ door de abt van het klooster. Deze voert de dronken conciërge mee, weg van het heidense Paasvuur dat Jacob heeft bezocht en waar hij sinds tijden een moment van intens geluk beleeft. En Henry? Zoals gewoonlijk ontspringt hij de dans, als een VVD-er in een verantwoordelijke functie. Hij weet zijn schuld(gevoel) over te dragen op Jacob, de man die niets heeft misdaan, maar daarna gebukt gaat onder wroeging.

De trooster is een heel ander boek dan Gerritsens voorgaande. Haar terugkeer naar ‘het’ geloof weerspiegelt zij in dit boek over normen en waarden. Belerend is het geenszins. Een (h)eerlijke aanrader!

© Eus Wijnhoven, mei 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Houtrot omslag (Page 1)Rinske Hillen – Houtrot  € 19,99

Al vele generaties is Keizersgracht 268 in bezit van de familie Wenksterman. Bram Wenksterman, natuurfilosoof en escape artist door middel van zijn wandelingen in de natuur, wordt met de werkelijkheid geconfronteerd: palenpest. De fundering van het pand dient hoognodig aangepakt te worden voor de weerbarstige aarde het zal verzwelgen. Buurman Kussendrager zet ’m het mes op de keel: dit probleem dient aangepakt te worden, anders gaan beide panden ten onder.
Bram heeft meer aan zijn hoofd. Dochter Amber is onverwacht teruggekeerd uit Cambridge, terwijl hij inmiddels een relatie is aangegaan met Ella, nicht van Veerle; Veerle, zijn vrouw die is weggestopt in Huize Hoe het Groeide. Instabiel, psychiatrie, dat soort dingen. Weggestopt of voor haar eigen bestwil? Dat blijft de vraag. Na de dood van Thomas, het mannelijke deel van hun tweeling, heeft hij Veerle zien veranderen van een mooie enthousiaste vrouw in een mens dat haar bed niet meer wilde uitkomen. Mag hij, op zijn vijfenvijftigste, dan eens voor zijn eigen geluk kiezen? Daar denkt dochter Amber anders over…
Alle problemen stapelen zich op. Geld om het pand te restaureren, het huis met de tuin waarin zijn voorouders begraven liggen, heeft hij niet. Een half miljoen is nodig, minimaal. De vader van Veerle kan dat makkelijk missen. Deze stelt hem echter een voorwaarde. Bram dient Amber ‘het’ geheim prijs te geven. En dan, de dag voor zijn verjaarsfeestje, komt alles tezamen en stelt hij uit wat hij zijn dochter nu eindelijk eens moet vertellen.
Hillen schetst dilemma’s waar je je al dan niet bewust een oordeel over vormt. Mag je een relatie met een ander beginnen als je partner in een inrichting verblijft? In hoeverre mag je voor jouw eigen geluk kiezen? Moet je jouw naasten in alle gevallen op de hoogte brengen van ingrijpende gebeurtenissen of kun je hen daar beter tegen beschermen? Hoe ga je als kind om met een ouder die diens partner met een ander bedriegt? Dat doet ze op vernuftige wijze.
In Houtrot is de aanloop naar het ware verhaal vrij traag. Na circa zeventig pagina’s heeft Hillen je echter zo te pakken, dat je niet meer kunt stoppen met lezen. De wijze waarop zij de spanning opbouwt is uiterst geraffineerd. De aanbeveling van Thomas Rosenboom op het omslag is geheel terecht: ‘… vol schijnbaar achteloze maar steeds treffende beeldspraken.’ Niets is minder waar. Lezen, dit prachtige debuut!

© Eus Wijnhoven, mei 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

frenkelFrançoise Frenkel – Niets om het hoofd op neer te leggen € 19,99

Niets om het hoofd op neer te leggen verscheen in 1945 en werd in 2015 herontdekt. Het is het waargebeurde verhaal van een Joodse vrouw, die is geboren in Polen en heeft gestudeerd in Frankrijk. Zij begint in de jaren 20 van de vorige eeuw een Franse boekhandel in Berlijn. Na een moeilijke start, de Eerste Wereldoorlog was nog maar net achter de rug, verwerft zij een trouwe klantenkring. In de jaren 30 wordt het haar steeds lastiger gemaakt met het opkomende nazisme. Steeds meer maatregelen beperken haar werkzaamheden, totdat het in 1939 helemaal onmogelijk wordt de boekhandel voort te zetten.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vlucht ze naar Parijs en vervolgens via Avignon en Vichy naar Nice. Ze krijgt steeds hulp van vrienden, maar ook van onbekende hulpverleners. In Nice moet ze onderduiken en als het te heet onder haar voeten wordt, moet ze weer naar een ander onderduikadres. Ze kan via vrienden in Zwitserland een verblijfsvergunning bemachtigen, maar kan Frankrijk niet via een legale weg verlaten. Ze onderneemt een aantal vluchtpogingen, maar wordt twee keer opgepakt bij de grens. De derde keer lukt het haar wel. In Zwitserland schrijft zij nog tijdens de oorlog haar verhaal op en wordt het uitgegeven.

Niets om het hoofd op neer te leggen is een indrukwekkend boek. Het maakt invoelbaar wat het betekent om op de vlucht te zijn. Steeds weer alles en iedereen achterlaten en door naar het volgende onderduikadres. Het laat zien dat er veel mensen bereid zijn hun leven te riskeren om een ander te helpen. Niets om het hoofd op neer te leggen is een redelijk nuchter verslag van een dramatische periode van haar leven.

© Eus Wijnhoven, april 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

 

 

driessenMartin Michael Driessen – De pelikaan € 19,99

Josip Tudjman is conducteur en machinist van de honderd jaar oude kabelspoorbaan in een havenstadje in het Kroatische deel van Joegoslavië. Iedere dag tuft hij, bij gebrek aan passagiers, één keer naar de top van de berg waar hij zijn lunchpauze aan de voet van een heldenmonument doorbrengt. Josip heeft een ongelukkig huwelijk met Ljubica. Samen hebben zij een geestelijk gehandicapte dochter, Katarina. Sinds kort heeft Josip een affaire met Jana uit Zagreb, een dame waarbij hij ware liefde ervaart.Andrej Rubinić is postbode en amateurfotograaf. De vrijgezel heeft voornamelijk ‘contact’ met de buitenwereld door brieven open te stomen en te lezen wat de mensen zoal uitspoken. Daarbij drukt hij nogal eens geld achterover dat argeloze mensen naar hun geliefden sturen. Als hij een brief onder nummer ontwaart, weet hij dat er sprake moet zijn van een contactadvertentie. Het blijkt een brief voor Tudjman te zijn, nota bene een getrouwde man! Daarop besluit Andrej Tudjmans gangen na te gaan. Hij slaagt er in het verliefde stel in scabreuze posities te fotograferen. Vervolgens gaat hij Josip anoniem afpersen.

Als Andrej op een zaterdagmiddag wordt aangereden, vlak voor het terras waar Josip en diens vrienden een biertje drinken, redden Josip en zijn zwager Mario het leven van de postbode. Terwijl deze in het ziekenhuis herstellende is, nemen Josip en zijn vrienden de taken van de postbode waar. Dan ontdekt Josip aan de hand van nooit bestelde post de diefstal die Andrej regelmatig pleegt. Aangezien hij nauwelijks meer kan voldoen aan de eisen van zijn afperser, besluit Josip de postbode te gaan chanteren met de verworven kennis, hoezeer hem dat ook tegen de borst stuit.
Tegen wil en dank raken de beide mannen bevriend. Beiden denken door een derde te worden afgeperst. Zo stippelt Josip een plan uit om de chanteur te kunnen ontmaskeren, maar hij blijkt de verkeerde te pakken te hebben. Maandenlang gaat de afpersing door, waarbij de een evenveel van de ander verlangt als de som die hij zelf dient te betalen. En juist als deze hilarische situatie bijna onontkoombaar voor allen duidelijk zal worden, breekt de Balkanoorlog uit.
De pelikaan is een heerlijk boek, geschreven tegen de achtergrond van een voormalig Joegoslavisch havenstadje. De sfeer die Driessen schetst plaatst de lezer tussen de mensen aldaar, met al hun eenvoudige verlangens en tekortkomingen.

© Eus Wijnhoven, april 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

© Eus Wijnhoven, april 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

rosalesGuillermo Rosales – Het huis van de drenkelingen € 19,99

Schrijver William Figueras weet een uitreisvisum uit Cuba te bemachtigen en vertrekt naar Miami waar een deel van zijn familie zich al bevindt. Binnen de kortste tijd heeft hij bijna iedereen van zich vervreemd vanwege zijn vreemde gedrag en onverwachte woede-uitbarstingen. Een tante ontfermt zich over hem, maar na drie maanden beseft ook zij dat de situatie onhoudbaar is. Daarop brengt zij hem onder in een opvanghuis voor psychiatrische gevallen. Vierentwintig personen zijn daar ondergebracht in deerniswekkende omstandigheden. In de VS heerst ten slotte de vrije markt. Wie maar wil kan zo’n tehuis beginnen, de uitkering opstrijken van de bewoners en hen een maandbedrag uitbetalen dat hem goeddunkt, ofwel zichzelf ten koste van deze treurige gevallen verrijken.

In het opvanghuis strijden de bewoners tegen de beheerder(s), maar vooral ook onderling. Mishandeling is aan de orde van de dag. En als jij zelf geslagen wordt, is het best prettig een zwakkere bewoner eens een flinke aframmeling te geven. Het dunne laagje beschaving waaraan wij ons laven en dankzij welke we als maatschappij kunnen functioneren, is in het tehuis op slag verdwenen. Vrouwen worden misbruikt, mannen bestelen elkaar. Mensonterend en schokkend is het leven dat Rosales beschrijft, een verhaal dat grotendeels autobiografisch is. Daarin spaart hij zichzelf allerminst.

Het huis van de drenkelingen is een veilig boek: je wordt deelgenoot van de rauwe wereld waarin mensen met psychische problemen zich proberen te handhaven zonder dat je vanuit je leunstoel daarbij zelf gevaar loopt. Rosales stelt je in staat een korte periode onderdeel te zijn van zo’n milieu dat we tegenwoordig in iedere middelgrote plaats wel kunnen plaatsen, van zo’n afvoerputje waar je altijd met een grote boog omhoog bent gelopen. Vanzelfsprekend is dit een inktzwart boek, maar het inkijkje in deze andere kant van de samenleving dat Rosales de lezer verschaft is onbetaalbaar.

© Eus Wijnhoven, april2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

vlautinWilly Vlautin – Laat me niet vallen € 19,99

Bij deze bespreking neem ik de woorden van schrijver Jan van Mersbergen in acht. We hadden contact over boekbesprekingen terwijl ik dit boek aan het lezen was. Hij had zich boos gemaakt over de bespreking door Arjan Peters van Gezien de feiten, het Boekenweekgeschenk van Griet op den Beeck. Laat me niet vallen kon me op dat moment nog niet bekoren, omdat ik er heel andere verwachtingen van had. Ik verwachtte een korte aanloop naar de bokscarrière van Horace Hopper – ‘Hector’ – in Mexico. En daarna natuurlijk hoe die carrière moest mislukken. Dat zijn de mooiste verhalen, boeken waarin het streven van de protagonist wordt gefnuikt. Dankzij de wijze woorden van Jan – welke verwachtingen heb je van een boek voordat je eraan begint, zijn die terecht? – heb ik toen de knop omgezet: ik las blanco verder. Ineens beleefde ik veel meer plezier aan het verhaal!

Horace Hopper is een verschoppeling, in de steek gelaten door zijn moeder. Als tiener belandt hij bij een ouder echtpaar, de familie Reese. Zij geven hem al hun liefde, mede uit zelfbehoud. Misschien kan Horace de boerderij straks overnemen. De jongen leeft op, ervaart voor het eerst in zijn leven waarlijke genegenheid. De deuken die hij in zijn verleden heeft opgelopen, wil hij echter vernietigen. Kampioen wil hij worden, bokskampioen. Als half Indiaanse jongeman, die vaak voor Mexicaan wordt aangezien, wil hij de beste bokser van Mexico worden, ondanks het feit dat hij geen woord Spaans spreekt. Bewijzen zal hij zich. Daartoe verlaat hij de boerderij in Nevada en reist af naar het zuiden. Vanzelfsprekend belandt hij in allerlei duistere kringen en ondanks een aantal successen loopt het verkeerd met hem af.

Waar gaat Laat me niet vallen nu echt over? Geenszins over boksen, al zijn daar mooie scènes over geschreven. De crux zit ’m in dat wat mensen bindt, in onvoorwaardelijke liefde en zorg voor elkaar. In die zin is Laat me niet vallen een troostrijk boek, een verhaal dat zonder verwachtingen op basis van boekbesprekingen en andere informatie van derden onbevangen gelezen dient te worden. Het is het meer dan waard!

© Eus Wijnhoven, maart 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Eus Wijnhoven mailde met Jan van Mersbergen:

Lezersververwachtingen en boekbespekingen, een interview:

 

Ik heb je gemaild naar aanleiding van jouw blog* getiteld ‘Niet lekker, één ster’. 

Daarin schrijf je dat Arjan Peters (de Volkskrant) een beschamende bespreking heeft geschreven over het Boekenweekgeschenk 2018 door Griet op de Beeck. Wat wekte jouw woede?

Niet zo zeer woede, eerder verbazing dat een serieuze krant een bespreking plaatst die totaal niet over het boek gaat, geen argumenten heeft waarom het boek niet goed zou zijn, geen standaard biedt, alleen een enkele typering: kwezeligheid. Ik weet van te voren al hoe Arjan Peters over het proza van Griet op de Beeck denkt, maar dat hoeft een analyse van dit Boekenweekgeschenk niet uit te sluiten. Dat gebeurt dus wel: een bespreking zonder argumenten, en dat is armoede.

Ik schreef je dat ook ik het een zeer matig geschenk vond. Daarop reageerde jij met: “Een boek dat tegenvalt heeft met verwachtingen te maken. Wat waren jouw verwachtingen?” Begin jij onbevangen aan een boek?

– Verwachtingen, daar kan de tekst niks aan doen. Proza moet mij wel meenemen, maar niet iets wat aan dat proza voorafgegaan is of het beroep van de schrijver in een vorig leven of hoe de schrijver op de foto staat, dat doet er allemaal niet toe. Hoe moet je lezen met verwachtingen erbij? Ik heb daar veel moeite mee. Onbevangen is misschien een groot woord. Status is eerder de sleutel: waarom worden boeken van Murakami niet uit elkaar geplozen en tot de grond afgemaakt met vertelmotieven, een analyse van de verhaallijnen en de personages? Omdat bekend is dat hij misschien een keer de Nobelprijs gaat winnen? Ik weet het niet maar vind het vreemd. Iedere echte lezer weet dat hij die prijs nooit gaat winnen.

Heb jij nooit verwachtingen bij een boek, bijvoorbeeld op basis van wat jij eerder hebt gelezen van een bepaalde schrijver?

– Natuurlijk wel, ik weet echter ook dat schrijvers niet iedere keer hetzelfde boek schrijven, en iedere keuze tijdens het schrijven van een boek is belangrijk voor dat boek, niet voor een vorig of volgend boek. Die schrijfkeuzes, daar gaat het om. Die laten bij Stephen King in iedere thriller zien hoe hij zijn vertellingen in elkaar zet, de ene keer beter dan de andere, maar ik kan niet zijn boeken lezen en enkel zeggen: de vorige was beter. Wat zijn de verschillen, in keuzes, en waar gaat het dan mis? Zo bekijk ik mijn eigen boeken ook.

In je blog schrijf je onder andere: “… je roept gewoon als simpele lezer wat over een boek, een oordeel, gauw een of twee sterren aanklikken, en klaar. Geen enkele analyse over hoe het boek geschreven is.” Maar kun je van de gemiddelde lezer wel verwachten dat hij/zij een boek analyseert? De lezer zoekt toch vooral ontspanning? Of moet hij/zij zich onthouden van het bespreken van boeken?

– Als je leest voor de ontspanning dan moet je ontspanningsboeken lezen. Mijn romans, daarvoor moet een lezer wel flink werken. Het zijn geen hapklare brokken die je gemakkelijk tot je neemt en wegslikt. Lees dan een hangmatroman die expliciet is en waarbij je amper na hoeft te denken. Die boeken zijn er wel. Als ik Ali Smith lees dan moet ik ook aan de bak, dat weet ik van te voren. Als ik dan zou zeggen: dit is een slecht boek want ik lees dit niet als ontspanning, dan is jouw eigen leeskeuze verkeerd. Pak dan De Krijtman, die ik nu lees trouwens: heel goed geschreven thriller maar ook ontspannend. Geen literaire beelden hoef je daar te vormen, en dat is vaak het moeilijkst: de ruimte die een goeie literaire schrijver de lezer biedt en die door de lezer ingevuld moet worden. Als een lezer daartoe niet in staat is, dan leest hij het verkeerde boek, maar dat zegt niks over dat boek.

Naar aanleiding van mijn recensie over het Boekenweekgeschenk schreef je: “Je vertelt de inhoud van het boek, maar niet de opbouw, technische middelen, vertelstem, verteltijd, en daarop is alle kritiek terug te voeren. Niet op: het valt tegen.” Denk je dat een gemiddelde lezer als ik zich überhaupt aan boekbesprekingen zou moeten wagen?

– Als een lezer ter ontspanning leest, waarom zou hij dan tegelijk doen alsof hij een expert is? Dan is lezen enkel persoonlijk en kan hij zeggen: Ik vond het een mooi boek. Prima, maar laat het dan daarbij. Lezersrecensies op internet, zeker op goodreads of hebban, geven boeken met eenvoudige klikjes een stempel: iemand geeft één ster, en die beoordeling weegt mee. Maar een echt gewogen oordeel ontbreekt. Dus als lezers zeggen: ik wil me ontspannen en dat lukt, dus dit is mooi, dan krijgt het boek een gemiddelde hoge beoordeling, ook dan is die beleving puur persoonlijk want uitleggen wat er mooi is aan zo’n boek dat kunnen de meeste mensen niet. Het is net zoals emoties duiden die ontstaan tijdens het lezen, soms lukt het een schrijver de lezers zo mee te nemen dat hij echt geraakt wordt, dat is prachtig. Daar zijn middelen voor, die zijn te duiden. Zonder die duiding zeggen: het is mooi, dat is een beetje simpel. Wat verder speelt: de wens van lezers om een expert te zijn, de sociale status van een literaire lezer. Ook dat is een onding, lezers die vanuit een status laten zien dat ze de juiste boeken lezen en daar een mening over hebben. Allemaal motieven die verblinden, die het eigenlijke proza doet vervagen.

Als lezer ga ik regelmatig af op recensies in de NRCde Volkskrant of De Standaard. De recensenten beschouw ik als een soort poortwachters, als een eerste schifting, opdat ik mijn geld aan de juiste boeken besteed. Zelden lees ik een boekbespreking waarin de elementen zo helder zijn vermeld als die waar jij over schrijft. Plat gezegd: ik wil gewoon weten of een boek goed is. Wat is daarop tegen?

– Daar is niks op tegen, als je het oordeel graag aan anderen overlaat. Ik denk dat lezers niet veel verschillen, dus evengoed kan de buurvrouw een boek beoordelen. Goed is echter een moralistische term. Zonder uitleg van dat goed is het goed leeg.

Ik heb je geschreven dat ik tijdens onze mailwisseling, terwijl ik Laat me niet vallen van Willy Vlautin aan het lezen was, van het boek ben gaan genieten door mijn verwachtingen opzij te schuiven. Na de eerste honderd pagina’s van Vlautin dacht ik: wanneer begint het nou? Na jouw advies inzake verwachtingen ben ik blanco verder gegaan en inderdaad: een uitstekend boek. Wat zou je lezers willen adviseren? Hoe kun je zonder verwachtingen aan een boek beginnen, of welke verwachtingen mag/kun je als lezer rechtvaardigen? Daarmee bedoel ik niet dat er geen spelfouten in staan, want tegenwoordig nemen veel uitgevers zowel hun lezers als hun auteurs niet meer serieus in dezen.

– Vlautins boek is heel kalm en beschrijvend, de scènes zijn helder en met enige afstand weergegeven, in de verleden tijd. Als een filmcamera. Als je niet in staat bent die eerste scènes te laten vallen of laten binnenkomen, dan ontbreekt het aan inlevingsvermogen en aan het koppelen van die handelingen en beschrijvingen aan gevoel. Dat is zeker uit dit proza te halen, maar je kunt het ook niet willen zien en zeggen: Er gebeurt niks. Het ligt anders: er gebeurt heel veel bij die twee mannen: hun levens nemen wendingen, ze maken keuzes, ze twijfelen aan zichzelf, die oude man zit tegen de dood aan, die bokser denkt heel slecht over zichzelf. Daar gebeurt ongelofelijk veel. Probeer dat te zien, probeer je in te leven en lees wat er tussen de woorden staat.

Misschien heb je mijn besprekingen bij deomslagdelft.nl weleens bekeken of gelezen. Zou je me kunnen adviseren hoe ik de klanten van Boekhandel De Omslag beter zou kunnen bedienen? Hoe ik hen meer kan verleiden een bepaald boek te kopen?

– Als ik vertel aan lezers wat William Faulkner doet met zijn ene zinnetje ‘Mijn moeder is een vis’ dan begrijpen de lezers het beeld van de simpele jongen die zijn moeder gaat begraven en de vis die hij gevangen heeft en die hij in het stof laat vallen, de moeder moet de aarde in, de vis is vies… en dan die zin. Dat is beeldende kunst. Dat vraagt om een verhaal en om duiding. Zijn lezers daarvoor geschikt? Ik denk het zeker wel, maar ze moeten wel aangemoedigd worden proza echt aan te pakken tijdens het lezen. Niet in de hangmat gaan hangen en die moeder en die vis lezen en zeggen: Wat een onzin.

Wat vind je van mijn besprekingen over enkele van jouw boeken die in Archief staan?

– Ik doe nooit uitspraken over besprekingen van mijn boeken.

Ten slotte: hartelijk dank voor je tijd en aandacht in dezen. Kunnen we binnenkort weer een roman van jouw hand verwachten? En ondanks dat ik dit niet hoor te vragen doe ik het toch: ‘Waar gaat het over?’

– Deze maand een tweede thriller (heel leuk om daaraan te werken) en volgend voorjaar een roman. Inhoud is nog geheim.

*http://www.janvanmersbergen.nl/?p=5161

atwoodMargaret Atwood – Het verhaal van de Dienstmaagd  € 12,50

Het verhaal van de Dienstmaagd is een dystopische roman die zich afspeelt in Gilead, de vroegere VS. Ten gevolge van radioactieve straling, genmutatie en chemische verontreiniging is een groot deel van de Amerikanen onvruchtbaar geworden. Een groep christenfundamentalisten pleegt daarop een staatsgreep en stichten de monotheïstische staat Gilead.

Om de toekomst veilig te stellen, worden jonge vrouwen opgepakt die kinderen hebben gebaard. Die vrouwen gaan voortaan volledig in het rood gekleed. Zij worden opgesloten in het Rachel and Leah Re-education Centre, de campus van een voormalige universiteit. Voortaan zijn zij Dienstmaagden, toegewezen aan een Bevelhebber en diens vaak oudere echtgenote om kinderen voor hen te baren. De Dienstmaagden worden bewaakt door Tantes: onvruchtbare, ongehuwde en/of oudere vrouwen die op deze wijze verbanning naar de koloniën willen ontlopen, waar hun een gewisse dood wacht. De Tantes beroepen zich op zogenaamd Bijbelse waarden en bewaken die met ijzeren vuist.

Bij aankomst in het kamp krijgen de vrouwen een nieuwe naam: protagonist Vanfred wordt geacht haar verleden te vergeten. Haar nieuwe naam geeft aan wiens dienstmaagd zij is. Tante Lydia spreekt af en toe troostende woorden tot Vanfred: “Jullie generatie heeft het moeilijk, omdat jullie het vorige leven nog hebben ervaren. Volgende generaties weten niet beter.” Vanfred probeert zich te handhaven. Zij probeert contact te maken met andere Dienstmaagden, al is dat strikt verboden. Ze merkt dat Nick, chauffeur van Fred, een oogje op haar heeft. En als de Bevelhebber haar in het geheim bepaalde privileges schenkt, durft ze te hopen.

Helaas, ze wordt betrapt door Serena Joy, echtgenote van de Bevelhebber. Nog diezelfde avond verschijnt het gevreesde zwarte busje dat haar komt ophalen. In een van de geheimagenten herkent ze Nick. Hij fluistert: “Dit is een complot van MayDay”. Liegt hij haar voor? Is hij inderdaad gelieerd aan de ondergrondse verzetsbeweging?

Atwood schreef de roman in 1984, maar haar boodschap is actueler dan ooit: inlichtingendiensten die hun stempel drukken op de maatschappij (denk aan de sleepwet), partijen die hun (wan)daden verantwoorden verwijzend naar religieuze geschriften. In 2017 is een succesvolle tv-serie aan de hand van het boek verschenen. Het verhaal van de Dienstmaagd is verplichte literatuur, juist nu…
© Eus Wijnhoven, maart 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

tijlDaniel Kehlmann – Tijl € 19,99

De naam Tijl Uilenspiegel duikt voor het eerst op in Duitse overleveringen uit circa 1500. Kehlmann situeert hem echter in de zeventiende eeuw, in navolging van Charles de Coster die de legende in 1867 herschiep in zijn De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in het land van Vlaanderen en elders. Tijl groeit op als zoon van de arme molenaar Claus Uilenspiegel en diens vrouw Agneta. Zij hebben al enkele kinderen verloren en juist die miezerige sprinkhaan van een Tijl blijft in leven. De jongen vermaakt zich met jongleren en balanceren op een touw dat hij in de tuin heeft gespannen. In de streken niet eens zo ver van hen vandaan heersen godsdienstoorlogen: de Contrareformatie. Vader Uilenspiegel interesseert zich voor het occulte en als twee katholieke godsdienstwaanzinnigen hem een luisterend oor schenken, tekent hij daarmee zijn doodvonnis. Bij de voltrekking van het vonnis maakt Tijl gebruik van de situatie en vlucht, samen met leeftijdgenootje Nele. Ze zijn dan een jaar of tien.

Nele en Tijl overleven door op te treden in de dorpen waar zij doorheen trekken. Hun faam verspreidt zich snel. Fredrik van Bohemen, de Winterkoning (hij zal slechts één winter als koning van Bohemen regeren), laat Tijl opbrengen en stelt hem aan als zijn nar. Die functie is misschien wel de meest gunstige in roerige tijden, waarin goed en kwaad even makkelijk van rol wisselen als het weer. Tijl profiteert ten volle van zijn uitzonderlijke positie en beschimpt de vorst en diens gevolg waar hij maar kan. Samen met Nele geniet hij in eerste instantie rijkdom in het kielzog van de koning, maar nadat Frederik van zijn troon in Praag is verjaagd, slinkt diens fortuin. Daarbij is Tijl niet te beroerd om regelmatig de kluit te belazeren. De rebelse Liz, vrouw van Frederik, geniet daar met volle teugen van.

Het failliet van Frederik kan niet uitblijven en Tijl besluit met Nele verder te trekken. Onderweg pikken zij een oude vrouw op die een rol krijgt toebedeeld in hun theater. De drie stralen vrijheid en ongebondenheid uit, wat het geknechte volk tot de verbeelding spreekt. Zijn roem is nog nooit zo groot geweest.

Met Tijl schetst Kehlmann een schitterend portret van een deugniet die in barre tijden het beste uit het leven weet te halen. Terloops leidt hij de lezer langs de gebeurtenissen in deze woelige jaren, waarin godsdienstoorlogen het leven in Europa volledig ontwrichtten. Daarbij blijft het een luchtig boek dat je met een lach op de lippen na 352 pagina’s tevreden dichtslaat.

© Eus Wijnhoven, maart 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

rushdieSalman Rushdie –De familie Golden € 24,99

René Unterlinden woont samen met zijn Belgische ouders in appartementencomplex The Gardens in New York City. Hij ambieert filmmaker te worden. Als een vreemd gezin zich vestigt in The Gardens, beseft René dat het goud via hen voor het oprapen ligt.
Nero Julius Golden heeft samen met zijn zoons Petya (van Petronius), Apu (van Lucius Apuleius) en D (van Dionysos) een luxe appartement betrokken. Over hun afkomst laten zij zich alleen uit in termen als “het land dat niet genoemd mag worden” en “de stad waarvan de naam taboe is.” Het stel wordt geaccepteerd door de andere bewoners vanwege hun excellente smaak, uitmuntende kledingstijl en perfecte beheersing van de Engelse taal. ‘…they were no more eccentric than, say, Bob Dylan or any other sometime local resident.’ René is al snel kind aan huis in the Golden house.

Vrijwel aan het begin van het boek laat Rushdie verteller René al aangeven dat het niet goed zal aflopen met de familie Golden. Hij geeft hints inzake intriges binnen het gezin, kondigt een moord aan en rept over een duister verleden in Mumbai. Om een of andere reden hebben de Goldens die stad halsoverkop verlaten. Met het fortuin dat Nero in zijn vaderland heeft vergaard weet hij zich in NYC binnen de kortste keren een van de grootste projectontwikkelaars van de stad. Alles lijkt het gezin voor de wind te gaan, maar niets is minder waar. Zo blijkt oudste zoon Petya een drankzuchtige autist, die overigens zeer succesvolle games ontwikkelt. Apu interesseert zich in het geheel niet voor het doen en laten van zijn vader, maar stort zich op de kunsten: niemand kan zulke mooie portretten schilderen als deze knappe jongeman, waarvoor elke vrouw in katzwijm valt. De jongste, D, worstelt in meerdere opzichten met zijn identiteit. Hij is achttien jaar na Apu geboren, uit een buitenechtelijke relatie. Het verhaal gaat dat zijn moeder is verbannen of erger. Bovendien weet D niet of hij man of vrouw is.

Meer en meer wordt René vertrouwd door de verschillende Goldens. Nero wil de buurjongen graag behulpzaam zijn bij het realiseren van z’n droom en vertrouwt hem zaken toe die voor de rest van de wereld onkenbaar moeten blijven. Als Vasilisa, een Russische gold digger, Nero aan zich weet te binden, hebben de zonen nog maar één vertrouwenspersoon: René. De ongelofelijk knappe Vasilisa weet hem echter eveneens in te palmen, zozeer zelfs dat hij zich laat verleiden een kind bij haar te verwekken: Vespa (Vespasius). Daarna heeft René voor Vasilisa afgedaan; zij heeft haar toekomst veilig gesteld. Vanaf nu neemt zij de troon van de oude keizer over.

Zoals René al heeft aangegeven, loopt het slecht af met de Goldens. Geen van de drie zonen overleeft hun vader. Diens verleden haalt hem in als de Z-company, een Indiase maffiose organisatie, hem weet op te sporen. Zij hadden hem al gewaarschuwd, toen hij nog onder een hoedje met hen speelde in Mumbai: je kunt wel vertrekken, maar je kunt ons nooit verlaten.

In recensies over dit boek wordt het vaak genoemd als reactie op de verkiezing van Donald Trump tot president van de VS. Inderdaad komt de laatste president in beeld als een man met sluik groen haar en een wit bepoederd gezicht. De ontluistering van een Amerika dat zich keert tegen kunstenaars en intellectuelen, dat slechts haar eigen waarheden als legitiem erkent en feiten als fake news betitelt, een land waarbij vrouwonvriendelijkheid, seksisme en racisme (weer) tot norm wordt verheven. Die boodschap heeft Rushdie de lezer vast willen meegeven, maar het boek zit veel vernuftiger in elkaar. Nero is geen Trump, hij is de metafoor van verval, van de ultieme ondergang.

In The Golden House refereert Rushdie regelmatig aan (bekende) films en literaire werken. Als je daar een beetje in thuis bent, ontdek je nog meer in dit uitmuntende verhaal.

© Eus Wijnhoven, maart 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

klontMaxim Februari – Klont € 19,99

Het huis van dr. Bodo Klein is zo ongeveer overgenomen door zijn vrouw Colette. De (klein)kinderen uit haar eerste huwelijk kreeg Bodo er ongevraagd bij. Voor hij besefte wat er is gebeurd, was hij de regie over zijn leven kwijt, de grip op zijn eigen bloedlijn. Hij dobbert maar wat rond en besluit uit het leven te stappen. Op zijn werk, het Ministerie van Veiligheid, stuurt hij een encrypted boodschap uit waarin hij melding maakt van zijn zelfdoding. Maar dan slaat de twijfel toe en krabbelt hij terug. Minister Kirstin Elias verordonneert hem daarop enige weken thuis te blijven, totdat de commotie op het Ministerie is weggeëbd. Om iets omhanden te hebben, vraagt ze hem Alexei Krups’ gangen na te gaan. Krups is in enkele jaren uitgegroeid tot wereldvermaard spreker over digitalisering en de gevolgen voor de samenleving.

Krups is een kerel die goed aanvoelt wat mensen willen horen. De zaligheden van digitale technologie en kunstmatige intelligentie, maar ook de gepercipieerde gevaren daarvan. Binnen afzienbare tijd zullen er geen romans meer geschreven en gelezen worden, omdat alles door data zal worden bepaald. Overal plukt Alexei informatie vandaan en schrijft daar het boek Vernuft over. Hoe meer hij gevraagd wordt op congressen en in tv-shows over nieuwe media, hoe makkelijker het hem afgaat om informatie uit verschillende bronnen aan elkaar te verbinden en te verkopen als zijn eigen wetenschap. Zijn faam groeit logaritmisch snel. Hij verkoopt dat geheel als “de klont”, kunstmatige intelligentie die de rol van de mens overneemt, een systeem dat zich dankzij data continu verbetert. En het volk? Al is de hype nog zo hollowpeople will follow… In die zin is Klont een boek van alle tijden: individualiteit versus de maalstroom van het groepsgedrag, de draaikolk waarin iedereen zich laat meezuigen.

Februari schrijft over Klein: “Hij had zich agile getoond als een scrummaster, zoals de nieuwste bestuurlijke mode dat van hem eiste…” Toch laat hij zijn gezond verstand prevaleren. Samen met de jonge ambtenaar Nas weet hij Krups te ontmaskeren. Misschien is dat wel de redding van Alexei. Eindelijk mag deze ideeën toelaten waar hij echt in gelooft. Data kunnen veel voorspellen, maar zij houden geen rekening met gevoelens en emoties. Mensen zijn irrationele individuen. Op 25 februari merkte Februari in gesprek met Marcel Möring op dat er zelfs mensen op het Binnenhof rondlopen die ervoor pleiten het stemmen af te schaffen en puur te vertrouwen op de gegevens die over ‘het volk’ worden vergaard. Daaruit zou je exact kunnen analyseren wat het volk wil. Laten we hopen dat de Bodo Kleins van deze tijd ons daarvoor behoeden.

© Eus Wijnhoven, maart 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

boogaardOscar van den Boogaard – Kindsoldaat € 24,99

 

Edmond en Hermine bewonen kasteel Metternich, letterlijk op de grens van Limburg en Duitsland. Als je via de westelijke poort het erf verlaat rijd je Nederland in, doe je dat aan de oostelijke poort, dan bevind je je in Duitsland. De geboorte van hun eerste kinderen, de tweeling Sophie en Stella, gaat mis. De meisjes overlijden. Enkele jaren later bevalt Hermine opnieuw van een tweeling, Nol en Max. De ontwikkeling van de laatste baart zorgen aangezien het jaren duurt voordat hij gaat praten. Toch komt dat goed. De jongens spelen vaak met hun ‘buurmeisje’ (het eerste meisje in de wijde omtrek dat ook in hogere kringen is geboren). Nora ondervindt weinig liefde van haar moeder Floor, terwijl haar vader Frans zich vaak in regeringskringen bevindt. In het gezin van Edmond en Hermine ervaart zij enige warmte van de ouders, vooral van Hermine.

Max is helemaal weg van Grosspapa Maximiliaan, een gewezen Duitse militair. Als WO-II uitbreekt, verlaat Max dan ook het land door de oostelijke poort. Hij wil ‘het vaderland’ dienen. Nol gaat rechten studeren in Leiden. De tweeling ‘deelt’ Nora, waarbij Max in tegenstelling tot zijn broer ook van lichamelijk contact geniet. Daar heeft Nol geen problemen mee, hoezeer hijzelf ook verliefd is op Nora. Sterker nog: hij moedigt de twee aan. Van den Boogaard toont op overtuigende wijze hoe twee verschillende individuen in één ziel verenigd kunnen zijn. Wat van de een is, is van de ander. Nora kan niet kiezen tussen de twee, maar trouwt uiteindelijk met Nol. Het huwelijk wordt niet geconsumeerd. En toch krijgt Nora drie kinderen: Maxim, Elsie en – jaren later – Fransje. Drie keer raden wie de vader is. Ook Nol is daarvan op de hoogte, maar bij ieder nieuw kind is hij zo blij alsof het zijn bloedeigen nakomeling is.

Tijdens de oorlog heeft Max een beschermende schil om het huis van Nol en Nora bij het Wilhelminapark in Utrecht gecreëerd. Zij worden dan ook niet onderworpen aan de ontberingen waaraan anderen weerstand moeten bieden. De geschiedenis herhaalt zich: evenmin als Floor is Nora in staat haar kinderen genegenheid te bieden. Maxim kan daar redelijk mee omgaan, Elsie is een heel ander geval. Zij tergt haar moeder tot het uiterste en drinkt al op jonge leeftijd buitensporig veel. De enige warmte die af en toe in de grote villa opvlamt komt vrij bij een bezoek van Max.

Als jonge vrouw treedt Elsie na de oorlog in dienst van de burgemeester van Utrecht. Hij en zijn vrouw zijn bevriend met Koningin Juliana en prins Bernhard. Als zij Elsie aan het koninklijk paar voorstellen, zijn zowel Juliana als Bernhard weg van de aristocratische, vrijgevochten vrouw. Ze is dan inmiddels begin dertig. Bernhard, Elsie noemt hem PB ofwel Pruisisch Blauw, voegt haar toe aan zijn leger minnaressen. Om zeker te zijn dat zij te allen tijde ter tot zijn beschikking zal staan, arrangeert hij een huwelijk met een knappe paracommando die zich jegens PB gedraagt als een trouwe hond die klakkeloos alle bevelen opvolgt. Als Elsie bevalt van een jongen moge duidelijk zijn wie de vader is.

Elsie staat voor de moeder van de auteur. De jonge Maximiliaan die wordt geboren is natuurlijk Oscar van den Boogaard. Het is jammer dat er nauwelijks over dit boek wordt gesproken in de pers, maar veeleer op ‘het vervolg van’: het feit dat Maximiliaan opgroeit en het hem duidelijk wordt dat die vreemde meneer die af en toe op bezoek komt wel een hele vreemde relatie met zijn moeder heeft. Kindsoldaat geeft een mooi inkijkje in het milieu van adellijke kringen, van hun wereldvreemdheid en de dwangbuis waarin deze families zijn vervlochten. De omerta van de maffia kan nog wat leren van de wijze waarop die wordt toegepast in dergelijke milieus. Vergeet de publiciteit rond de schrijver Van den Boogaard, een man die op zoek is naar zijn roots, wat dit prachtige verhaal ondersneeuwt. En toch blijft het een wat vlak verhaal. De publiciteit er om heen leidt af, dat zou een vervolg kunnen worden op Kindsoldaat. Ondanks dat het verhaal misschien minder literair maar wel recht-toe-rechtaan is: Pak het boek. Wedden dat u het in een ruk uitleest?

© Eus Wijnhoven, februari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

waterdrinkerPieter Waterdrinker – Tsjaikovskistraat 40 € 24.99
Juist als Pieter Waterdrinker besluit te stoppen met schrijven – ten slotte hebben zijn vorige negen boeken hem nog geen 300 euro per maand opgeleverd – krijgt hij het verzoek van zijn uitgever een boek te schrijven over de Russische revolutie. De deadline is strikt, 1 september 2017, aangezien het boek dient te verschijnen 100 jaar na de coup die Lenin en diens boevenbende hebben gepleegd. Men wil een persoonlijk relaas, want dat verkoopt beter. In eerste instantie heeft Waterdrinker helemaal geen zin in de klus. Maar als zwager Aleksej in financiële problemen komt en acuut 10.000 euro nodig heeft, zwicht de schrijver. Als lezer voel je direct aan dat het geld in handen van Aleksej in rook zal opgaan. Daarmee is de toon van het boek gezet: hier lezen we het relaas van een freelancer-freelooser (Waterdrinkers woorden).

Tsjaikovskistraat 40 is grotendeels geschreven in en om het adres in Sint-Petersburg waar Waterdrinker al jaren met zijn vrouw Julia woont. Ooit heeft zij hem nog gewaarschuwd: “Ga van me weg, hoor je me? Ik breng je ongeluk. Ga van me weg!” Inmiddels zijn de twee al meer dan vijfentwintig jaar samen, en ik meen uit dit boek op te maken dat Julia de schrijver wellicht heeft behoed voor een wisse dood, ten gevolge van alcoholmisbruik of roekeloos gedrag. Lang leve Julia!

Via een vreemde snoeshaan belandt Waterdrinker als jongvolwassene in Rusland. Hij dient er tachtigduizend bijbels illegaal te verspreiden, maar merkt al snel dat louche lieden daar een slaatje uit slaan en zichzelf verrijken. Vooral ene Pozorski speelt daarbij een cruciale rol. Deze man zal Pieter nog vele jaren later wederom ontmoeten. De stinkend rijke opportunist verbeeldt de graaiers van na het uiteenvallen van de Soviet-Unie. Waterdrinker lijkt foute personen aan te trekken als een magneet dat doet bij ijzervijlsel. Zo lacht het fortuin hem toe als hij in zee gaat met ene Fopmans. Met hun bedrijfje Intersoviet Consultancy organiseren zij rondreizen door de USSR voor welgestelde westerlingen. De focus verschuift na verloop van tijd naar handel. Of het nu om een bestelling van tachtig jonge Audi-occasions gaat of om gatenkaas, Fopmans weet er een slaatje uit te slaan. En Pieter? De dollartekens in zijn ogen groeien exponentieel, totdat – hoe kan het ook anders – de zeepbel uiteen spat. Zo gaat nagenoeg alles mis, maar Pieter krabbelt weer overeind, om even verderop opnieuw te struikelen.

De geschiedenis van de afgelopen honderd jaar in de USSR respectievelijk Rusland is ondertussen verweven door het gehele boek. We lezen over de streken van Lenin en kornuiten, over legendarische Russen als Zinaida Hippius, vrijheidsstrijdster avant la lettre, die al snel in de gaten had dat Lenin een schurk was. Over Nabokov en Trotski. Over de Nederlanders Henk Sneevliet en Jef Swart die een belangrijke rol vervulden in verspreiding van het communistische gedachtengoed na de Eerste Wereldoorlog, ook in Nederland. Wow, denk je, als je leest wat daar allemaal is gebeurd op de vierkante kilometer rond Tsjaikovskistraat 40. Waterdrinker ontvoert je naar een dystopie, daar is geen ontsnappen aan. En tussen de regels door steekt regelmatig verongelijktheid op. “Sowieso had ik nauwelijks nog lust tot werken aan dat pleurisboek over die revolutie…” En houdt hij zichzelf meer voor de gek dan dat hij de lezer voorliegt: “Nooit, nee nooit zou ik mijn romans besmeuren met actuele politiek.” Dat zullen we weten! Zoals in zijn grootse roman Poubelle is de politiek tot in de haarvaten aanwezig, zowel die uit het verleden als die in het heden. De arme sloebers die het tsaristisch regime in 1905 probeerden omver te werpen, worden vergeleken met de hedendaagse bootvluchtelingen die vergeefs de Europese kust proberen te bereiken. In een pagina’s lange zin houdt Waterdrinker ons hypocriete West-Europeanen een spiegel voor. Bijkans hoor je hem fulmineren zoals WFH dat zo mooi kon, of ridder-zonder-paard Willem Oltmans.

Tjaikovskistraat 40 is een heerlijk boek, een semi-autobiografisch werk waarin de schrijver zijn onmacht en oprechte verontwaardiging regelmatig de vrije teugels laat. Wat kan er van zo’n ‘pleurisboek’ terechtkomen? Een heleboel, zoals Julia op pagina 274 al voorspelt: “Ze had gedroomd dat mijn boek over de revolutie een succes werd, dat we genoeg geld hadden…” Volkomen terecht staat Tsjaikovskistraat 40 inmiddels op de longlist van de Libris Literatuurprijs. En het was binnen de deadline voltooid, op 28 augustus, ondanks een moeilijk begin.
© Eus Wijnhoven, februari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

barrySebastian Barry – Dagen zonder eind € 19,99

We spreken halverwege de negentiende eeuw. Om aan de schrijnende armoede te ontsnappen, vlucht de jonge tiener Thomas McNulty naar de VS. Thomas ontmoet de ongeveer even oude John Cole onder een heg in Missouri en vanaf dat moment trekken zij samen op. Zij scharrelen hun kostje bij elkaar en vinden een buitenkansje als hen wordt gevraagd op te treden in een mijnwerkerssaloon. Daar presenteren zij een soort revue, waarbij Thomas als meisje gekleed gaat (‘Thomasino’). De mijnwerkers vallen in katzwijm voor de twee. Na enkele jaren aldus in relatieve veiligheid te hebben geleefd, zijn zij door de lichamelijke gevolgen van de intredende puberteit genoodzaakt te vertrekken. Zij sluiten zich als vrijwilligers aan bij het leger om te vechten in het wilde westen en dat vrij van indianen te maken ten behoeve van de blanken. Onder leiding van majoor Neale overleven zij de helletocht maar net, mede dankzij indianen die hen op een cruciaal moment van voedsel voorzien. Inmiddels is de relatie tussen Thomas en John uitgegroeid tot meer dan reguliere vriendschap (‘And then we quietly fucked and then we slept.’).

Hun regiment slacht een groep Oglala Sioux af, nota bene de indianenstam die eerder hun leven heeft gered, en nemen een meisje van een jaar of zeven gevangen: Winona. Zij wordt meegenomen naar het fort waar het regiment verblijft. Daar wordt zij onderwezen door mevrouw Neale, de hartelijke partner van de majoor. Als Thomas en John op zeker moment het leger verlaten, nemen zij de zorg voor Winona op zich. Wederom gaan ze aan de slag als John en Thomasina, waarbij ook een rol is weggelegd voor het Indiaanse meisje als zangeres. Dan breekt de burgeroorlog uit: de Rednecks uit het zuiden, tegen de Unionists onder aanvoering van Abraham Lincoln. Weer strijden zij aan de zijde van enkele troopers uit hun vorige regiment. Vooral met Lige Magan ontwikkelt zich een sterke band. Lige, oorspronkelijk uit Redneck Tennessee country, vertrekt naar zijn geboortegrond als de unionisten de oorlog hebben gewonnen. Hij zal daar als tabaksboer een nieuw leven opbouwen.

Op zeker moment besluiten John en Thomas(ina), de laatste kleedt zich steeds vaker ook in het openbaar als vrouw, samen met Winona naar Lige af te reizen. De reis is een ware beproeving, waarbij de nodige doden vallen alvorens zij hun doel bereiken. Na enkele jaren in relatieve rust geleefd te hebben, slaat het noodlot opnieuw toe: chief Caught-his-horse-first van de Oglala heeft Mrs. Neale en een dochter Hephzibah ontvoerd. Hij wil hen ruilen tegen Winona, de dochter van zijn zus die door het regiment van majoor Neale is vermoord. Hoe trouw John en Thomas hun majoor ook altijd zijn geweest en gebleven, hieraan kunnen de twee niet meewerken. Winona wordt echter ontvoerd. En zo wordt er – door Thomas – weer ten strijde getrokken, deze keer met Winona verkleed als regimentstrommelaar aan zijn zijde.

Dagen zonder eind is een magistrale roman. Ik heb de Engelse editie – Days without end – gelezen. Barry heeft dat in slang geschreven, wat even wennen is, maar uiteindelijk de sfeer extra tot haar recht laat komen. Daarnaast zijn de metaforen die Barry gebruikt van grote originaliteit en schoonheid: ‘…time was not something then we thought of as an item that possessed an ending.’ ‘He’s as dapper as a mackerel.’ ‘… men making the noises of ill-butchered cattle.’ ‘You coulda used John Cole for a pencil if you coulda threaded some lead to him.’ Wat een schitterend verhaal!

© Eus Wijnhoven, februari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

swiftGraham Swift – Waterland € 19,99
De tweeënvijftigjarige Tom Crick, sectiehoofd van de afdeling geschiedenis op een middelbare school, krijgt het verzoek van de rector met vervroegd pensioen te gaan (“Volledig doorbetaald.”). Rector Lewis Scott deelt hem mee dat hij de afdeling geschiedenis wil inkrimpen. Wie heeft er nog baat bij geschiedenis, in deze moderne tijd, zo vraagt hij zich hardop af. Crick is gekrenkt tot in het diepst van zijn ziel. Als geen ander weet hij dat zijn leidinggevende een dubbele agenda heeft, en dat dit dwingende verzoek met hele andere dingen te maken heeft, bijvoorbeeld met de misdaad die mevrouw Crick, Mary Metcalf, heeft gepleegd. Op dat moment besluit Tom van het curriculum af te wijken en de leerlingen (“Kinderen, tweeëndertig jaar heb ik voor de klas gestaan om voor jullie de geheimen van het leven te ontsluieren…”) te vertellen over zijn voorvaderen, over hun strijd tegen het water in het drassige gebied boven Cambridge, de Fens.

Net zoals de rivieren de Ouse en de Leem meandert Tom Crick door de geschiedenis. Hij vertelt over de Atkinsons, voorvaderen die het water hun wil probeerden op te leggen. Maar het waren ook vermaarde bierbrouwers, regionale notabelen. Hun doen en laten wordt beschreven, waarbij Swift verspringt in de tijd. Rode draad door het boek is een periode in 1943, die begint bij het aangespoelde lijk van Freddie Parr. Juist bij de sluis die vader Crick bedient, komt het stoffelijk overschot klem te zitten. Vader woont er met Tom en diens paar jaar oudere broer Richard (‘Dick’). Dick is geestelijk gehandicapt, analfabeet en smoorverliefd op zijn Velocette motorfiets. Met zijn geslachtsorgaan is echter niets mis, in tegendeel. ‘Redder van de wereld’ is hij volgens de nalatenschap van opa Atkinson (vader van moeders zijde). In deze periode maakt de lezer ook kennis met Mary Metcalf, dochter van een rijke boer. Een ding hebben ze gemeen, Tom en Mary: beiden hebben hun moeder verloren. Amper zestien zijn ze als Mary zwanger raakt, maar het kind zal nooit het levenslicht zien, het stel zal voor altijd kinderloos blijven, ook al denkt Mary er op zeker moment anders over.

In deze familiekroniek komen tal van gebruiken en onderwerpen aan de orde: het brouwen van bier, paling vissen, de Franse Revolutie en de stijfkoppigheid van de Engelse plattelanders. Maar ook gaat het over mysterieuze sterfgevallen, om van moord maar niet te spreken. Dit alles in het kader van onderwijs, van levenslessen die zoveel meer betekenen dan de gortdroge stof die volgens het curriculum dient te worden onderwezen.

De stijl van Waterland is even wennen. In eerste instantie irriteerde het me dat de protagonist zich keer op keer tot zijn ‘kinderen’ richt. Het verhaal is echter zo boeiend, de waarnemingen zo zuiver, dat je dit op zeker moment nauwelijks meer bemerkt. Waterland is een dijk van een boek!

© Eus Wijnhoven, februari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Kraaien tellen-plano-def.inddLucas de Waard – Kraaien tellen€ 19,99

 

Tobias woont samen met zijn twee jaar jongere zusje Krista in Groningen. Zij groeien op in een beklemmend gezin, waarbij moeder eens in de zoveel tijd van het ene op het andere moment verdwijnt. Een verklaring daarvoor wordt hun nooit gegeven, ook vader doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Mama heeft nu eenmaal haar vrijheid nodig. De beide  ‘vuurtorens’ (vanwege hun rode haar) zoeken dan ook voornamelijk troost bij elkaar. Op zeventienjarige leeftijd pikt Krista het echter niet langer. Zij wil weten waar haar moeder is geweest en wat zij zoal heeft uitgespookt. Als moeder het dan weer zo weet te draaien alsof Krista de boosdoener is, verlaat zij de ouderlijke woning. Niet lang daarna vertrekt ook Tobias, naar het zuiden. Hij gaat studeren aan de kunstacademie. Na enkele jaren houdt Tobias het daar voor gezien. Hij kan geen enkele voldoening vinden in zijn werk. Pas wanneer hij een baantje als bestuurder van een straatveegmachine heeft bemachtigd, valt de wereld op zijn plaats. Met ‘Fernando’, de naam die zijn wagen draagt, houdt hij de stad schoon. Zijn wereld is overzichtelijk en hij denkt innerlijke rust te hebben gevonden. Die wordt in een klap ernstig verstoord als Krista zelfmoord pleegt.

Tobias probeert zich vanaf dat moment geheel voor de wereld en voor zijn eigen gevoelens af te sluiten. De eerste weken slaagt hij daar hoegenaamd in, totdat hij het geile kledingverkoopstertje Cayenne ontmoet. Met haar begint hij een heftige seksrelatie waarin hij al zijn opgekropte woede en onmacht kwijt kan. De stoere Cayenne geniet van het geweld dat daarbij te pas komt. Als er onverwacht een artikel in de regionale krant verschijnt over Tobias, een ode aan de mensen die de stad reinigen, dringt de buitenwereld zich aan hem op. Zich afsluiten lukt hem steeds minder. In eerste instantie vindt hij daar nog een uitlaatklep voor door Cayenne op steeds grovere wijze te nemen. Dat kan niet verhinderen dat hij verschijningen van Krista begint te zien wanneer hij in bed ligt. Een ruis begint zich af te tekenen in zijn oren, een geluid dat met de dag aanzwelt. Zo ook ‘het vat’ Tobias dat onvermijdelijk zal overlopen met een walgelijke daad tot gevolg.

Kraaien tellen is een duister verhaal over eenzame mensen, over lieden die hopeloos op zoek zijn naar grip op hun leven. Ook deze tweede roman van Lucas de Waard verdient een groot publiek.

© Eus Wijnhoven,januari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Omslag afmaken 'Manhatten Beach' DEF.inddJennifer Egan – Manhattan Beach € 19,99

 

Anna Kerrigan begeleidt vaak haar vader als hij voor zaken mensen bezoekt. Als twaalfjarige ontmoet zij in dat kader Dexter Styles, een man die leeft in luxe met een villa aan Manhattan Beach. Ze merkt dat er een bepaalde spanning heerst tussen haar vader Eddie en deze Styles.
Eddie Kerrigan woont in die jaren driehoog achter met zijn gezin in New York City, samen met zijn vrouw Agnes, Anna en de zwaar gehandicapte Lydia. Agnes heeft een succesvolle danscarrière opgegevenen om volledig de zorg voor hun tweede dochtertje op zich te nemen. Maar moeilijk weet Eddie een houding aan te nemen jegens zijn zieke kind. Hij voelt een oprechte afkeer ten opzichte van het meisje. Bovendien wordt zijn leven overschaduwd door werkeloosheid ten gevolge van de crisis midden jaren dertig. Door wanhoop gedreven richt hij zich ten slotte tot Styles, nachtclubeigenaar en brug tussen onder- en bovenwereld. Op zeker moment is Eddie van de aardbodem verdwenen. Is hij er met een ander vandoor?

 

De drie dames redden zich zo goed en zo kwaad als het kan. Anna krijgt begin jaren veertig een baantje op de marinebasis waar zij in eerste instantie de kwaliteit van onderdelen voor de
oorlogsindustrie controleert. Na enkele maanden lukt het haar als eerste vrouwelijke duiker te worden aangenomen. Onder water voeren de duikers reparaties aan fregatten uit. Niet eerder heeft Anna zo’n gevoel van voldoening ervaren als de keren dat zij zich met een bepakking van meer dan 100 kilogram onder water kan begeven. Iedere avond vlijdt Anna zich bij het slapengaan tegen Lydia aan, als was dat haar teddybeer. De zusjes hebben een ongewoon sterke band. Anna vertelt Lydia wat zij zoal heeft meegemaakt die dag, waarop Lydia met een beestachtig geluid reageert.

Via Nell, een blonde vamp die ook op de marinebasis werkt, bezoekt Anna op zeker moment een van Styles’ nachtclubs. Als ze Dexter achterin de zaak aan een tafeltje ziet zitten, trekt Anna de stoute schoenen aan. Hij is onder de indruk van dit meisje. Zij herinnert zich zijn prachtige huis aan Manhatten Beach en neemt een drastisch besluit: ze zal Lydia de zee tonen en wel via Dexter Styles. Ze weet de man te overtuigen. Aan zee geniet Lydia zichtbaar. Haar gezondheidssituatie kent een onverwachte opleving. Dat is echter van korte duur en enkele weken later overlijdt Lydia.
Geïntrigeerd is Anna door de zelfverzekerde Dexter Styles. Maar ook om een andere reden zoekt ze zijn gezelschap: weet hij meer van de verdwijning van haar vader? Het is duidelijk dat Dexter in Anna niet dat kleine meisje herkent van zoveel jaar geleden bij hem thuis, aan het strand. In eerste instantie gebruikt Anna dan ook een valse naam. Als zij echter een wilde nacht met Styles doorbrengt, onthult ze haar ware identiteit. De man voelt zich verraden, maar besluit uiteindelijk weer contact op te nemen met Anna. Hij belooft haar de plaats te tonen waar haar vader voor het laatst is gezien en houdt zich aan zijn woord. In de haven van New York vindt Anna op dertig meter diepte ten slotte het zakhorloge dat Eddie Kerrigan ooit heeft gekregen van ene De Veer. Ze herkent het aan diens initialen. Toch liggen er verrassingen voor haar in het verschiet die niemand, ook de lezer niet, had kunnen bevroeden…

 

Met Manhattan Beach heeft Jennifer Egan een spannend verhaal geschreven, waarin zij de lezer terloops een kijkje geeft in de wereld van de marine in tijden van oorlog. Lezen!

 

 

© Eus Wijnhoven,januari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

wulf

Andrea Wulf – De uitvinder van de natuur – Het avontuurlijke leven van Alexander von Humboldt € 19,99

In de Westerse wereld is Alexander von Humboldt (AvH) nagenoeg vergeten. In Zuid-Amerika daarentegen worden jaarlijks festiviteiten rond zijn geboorte- en sterfdag gevierd. In de VS zijn meerdere steden naar hem vernoemd. Aardrijkskundigen kennen hem wellicht nog wel en er is zelfs een lesmethode naar hem vernoemd voor het voortgezet onderwijs: Humboldt (uitgeverij Malmberg). Wie was AvH ook alweer?

AvH werd op 14 september 1769 geboren als zoon van rijke Pruisische aristocraten. Op jonge leeftijd verliest hij zijn vader. Hij en zijn oudere broer Wilhelm worden daarna opgevoed door een liefdeloze moeder, wiens enige taak het (volgens haar) is de jongens voor te bereiden op een glanzende carrière. Liefst als ambtenaar. De twee jongens kunnen uitstekend leren. Wilhelm voldoet aan het patroon van moeder, Alexander daarentegen is rusteloos. Hij struint het liefst door de natuur waar hij stenen, planten en diertjes verzamelt. Hij komt in contact met de twintig jaar oudere Johann Wolfgang von Goethe, die inmiddels beroemd is maar uitgeblust. De enthousiaste verhalen van de jonge Humboldt breken de lethargie van de dichter. Hij gaat weer aan het werk. Later zal hij zelfs zijn Faust portretteren aan de hand van AvH.

Op dertigjarige leeftijd trekt AvH naar Zuid-Amerika. Hij is verrukt over de schoonheid van het landschap. Nauwgezet legt hij vast wat hij zoal observeert en via experimenten vaststelt. Zoals Goethe werd beïnvloed door AvH, heeft de dichter de jonge natuurwetenschapper geleerd dat de natuur niet vanuit strikt natuurwetenschappelijk oogpunt moet worden beschouwd, maar tevens via het hart, via de emotie. Dankzij die instelling ontdekt AvH als eerste hoe alles op Aarde met elkaar samenhangt. Als eerste ontdekt en onderkent hij (in 1800!) dat menselijk ingrijpen in de natuur tot klimaatverandering kan leiden. Meer en meer wetenschappers van over de hele wereld bijten zich vast in de boeken die hij schrijft. Zo ontmoet hij Galvani (ontdekte dat hij spieren van dode kikkers kon laten samentrekken met behulp van elektriciteit) en Volta (ontdekking van de batterij). Hij wordt uitgenodigd door staatshoofden als de Amerikaanse president Thomas Jefferson. De jonge Charles Darwin wordt bedwelmd door AvH’s Ansichten der Natur en besluit in zijn voetsporen te treden. Overigens had AvH al een aanzet tot de evolutietheorie gegeven.

Een nauwgezette recensie is van De uitvinder van de natuur nauwelijks te schrijven, zo veelomvattend is deze uitstekende biografie. Het boek zou verplichte kost moeten zijn voor biologen, natuurkundigen en scheikundigen, maar zeker ook voor Faust-adepten en liefhebbers van het werk van Goethe. Lof voor Andrea Wulf die met dit werk homo universalis AvH uit de vergetelheid heeft gehaald.

 

 

 

 

© Eus Wijnhoven,januari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

untitledWiesław Myśliwski – De horizon € 29,99

Myśliwski (1932) lezen betekent vooraf je literaire denkbeelden wissen en met een schone lei beginnen. Zijn stijl verschilt volstrekt van bijna alle andere proza. Soms duurt het daarom even voor zijn romans je daadwerkelijk bij de keel grijpen, maar is dat moment eenmaal gekomen – en dat komt gegarandeerd – dan laat het werk je niet meer los.

De horizon is Myśliwski’s meest autobiografische Poolse roman, waarin Piotr terugblikt op zijn leven. Die horizon wordt gevormd door het plattelandsleven dat hij heeft geleid bij de familie van moeders kant, waarbij hun gezin is ingetrokken nadat vader zijn ontslag heeft ingediend. Dat boerengezin, met inwonende ooms en tantes, geeft de schrijver weer in prachtige, doodgewone en vooral triviale zaken: de bereiding van het eten, de eeuwige woordenstrijd tussen opa en oudste zoon (oom) Władek, het weiden van koeien, de wellust van oom Stefan en de volle borsten van diens vrouw, tante Jadwina. Het is alsof je als lezer onderdeel uitmaakt van dit gezin.

Het ruim 600 pagina’s tellende boek is opgedeeld in tien hoofdstukken. Daarin springt Myśliwski in de tijd heen en weer. Zeer gedetailleerd beschrijft hij het doen en laten van zijn personages, hun omgeving, hun sociale kaders. In nagenoeg alle verhalen komt de ziekelijke vader van Piotr in beeld, als een randfiguur. Als het gezin naar een souterrain in een klein stadje in de buurt is geëvacueerd, slijt vader zijn dagen in bed, starend naar het plafond of uit het raam. Boven hen wonen Ewelina en Róża Poncka, twee prostituees, al weigert de familie van Piotr dat te geloven. Keurige dames zijn de Poncka’s volgens Piotrs moeder, die in hun kleding en manieren getuigen van goede smaak. Daarbij zijn zij verknocht aan de tango. Dan moeten het wel beschaafde dames zijn. Die dames leren Piotr de tango te dansen, als voorbereiding op diens eerste schoolfeest. Een hoofdstuk van 56 pagina’s wordt eraan gewijd om op weergaloze wijze te beschrijven waarom die Piotr de tango uiteindelijk niet op dat feest danst. Of neem het verhaal over Raafje, het hondje van oom Władek dat Piotr helpt bij het weiden van de koeien. Op een dag komt het beestje thuis met een uitgestoken oog. Vanaf dat moment heeft oom nog maar een doel: de dader vinden en hem mores leren.

De horizon is een magistrale roman waarin aan de hand van alledaagse zaken bekende levensthema’s worden behandeld: liefde, afhankelijkheid, opportunisme, familie en meer specifiek gezin. Helaas moeten we wachten op een volgende (uitstekende) vertaling van Karol Lesman en een vijfde Myśliwski in Nederlandse vertaling te kunnen lezen.

© Eus Wijnhoven,januari 2018

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!