Skip to content

Archief 2019

 

 

vannDavid Vann – Heilbot op de maan € 23,99

In Legende van een zelfmoord (2008) fictionaliseert David Vann (1966) de zelfmoord van zijn vader Jim vanuit het perspectief van een kind. Meer dan tien jaar heeft hij moeten leuren met dit boek, want geen enkele uitgever wilde het in haar fonds onderbrengen. Ten slotte is Amerika een land van onbegrensde mogelijkheden. Negatieve verschijnselen pruimt men – de Amerikaanse lezer – niet. Het heeft twintig jaar geduurd voordat Vann er mentaal aan toe was Heilbot op de maan te schrijven: een verhaal waarin hij in het hoofd van zijn vader kruipt en diens laatste dagen beschrijft.

Jim Vann heeft zelfmoord gepleegd toen David dertien jaar oud was. David heeft het zichzelf jarenlang verweten dat hij niet op verzoek van zijn vader een jaar bij hem is komen wonen, in Alaska. Hij weigerde het vertrouwde Californië te verlaten waar hij met moeder en zus woonde. Iedereen in de omgeving van Jim Vann, een man die aan een bipolaire stoornis leed, heeft geprobeerd hem te helpen, hem van zijn desastreuze depressies te bevrijden. Tevergeefs. Oom Doug zou hem die dagen bijstaan, hem niet uit het oog verliezen en er vooral voor zorgen dat Jims wapens en munitie van elkaar gescheiden waren. Jeannette, de ex-vrouw van Jim en stiefmoeder van David was een soort telefonische hulplijn voor Jim en ondanks het feit dat zij inmiddels een nieuwe relatie had, kwam zij Jim nog opzoeken in een motelkamer om hem te troosten en tot kalmte te brengen. Voor mij staat deze vrouw als een ultieme trooster, als een soort moeder Teresa ten opzichte van Jim. Helaas werd/wordt zij door Jims ouders en omgeving beschouwd als aanstichter van al het kwaad.
                Heilbot op de maan is een dubbel boek. Enerzijds kun je nauwelijks stoppen met lezen, anderzijds móet je het af en toe terzijde leggen, omdat het te rauw, inktzwart is.

Op 1 april werd David Vann door Ernest van der Kwast geïnterviewd in Rotterdam. Hij vertelde over zijn oeuvre en deelde het publiek veel mee over zijn privéleven. Hierbij een impressie van deze boeiende avond, waarbij enkele vragen door David beantwoord.

In hoeverre had u Legende van een zelfmoord nodig om Heilbot op de maan te schrijven? Kunnen we Legende van een zelfmoord als een opmaat voor uw laatste roman beschouwen?
Jawel, ik was er niet aan toe om een verhaal te schrijven vanuit de waanwereld van mijn vader. Decennialang heb ik me schuldig gevoeld over zijn dood, zoals veel familieleden overigens. Uiteindelijk heb ik zijn zelfgekozen dood geaccepteerd, toen pas kon ik dit verhaal schrijven.

U draagt het boek op aan uw stiefmoeder, Jeannette Rose. Wat je ook van haar kunt vinden, zij probeerde volgens mij de reddingsboei te zijn voor uw vader, terwijl ze inmiddels een andere relatie had. Heeft zij Heilbot op de maan gelezen? En zo ja: wat vond zij ervan?
Zij heeft het inderdaad gelezen en ze is er erg blij mee. Wel deed het haar huilen, ze barst nog steeds op de meest onverwachte momenten in hysterisch huilen uit. Wat mijn vader heeft gedaan, was afschuwelijk. Mijn vader belde Nettie met de loop van zijn pistool in zijn mond; terwijl zij verbonden waren, haalde hij de trekker over en ze heeft letterlijk gehoord hoe delen van zijn hersenen van het plafond drupten. Elf maanden voor zijn daad vertelde Nettie’s vader haar moeder dat hij nooit van haar had gehouden en dat hij haar al decennialang ontrouw was. Daarop pakte zij een geweer uit zijn uitgebreide verzameling – EW: Vann wijst het podium aan en vertelt dat het armamentarium van de bewuste man zeker de helft daarvan bestreek, met honderden wapens – en schoot hem dood, waarna ze de hand aan zichzelf sloeg. En dan elf maanden later mijn vader…

Bent u weleens gevraagd uw licht te laten schijnen over het verschijnsel zelfmoord?
Vann begint te lachen. Belachelijk, zegt hij, want ik ben natuurlijk helemaal geen deskundige op dit gebied. In meerdere landen ben ik uitgenodigd, in Noorwegen zelfs ooit als keynote speaker op een conferentie. Anderzijds weet ik niet of je per se een deskundige hoeft te zijn. De gevoelens van de nabestaanden zijn over de hele wereld hetzelfde, van China tot Nederland, van Turkije tot de VS. Daarin verschillen we niet van elkaar.
In Amerika is zelfmoord een onderwerp waar niet over wordt gesproken. In Frankrijk daarentegen is Legende van een zelfmoord onderdeel van het curriculum, daar staat men veel meer open om over dit onderwerp na te denken. Sowieso is de Amerikaanse maatschappij helemaal verknipt, en gezien de leden van het Supreme Court zal dat de komende decennia niet veranderen. Zíj bepalen de politieke koers, en niemand anders. Wist je dat er jaarlijks 30.000 doden vallen in de VS door vuurwapengeweld? Dat is meer dan in welke oorlog de VS ook voeren. Maar durf dat niet te verklaren door de idiote hoeveelheid wapens in particuliere handen, dan is het land te klein. Schoolshootings? Dat is het werk van individuen, gestoorde geesten. En zo wordt alles recht gepraat. Durf het beestje vooral niet bij de naam te noemen…

Uw vader was een man van plannen: als hij zich eenmaal iets had voorgenomen, was hij daar niet meer vanaf te brengen. Had hij inderdaad zijn dood gepland? En wilde hij zijn naaste omgeving met zich meesleuren in de dood?
Dat van die naaste omgeving heb ik zelf bedacht. Ik kan me goed voorstellen dat het in zijn hoofd heeft gespeeld om ons, zijn kinderen en zijn ex-vrouwen, mee te nemen in de dood. Maar of er een vast plan ten grondslag lag aan dit scenario, zijn uiteindelijke zelfmoord? Ik denk het eigenlijk niet. Op een gegeven moment bevind je je echter in een momentum, dan is er geen weg terug, althans die zie je zelf niet meer. Volgens mij is dat het geval geweest. Ik ken dat zelf.

In welke zin kent u dat zelf?
Net als mijn vader was ik altijd het beste jongetje van de klas, ik haalde de hoogste cijfers, want dat had ik me nu eenmaal voorgenomen. Ook ik ben niet in staat af te wijken van een plan. Zo werk ik op dit moment aan een boek over mijn scheiding – alweer zo’n onderwerp waar de Amerikaanse samenleving niet op zit te wachten, want een huwelijk is vanzelfsprekend sprookjesachtig en kent een happy end – welke onontkoombaar was. Niet dat ik het had gepland, maar ik voelde op zeker moment dat het niet goed ging in onze relatie. Drie jaar heeft het geduurd voordat ik daar over sprak met mijn vrouw, voordat we in therapie gingen. Maar het momentum was voorbij, ik zat gevangen, er was geen weg terug.

De eerlijkheid van de schrijver geeft op zeker moment te denken:
– Evenals zijn vader heeft David zijn zinnen gezet op een boot, wat uiteindelijk helemaal misloopt en hem met fikse schulden opzadelt.
– Evenals zijn vader is hij gescheiden, omdat hij niet op tijd kon praten met zijn partner.
– Evenals zijn vader is hij niet van een plan af te brengen als hij dat eenmaal in zijn hoofd heeft gezet.
– Evenals zijn vader is David in hart en ziel een natuurmens, een ‘jager’, eigenlijk helemaal niet in staat te (over)leven in de urbane wereld.
– Evenals zijn vader leeft David nu een zwervend bestaan (hij woont op dit moment in Maleisië, op zijn eigen boot, en reist mooie duiklocaties af, in de wetenschap dat deze er over twintig jaar ten gevolge van klimaatverandering naar verwachting niet meer zullen zijn).
Dan stelt iemand uit het publiek de wellicht meest confronterende vraag: Bent u zelf niet bang ooit door zelfmoordgedachten gedreven te worden?
In mijn familie zijn vijf doden gevallen, waaronder Nettie’s ouders, door zelfmoord of moord. Dat zal mij niet overkomen. Vijf is genoeg.

David Vann oogt opmerkelijk vrolijk deze avond, heeft een gezonde dosis zelfspot, bekijkt de misstanden in de wereld met open vizier en probeert daar door een grap en een grol mee om te gaan. Zijn prachtige boeken kenmerken zich door een donkere kant, maar altijd is er ook sprake van optimisme. Ook Heilbot op de maan is zo’n boek. Maar voor u daaraan begint, raad ik aan eerst Legende van een zelfmoord te lezen. Dan haalt u (nog) veel meer uit Heilbot. Ook de gerelateerde verhalen die aan Heilbot zijn toegevoegd, versterken de kracht van deze roman. Het zijn verhalen waar uitgevers in vele landen hun handen niet aan durfden te branden. Lees daarom deze Nederlandse unieke uitgave!

 

buwaldaPeter Buwalda – Otmars zonen € 27,50

Dolf Smit woont samen met zijn moeder in een flatje in Blerick, een dorp dat tegen Venlo aan schurkt. Zijn vader heeft het gezin verlaten, Dolf kent hem niet. Op zeker moment krijgt Dolfs moeder een relatie met Otmar Smit, dirigent op het muziekschooltje in het dorp. Na een tijdje besluit zij met haar zoon bij Otmar in te trekken, in diens ruime huis in Venlo.
Otmar heeft twee kinderen: Tosca en Dolf. Het meisje is al op jonge leeftijd een begaafd violiste, de jongen speelt piano dat de vonken ervan afvliegen. Twee Dolfjes in huis is onhandig, dus wordt Dolf uit Blerick al snel Ludwig genoemd, naar Ludwig van Beethoven. Otmar toont zich een liefdevol vader ten opzichte van Ludwig, maar hij drilt zijn eigen kinderen tot wanhoop toe. Zij moeten en zullen beroemde muzikanten worden. Dat laatste zal ook lukken bij Dolf, met zijn spel lokt hij bijkans engelen uit de hemel, al is hij dan inmiddels zo verknipt als een dronken Maleier.

Ludwig kent weinig ambitie, hij koestert een veilige haven bij zijn werkgever Shell. Als hij op zeker moment naar het eiland Sakhalin moet om directeur Johan Tromp te adviseren inzake bescherming van de walvissen jegens Shells verderfelijke praktijken, herkent hij in de man zijn biologische vader. In Sakhalin duikt ook Isabelle Orthel op, een bijfiguur in Bonita Avenue, maar wel een dermate belangrijke bijfiguur dat zij protagonist Siem Sigerius toen deed wankelen. Isabelle heeft jaren geleden Tromp onder valse voorwendselen – sadomasochistische seksuele handelingen bleken Tromps achilleshiel – geïnterviewd in de tijd dat hij nog in Nigeria voor Shell werkte. Deze keer zal zij haar ware aard onthullen: onderzoeksjournaliste voor de Financial Times. Terwijl Isabelle op het vliegveld arriveert, kan Ludwig niet terug naar vrouw en kind in Nederland vanwege een hevige sneeuwstorm. Alle hotelbedden blijken bezet, maar Ludwig weet nog één kamer te bemachtigen, met een eenpersoonsbed (vanzelfsprekend), en Isabelle trekt voor een aantal dagen bij hem in. Zij kennen elkaar, Isabelle is zeer geïnteresseerd in Dolf Smit, de pianist, en Ludwig heeft een geheim over Dolf, gerelateerd aan Beethoven. De dagen daarna zet zij al haar zinnen op Johan Tromp, ze wil hem ontmaskeren, kapot maken. En ze probeert Ludwig het geheim te ontfutselen, wat niet zo moeilijk blijkt. Ondertussen bedenkt Ludwig hoe hij zich kan introduceren bij zijn biologische vader.

Otmars zonen gaat over het (on)belang van bloedbanden; wie is er bepalend voor je leven: je genenkaart (biologische familie) of degene die je opvoedt? Meer dan eens stelt de verteller dat familie slechts een lastig gegeven is, dat die er niet toe doet. Zo behandelt Ludwig overigens ook zijn eigen vrouw en kind. Eigenlijk is Ludwig een vervelend kereltje, een lapzwans die zomaar een hoofdrol zou kunnen spelen in een MeToo-drama. En toch, toch ga je een beetje van hem houden. Otmars Zonen is minstens zo goed als Bonita Avenue. Het einde stoorde me echter bovenmatig: alsof ineens de benzine op is, terwijl je op de snelweg rijdt in een godverlaten vlakte… Een open einde zie ik graag, maar bij dit einde valt de lezer in een ravijn. Kom op, Buwalda, ik wil deel 2 van de trilogie!

© Eus Wijnhoven, maart 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

 

boekenweekgeschenkJan Siebelink – Jas van belofte
(Cadeau bij aankoop van € 12,50 aan boeken én gratis met de trein op zondag 31 maart op vertoon van het geschenk!)

Tijdens een lesuur Frans meldt de conciërge dat er telefoon is voor docent Arthur Siebrandi. Het blijkt een bericht van de befaamde recensent Edwin Wopereis. Deze is gecharmeerd van het verhaal Wit-Zwart dat Arthur heeft geschreven. Als Arthur de man vertelt dat hij werkt aan een roman, biedt Edwin hem begeleiding aan. In eerste instantie is Arthur euforisch over deze samenwerking, maar dat gevoel verdwijnt naarmate de tijd verstrijkt en Wopereis zich steeds minder gelegen laat liggen aan de kopij die Arthur hem voorlegt. Dan ontmoet hij schrijver Loet IJzertje in café Het wapen van Zwart (een duidelijke verwijzing naar schrijverscafé de Zwart aan het Amsterdamse Spui), waar barkeeper Wit Loet het ene na het andere vaasje bier schenkt. Arthur en Loet voeren diepgaande gesprekken, waarbij het geloof vaak het thema is. Loet is een afvallige katholiek, maar dankzij de bevlogen verhalen van Arthur laait het waakvlammetje van zijn verloren geloof weer op. De gesprekken gaan over het weerzien met vader, bij het aanschouwen van de Troon en het Lam, in de hemel. Er ontstaat een warme vriendschap tussen beide mannen. Alvorens IJzertje ten gevolge van zijn alcoholisme overlijdt, heeft hij Arthur voorgesteld aan zijn eigen uitgever, Rob Sterrenberg. Deze weet Arthur over te halen zijn roman te voltooien en bij hem uit te geven. Het wordt een bestseller.

Jas van belofte begint met een uitspraak van Albert Verwey: “De liefde die vriendschap heet.” Vriendschap vormt inderdaad de rode draad door de novelle, al lonkt Vatersuche steeds om de hoek. Die hunkering naar de verdwenen vader is misschien ook wel een hunkering naar vriendschap die Arthur nooit van zijn vader heeft ervaren.

Het Boekenweekgeschenk van Jan Siebelink is wellicht het meest autobiografische dat de laatste jaren is verschenen:
– Arthur Siebrandi, man op leeftijd, hunkert naar vader die in het verleden plotseling is verdwenen;
– protagonist Arthur is leerkracht Frans en vooral gecharmeerd van de beste leerlingen, liefst aantrekkelijke meisjes, op het hoogste onderwijsniveau;
– Arthur groeit op op een kwekerij, waarbij zijn vader er regelmatig tussenuit knijpt om met geloofsbroeders en –zusters God aan te roepen met de smeekbede hun een signaal te geven;
– Siebelink kan zijn bewondering voor auto’s (het ‘open’ autootje van Arthur staat voor Siebelinks Mazda MX-5, het zonlicht dat in de zwarte Maserati voor de deur wordt weerspiegeld verwijst naar de Maserati die hij heeft gekocht na het succes van Knielen op een bed violen) nauwelijks onderdrukken;
– ijdelheid, ook al kan Siebelink dat afwimpelen als een karaktertrek van zijn protagonist.
Jas van belofte is een fijn Boekenweekgeschenk!

 

© Eus Wijnhoven, maart 2019

 

mann vulkaanKlaus Mann – De vulkaan € 25,99

(bespreking van de Duitse editie)

Al begin jaren dertig van de vorige eeuw zag Klaus Mann (1906 – 1949) dat het helemaal de verkeerde kant op ging in Duitsland. Het nationaal socialisme, een minderheidsbeweging die zich middels grof geweld deed gelden, kon aan populariteit winnen in een land dat in crisis verkeerde. Al snel beseft hij dat de bruinhemden het vooral op communisten en joden gemunt hebben, dat zij in Duitsland ‘op een vulkaan’ leven. “Ich habe es nicht gewust” is een ongeloofwaardige uitspraak als je leest over het bestaan van concentratiekampen (vooral om joden en zigeuners in op te bergen) waaruit zelden iemand levend terugkeert. Dit alles schreef Klaus Mann vóór 1939, nota bene vanuit Amsterdam en de VS. In 1933 ziet Klaus zich gedwongen zijn vaderland voor Amsterdam te verruilen, waar hij in vrijwillige ballingschap leeft. In 1938 vertrekt hij naar de VS. Met zijn vooruitziende blik schreef hij middels een innerlijke monoloog van een van zijn personages in Der Vulkan:

“Freiheit und Barmherzigkeit sind skandalöse Vokabeln, sowohl lächerlich als auch kriminell -: weg damit! Endlich zum Teufel mit ihnen! Wir sind die Teufel, sind der Antichrist – empfinden die regierenden Mörder.

De 1e druk van Der Vulkan – Roman unter Emigranten verscheen in 1939 in Nederland, bij uitgeverij Querido. Het verhaal speelt in de periode 1933 – 1938 en is vooral gesitueerd in Amsterdam, Parijs, de VS en Zürich. Ballingen van verschillende pluimage treffen elkaar: bankiers, dansers, dichters, joden, schilders, schrijvers en politiek vluchtelingen zoals communisten. Hun oorsprong verschilt vaak hemelsbreed, maar men is tot elkaar veroordeeld, wat niet zelden tot spanningen leidt. Neem daarbij de continue vrees voor infiltratie van bruinhemden. In bepaalde aspecten van balling Martin herkennen we Klaus Mann: verwende zoon van een rijke vader, zelfdestructief, homofiel en heroïneverslaafd schrijver (die maar enkele gedichten zal schrijven alvorens aan zijn verslaving ten onder te gaan). Wanhopig is hij, wat Mann wederom weergeeft in sterke innerlijke monologen.

Herr, wohin fürst du uns? Was hast du vor mit uns, Herr? … Mein eigenes Herz ist berührt und ergriffen; es schlägt angstvoll in meiner Brust. Deshalb will ich von den Ruhelosen und Heimatlosen erzählen.

De roes van de heroïne helpt hem te ontsnappen aan de ellende, maar met die monoloog geeft hij tegelijk de innerlijke drang weer waardoor Klaus dit boek moet schrijven.

Die eerste jaren in ballingschap is er hoop. Geruchten bereiken de emigranten waardoor zij denken dat Hitler en zijn boevenbende binnen afzienbare tijd verslagen zullen worden door weldenkende Duitsers. De ratio zal overwinnen. Die hoop blijkt echter vergeefs.
Sommige ballingen slagen erin een carrière op te bouwen in hun nieuwe woonplaats, zoals bijvoorbeeld Marion, terwijl haar zusje Tilly zal bezwijken. En al kan hoogleraar Duitse literatuurgeschiedenis Benjamin Abel maar moeilijk wennen in Amsterdam, uiteindelijk zal hij zijn draai vinden. Anderen, die dankzij hun enorme kapitalen hun voormalige luxe leven in het buitenland kunnen voortzetten, komen bedrogen uit want het fascisme blijft niet tot Duitsland beperkt. De verschillende verhaallijnen overlappen elkaar regelmatig, ballingen uit verschillende oorden treffen elkaar. Zo komen geschiedenissen samen, soms voorgoed.

Klaus Mann beschouwde De vulkaan als zijn beste boek en daar valt wat voor te zeggen. Toen na WO-II de spanningen tussen de VS en de USSR toenamen werd hij steeds somberder. Dat kon zelfs de heroïne niet langer verdoven. Op 42-jarige leeftijd pleegde hij zelfmoord.

© Eus Wijnhoven, maart 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

karlssonJonas Karlsson – Het circus € 19,99

Het circus is een korte psychedelische roman. De hoofdpersoon gaat met diens vriend Magnus Gabrielsson naar een circusvoorstelling. Als de goochelaar een vrijwilliger uit het publiek vraagt om zich weg te laten toveren, steekt Magnus zijn hand op. Hij neemt deel aan de act en verdwijnt in een spiegel, waarna hij nooit meer tevoorschijn komt. Dan begint de zoektocht van de hoofdpersoon naar diens beste vriend.

De twee jongemannen zijn single en een beetje vreemd, twee introverte enigszins eenzame geesten. In die zin vinden zij elkaar. Met elkaar praten doen zij weinig, zij communiceren via muziek (jaren tachtig). Je bent een hardrocker of een synthpopfan. Vanzelfsprekend (…) behoren de mannen – in ieder geval nadat de hoofdpersoon Magnus heeft overtuigd – tot de laatste. De zoektocht van de hoofdpersoon krijgt een extra dimensie als hij op zeker moment wordt gebeld, waarna er slechts muziek te horen is. “Magnus?” vraagt hij, “Ben jij dat, Magnus?” Aan de andere kant van de lijn geeft men echter geen sjoege. Daardoor raakt de hoofdpersoon zichzelf kwijt (of was hij dat al?).

Het omslag van Het circus is uitstekend gekozen: je kunt zo maar in een gapend gat verdwijnen. Wat heeft zich werkelijk afgespeeld? Karlsson heeft met Het circus een zeer apart verhaal geschreven.

 

© Eus Wijnhoven, maart 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Basis CMYKGabriel Tallent – Mijn allerliefste schat € 15,00

De jonge tiener Turtle Alveston woont samen met vader Martin aan de rand van een klein plaatsje in de natuur, in het noorden van Californië. Opa, Martins vader, woont iets verderop in een caravan. Turtle’s moeder is overleden toen het meisje een jaar of zes was. Martin, een knappe en intelligente man, is na het verlies van zijn vrouw de wereld om hem heen als vijand gaan beschouwen. Zijn levensdoel is z’n kleine meisje, zijn allerliefste schat (‘klontje’), tegen de boze buitenwereld te wapenen. Letterlijk en figuurlijk. Vaak brengt hij haar op gruwelijke wijze overlevingsstrategieën en doorzettingsvermogen bij, bijvoorbeeld door haar met beide armen aan een hoge balk te laten hangen en een vlijmscherp mes met de punt naar boven tussen haar benen te houden. Mocht Turtle het op zeker moment moeten opgeven, dan zal het mes haar onherroepelijk binnendringen.
Turtle aanbidt haar vader, de man die alles kan, die haar heeft leren jagen, die een perfecte scherpschutter van haar heeft gemaakt. Daarnaast vindt ze het fijn als hij haar zo af en toe komt halen en bij hem in zijn bed legt, waarna hij haar streelt. Als hij haar op zeker moment ook penetreert, ze is dan ongeveer twaalf jaar oud, beseft ze dat de situatie niet helemaal normaal is. Toch is de loyaliteit naar Martin groter dan hier problemen van te maken.
Op school heeft lerares Anna in de gaten dat er iets vreemds aan de hand is met dat stoïcijnse meisje bij haar in de klas. Als Martin daar, in bijzijn van Turtle, op wordt aangesproken, hoont hij alles weg. “Zie je wel, Turtle, ze zijn allemaal tegen ons.”

Als Turtle op zekere dag door de bossen zwerft, ontdekt ze twee wat oudere jongens wiens gezichten ze van school kent. Ze bespiedt hen, en uiteindelijk redt ze de verdwaalde gasten. De moeder van een van de twee blijkt een hartsvriendin te zijn geweest van Turtle’s moeder, maar vooralsnog beschermt het meisje haar vader en probeert ze diens (wan)daden nog steeds voor zichzelf goed te praten. Ze wordt echter verliefd op Jacob, een van de twee jongens, die ook zeer onder de indruk is van dit wilde meisje. En dan is Martin ineens verdwenen.

Na maanden verschijnt vader vanuit het niets weer thuis. Hij heeft een klein meisje bij zich, een verwaarloosd kind van een jaar of tien. In eerste instantie beschouwt Turtle het lastige kreng als een concurrente voor aandacht van Martin; langzaam maar zeker beseft ze dat ze dit hulpeloze schepseltje moet redden uit de klauwen van het monster dat haar vader is. Wat volgt is een strijd op leven en dood. Misschien had Martin zijn ‘klontje’ iets minder goed moeten onderrichten in overlevingsstrategieën en in het hanteren van vuurwapens…

Mijn allerliefste schat is een boek dat ik regelmatig heb moeten wegleggen, omdat het me even teveel werd. Daarentegen is het zó goed geschreven, dat je het na een korte plaspauze toch weer oppakt om verder te lezen. Tallent heeft een gruwelijk (mooi) en wreed debuut geschreven. Dit boek mag je niet missen!

 

© Eus Wijnhoven, maart 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

timmUwe Timm – Icarië  € 25,00

De vader van Michael Hansen, befaamd taxidermist, wordt in 1930 gevraagd naar de VS te komen om daar dieren te prepareren. Twee jaar later volgen zijn vrouw en kinderen. Michael is dan twaalf jaar. Ondanks de ontwikkelingen in West-Europa en de argwaan die ook in de VS jegens Duitsers groeit, blijft men thuis hun landstaal spreken.

Als Hitler is verslagen, wordt Michael als luitenant naar Duitsland gestuurd. Hij dient te onderzoeken hoe de eugeneticaleer heeft kunnen bloeien en welk verband deze heeft met de idealistische, communistische gemeenschap in Idaho: Icarië. Daartoe dient hij de gangen na te gaan van Dr. Alfred Ploetz, arts. Hij dient diens archieven op te sporen en over te dragen aan de CIC (Counter Intelligence Corps). Verder moet hij uitzoeken hoe de leer van Dr. Ploetz is ontwikkeld, liefst via getuigen. Die laatste vindt hij in de oude Arthur Wagner. Hansen confisqueert een riante villa aan de Ammersee en vordert de Adler Trumpf cabriolet van de plaatselijke apotheker. Hij leidt een luxe leven en, ondanks het verbod op verbroedering met de Duitsers, doet zich tegoed aan vrouwelijk (Duits) schoon. Daarbij weet vooral de sexy Molly hem om haar vinger te winden.

Wagner heeft jarenlang moeten onderduiken in de kelder van een antiquariaat. Eindelijk wil er iemand naar hem luisteren. Hij vertelt het verhaal van Ploetz en hemzelf, hoe zij op zoek waren naar een betere wereld, een die zij dachten te ontdekken in Icarië, Idaho. Deze gemeenschap, opgericht door de Fransman Étienne cabet, gaat uit van vrijheid, gelijkheid en broederschap. In de praktijk blijkt deze gemeenschap veel minder idealistisch dan dat beide mannen zich hadden voorgesteld. Terwijl Wagner zich daarna toespitst op de (communistische) economie, stort zijn vriend Ploetz zich op rassenverbetering. Dat laatste gebeurt in feite op ideële basis: erfelijke ziekten dienen uitgebannen te worden, mensen dienen krachtiger te worden; Ploetz is een wereldverbeteraar pur sang. De leer van de eugenetica neemt, mede dankzij Ploetz, een vlucht. Zijn ‘rassenhygiëne’ wordt in grote delen van de wereld populair. In de VS, Denemarken en Zweden is het zelfs al zo dat bepaalde individuen verplicht gesteriliseerd worden om nakomelingen met ongewenste eigenschappen te voorkomen. Persoonlijk houdt de arts 1600 konijnen, een deel bedient hij dagelijks van alcohol. Middels ontleding van hun hersenen, en die van hun nakomelingen, wil hij aantonen dat alcohol een negatief effect heeft op de hersenen van de nakomelingen. Vlak voor zijn dood beseft hij dat zijn jarenlang gekoesterde hypothese verworpen dient te worden, en hij ziet in dat zijn rassenleer gruwelijke gevolgen heeft. Niet veel later overlijdt Ploetz.

Hansen wordt tegen zijn zin ontboden na van april tot september in Duitsland te hebben gewerkt, van de vrijheid te hebben genoten. Hij dient de villa te verlaten en zijn mooie cabriolet aan de apotheker terug te geven. De CIC is teleurgesteld in zijn rapport: Icarië blijkt veel minder een communistisch gevaar dan men voor ogen had. Zo verlaat Hansen gedesillusioneerd zijn vaderland.

Timm vertoont een knap kunstje door de regel show, don’t tell te omzeilen. Niet Hansen vertelt, we worden weliswaar deelgenoot van zijn wel en wee (show), maar Timm laat Wagner vertellen. Dat doet deze voor ongeveer twee derde van het boek. Dat verveelt geen enkele seconde en is leerzaam bovendien. Wat daarnaast bijzonder is aan deze uitstekende roman is het feit dat Uwe Timm daadwerkelijk is getrouwd met de kleindochter van Dr. Alfred Ploetz.

© Eus Wijnhoven, februari 2019

 

 

kushnerRachel Kushner – The Mars room € 13,95 ( Club Mars € 21,99)

Romy Hall, protagonist, is veroordeeld tot twee keer levenslang, plus een beetje. Alleen dat gegeven is al vreemd voor ons, Nederlanders. Kushner beschrijft de weg in de bus naar de gevangenis, waarbij we al enkele vrouwen leren kennen die er later toe doen. Zoals de bipolaire Laura Lipp, die haar eigen kind heeft vermoord, Conan, een man in een vrouwenlichaam, Teardrop, die als geen ander via haar sociale media mannen weet te verleiden zich aan haar te binden om zo ook in de gevangenis haar heroïne te krijgen. Maar bovenal toont Kushner ons de mens achter de veroordeelde: Romy, die gearresteerd is toen haar zoontje Jackson nog maar vijf jaar oud was, die zij bij haar moeder heeft achtergelaten. En dan ineens ontvangt zij het bericht dat moeder is overleden, dat zij staatsrechtelijk niet meer de moeder is van haar eigen zoon.

Allerlei mensen, vooral vrouwen, passeren de revue. Het kan niet anders dan dat je medelijden krijgt met de verschillende karakters. Allen hebben een niet-te-benijden achtergrond. En dan Romy: via via – illegaal – verneemt zij dat haar het ouderschap is ontnomen van Jackson, terwijl ze inmiddels weet dat haar moeder is overleden. Vind je het gek dat zij een extreme daad stelt?

Als je niet beter zou weten, zou je denken dat Rachel Kushner zelf jaren heeft ‘gediend.’ Niets is minder waar. Dit vijfsterrenboek geeft ons, lezers, een kijkje achter de grote koppen in de krant, het toont ons de menselijke kant van individuen die op zeker moment zijn ontspoord. Een prachtig verhaal!

© Eus Wijnhoven, februari 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

ontembareGuillermo Arriaga – De ontembare € 24,99

Aansluitend op deze bespreking is een weergave van een gesprek met Arriaga opgenomen, gevoerd op 2 februari bij uitgeverij Atlas/Contact.

De ontembare is in meerdere zin een ‘wreed’ boek. Enerzijds is er de verhaallijn over de rauwe jeugd van Juan Guillermo in Mexico-stad, anderzijds de jacht op een wolf in het barre winterse Canada. Arriaga trekt de lezer direct in het verhaal om deze daarna niet meer los te laten. “Twee broers had ik. Allebei verloren ze door mijn toedoen het leven,” aldus Juan Guillermo op pagina 2. Probeer het boek dan nog maar eens weg te leggen…
Juan groeit op in een wijk waar geweld eerder regel dan uitzondering is. Zijn zeven jaar oudere broer Carlos fokt chinchilla’s op het dak – de daken van de huizen, waar veel gebeurtenissen zich afspelen – en verdient op die wijze een aardige cent. Op zeker moment ontdekt hij een gat in de markt: lsd en heroïne. De plaatselijke drugsmaffia staat dit toe, zij richten zich vooral op wiet- en cocaïnegebruikers. De politie is echter een taaie tegenstander: men eist een aandeel van Carlos’ omzet op, waaraan hij geen gehoor wenst te geven. En dan zijn er nog de ‘goede jongens’, een criminele orthodox katholieke jeugdbende. Op verzoek van Carlos infiltreert Juan Guillermo in de groep, wat uiteindelijk fatale gevolgen voor de drugsdealer zal hebben.
Als de buren verhuizen, willen zij hun valse wolfshond Fang laten inslapen. Juan weet te bewerkstelligen dat hij de nieuwe eigenaar wordt van het kreng. Als hij de papieren bestudeert die hij met de hond heeft gekregen, blijkt Fang een volbloed wolf te zijn, afkomstig van een fokkerij in Canada.

Het wel en wee in Mexico-stad wordt afgewisseld door het verhaal van pelsjager Aramuq in Noord-Canada. Volgens een legende huist je geest in de grootste en sterkste wolf die op je pad komt. Deze zul je moeten najagen totdat je het beest hebt gedood, pas dan zul je jezelf vinden. Aramuq kruist het pad van ‘zijn’ wolf. Vanaf het moment dat hij dit machtige dier voor het eerst ziet, weet hij zeker dat juist dit mannetje hem naar het paradijs kan brengen. Wat volgt is een bizarre jacht, een strijd op leven en dood.

Op ingenieuze wijze weet de auteur beide verhaallijnen in elkaar te knopen. Door de geslaagde cliffhangers en de afwisseling van verhalen is het nauwelijks mogelijk te stoppen met lezen (825 pagina’s). Regelmatig is sprake van gruwelijk geweld, maar Arriaga weet dat op zo’n manier te presenteren dat het prikkelt door te gaan met het verhaal. De laatste honderd pagina’s hadden meer uitgesponnen mogen zijn, maar dat is dan ook een van de weinige minpunten van De ontembare. Zeer terecht is dit boek in januari door het boekenpanel van DWDD uitverkoren tot Boek van de maand.

Zaterdag 2 februari heb ik de Mexicaanse auteur/regisseur Guillermo Arriaga op uitnodiging van uitgeverij Atlas/Contact in Amsterdam ontmoet. Als aanvulling op de bespreking van De ontembare volgt hier een weergave van die ontmoeting (de uitspraken van Arriaga zijn geen letterlijke weergave).

Hoe lang heeft u gewerkt aan De ontembare?
Ik had het boek al twintig jaar in mijn hoofd. De eerste versie was in drie jaar voltooid, daarna ben ik gaan schaven en schrappen met als resultaat dat het boek 500 pagina’s dunner is dan in de originele versie. Overigens is El Salvaje (de Mexicaanse eerste editie van 10.000 exemplaren, 2016; EW) dunner dan de Nederlandse, want de drukker vond het boek wel erg dik en heeft alle witregels weggehaald. Blijkbaar begrijpt de man niet dat witregels een functie hebben.

Maakt u vooraf een raamwerk van een roman?
Ik schrijf volkomen intuïtief, weet bij god niet waar het verhaal toe zal leiden. I’m a reader, I don’t know what comes next. I always wonder: who is dictating me? Dagelijkse gebeurtenissen bepalen de loop van het verhaal, nieuwsberichten, het weer, mijn ervaringen in de natuur.

In hoeverre is het boek gebaseerd op uw eigen leven?
Alles. Weliswaar groeide ik op in een gegoede wijk, maar ook ik ben vanwege wangedrag op mijn tiende van school getrapt. De buren hadden inderdaad een wolf als huisdier, een beest zo mak als een lammetje, dat dan weer wel. Mijn broer heet Carlos, maar hij leeft en is hoogleraar chemie. The ‘good guys’ do exist and I’ve been visiting ten or so of their meetings. Nadat ik, ongelovige, besloot deze niet meer bij te wonen, werd ik door hen bedreigd. Ook Chelo (het promiscue meisje waarop Juan verliefd is; EW) heeft bestaan. Ik was stikverliefd op haar, een meisje vijf jaar ouder dan ik, maar ze is op haar twintigste overleden. De hondengevechten en het gokimperium daaromheen: real. De Nazi’s bestaan, zij reguleren de wiet- en cocaïnehandel in Mexico-stad. (Lachend:) Hun leider ‘Mister Mexico’ is een kleine kale man, altijd en eeuwig op zijn Harley-Davidson. Wee degene die hem een strobreed in de weg legt. Het grappige is: als hij spreekt, hoor je een hoge meisjesstem. Waag het niet daar om te lachen, het zal je dood betekenen. Ook de corruptie van de politie is op werkelijkheid gebaseerd.  The book is based on facts that never happened, but all could have happened.

Bent u naar winters Canada afgereisd om onderzoek te doen voor uw boek?
Nee, ik ben slechts één keer kort naar Canada geweest, in de zomer, als zestienjarige. Het betrof een soort uitwisseling, maar ik kwam bij een pedofiele man terecht en binnen de kortste keren was ik terug in Mexico! Mijn inspiratie deed ik op in Nieuw-Zeeland, waar ik in extreem winterse omstandigheden op jacht ben geweest. Het is een kwestie van vertalen naar een andere locatie.

De jacht van Amaruq op wolf Nujuaqtutuq is zeer plastisch beschreven. Bent u zelf een jager?
Ja, en ik ken het respect voor een dier. Zo jaag ik al drie jaar op een specifiek hert, een grote bok. Een prachtig dier! Het leeft op zo’n vijftien kilometer van mijn huis in Mexico-stad (op ruim 2200 meter boven de zeespiegel is Mexico-stad met haar 23 miljoen inwoners gevarieerd, van krottenwijken tot zeer uitgestrekte natuurgebieden; EW). Vaak heb ik meer dan zes uur per dag liggen wachten, pijl en boog in de aanslag. Met een geweer jagen doe ik niet, dat is laf (Amaruq jaagt overigens wel degelijk met geweer; EW). En dan ineens zie ik ‘mijn’ hert verschijnen, een seconde. Op meer dan driehonderd meter afstand is het niet mogelijk hem goed te raken. Een enkele keer is het me gelukt hem zo dicht te naderen. Dan maakte ik bewust een ritselend gebaar, zodat hij me kon ontdekken en vluchten. Maar ooit zal ik hem schieten. Dat hert is mijn Nujuaqtutuq. Hij wordt oud, dus dood zal hij toch gaan binnen afzienbare tijd. Dat ene hert is het dier waar mijn ziel in huist.

De eerste zevenhonderd pagina’s beschrijven zeer gedetailleerd het wel en wee van de protagonisten. Het laatste deel van de roman – de reis naar Canada – is als een samenvatting van de wederwaardigheden. Wat heeft u daartoe doen besluiten?
Het werd teveel, de pagina’s die ik heb geschrapt betroffen vooral dit deel van het boek. Bovendien ben ik zelf ooit met de bus naar Canada gereisd voor die rampzalige ‘vakantie’. Ik heb de tocht beschreven zoals je die vanuit zo’n bus ziet: het landschap trekt aan je voorbij, niets meer en niets minder.

De titel van uw boek is enkelvoud, maar de karakters, zowel mens als dier, zijn allemaal in zekere zin ontembaar. Vanwaar dat enkelvoud?
Je hebt gelijk, allen zijn mensen/dieren met een zeer uitgesproken eigen wil. Toen ik echter op mijn vijftiende dusdanig in elkaar ben geslagen dat ik sindsdien mijn reukzin kwijt ben, besloot ik ontembaar te worden. Juan Guillermo is voor mij de meest uitgesproken ontembare uit het verhaal.

U heeft als scenarioschrijver en regisseur meerdere prijzen in de wacht gesleept. Voelt u zich eerder cineast dan auteur?
I’m a novelist, full stop. Ook als ik een film maak ben ik eerst en vooral een auteur.

Eerdere boeken van u zijn verfilmd. Gaat u El Salvaje verfilmen? Kan/mag een ander De ontembare verfilmen?
Nee, ik zal dat nooit doen. En een ander? Als me vier miljoen dollar wordt geboden: ga je gang. Dan ga ik toekijken hoe die ander faalt. Ach, je moet er wat voor over hebben (lacht). Er zijn wel plannen er een tv-serie van te maken. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Dit verhaal is niet in een kleine twee uur te vatten. Bovendien speelt veel zich af in de hoofden van de mensen. Dat is moeilijk in beeld vast te leggen op een manier dat het interessant blijft voor de kijker.

© Eus Wijnhoven, februari 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

swiftGraham Swift – Wish You Were Here € 14,99 

Jack Luxton is elf jaar oud als zijn moeder overlijdt. Hij blijft achter op de eeuwenoude boerderij in Devon met vader Michael en zijn acht jaar jongere broertje Tom. De boerderij die aan het landschap van de Luxtons grenst is die van Jimmy Merrick. Diens vrouw is weggelopen. Samen met dochter Ellie runt Jimmy de melkveehouderij. Het is sappelen, zeker nadat Groot-Brittannië eerst door de gekke koeienziekte wordt getroffen en een aantal jaren later door mond-en-klauwzeer.
Van jongs af aan hebben Jack en Ellie een oogje op elkaar. Zij klampen zich aan elkaar vast om hun stugge vaders te kunnen weerstaan. Ook de afstand tussen Tom en zijn vader wordt groter en als hond Luke wordt begraven, begaat Tom bijna een fatale daad. Precies op zijn achttiende verjaardag smeert hij ’m, met medeweten van Jack, om zich aan te melden bij het leger. Daarna vernemen ze in Devon, op één kaartje na, nooit meer iets van Tom die zelfs niets van zich laat horen als Michael overlijdt.
Als Jimmy kort daarna bezwijkt aan longkanker, besluiten Ellie en Jack hun boerderijen te verkopen. Ellie heeft een brief ontvangen waarin haar wordt meegedeeld dat haar een caravanpark is nagelaten op het Ilse of Wight. Samen bouwen zij daar een nieuwe toekomst op, waarbij zij tweeëndertig caravans ‘hoeden’ in plaats van koeien. Aan hun gelukkige bestaan komt echter een abrupt einde als een hoge militair komt melden dat Tom in Irak is gesneuveld.

Ellie besluit niet terug te keren naar haar geboortegrond om haar zwager daar te begraven. Voor haar is Tom al jaren ‘dood’. Jack begrijpt er niets van en trekt alleen naar Marleston, het plaatsje waar zij zijn opgegroeid. In de vele uren die hij alleen in de auto doorbrengt, beseft hij ineens hoezeer hij Tom (heeft ge)mist. Waarom bevindt Ellie zich niet aan zijn zijde? Als hij na de begrafenis terugkeert naar het eiland, neemt hij een drastisch besluit.

De You in de titel is veelzijdig. Zowel Jack als Ellie missen hun moeder, maar ook hun vaders die volledig in zichzelf zijn gekeerd na het verdwijnen van hun partners. Jack mist Tom, maar ook Ellie mist hij. De wijze waarop Jack op slag verandert bij het vernemen van Toms dood, doet Ellie verlangen naar de Jack waarmee zij ooit getrouwd is. Swift weet als geen ander de hoop te schetsen van doorsnee mensen, hun wanhoop en hun manier om zich door het leven te slaan. Prachtig!

© Eus Wijnhoven, januari 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

russoRichard Russo – De geluksvogel   €25,99

William Henry Devereaux, ‘Hank’, is ad-interim voorzitter van de sectie Engels aan een niet-prestigieuze Amerikaanse universiteit. Deze cynicus pur sang weet snel mensen van zich te vervreemden, niet in de laatste plaats dochter Julia die bij hem om de hoek woont. Hank is ruim twintig jaar getrouwd met Lily, die hij ervan verdenkt een relatie te hebben met zijn meerdere. Onderwijl fantaseert hij er lustig op los met wie hij wel een avontuurtje zou willen beleven. Als die kans zich voordoet via Meg Quigley, dochter van collega en drankorgel Bill “Judas Pikkemans” Quigley, durft hij echter niet te handelen.

De sectie Engels is verreweg de grootste van de universiteit. De collega’s daar proberen elkaar continu de loef af te steken. Paul Rourke “hield al twintig jaar stijfkoppig vol dat alles wat ik grappig vond, dat zeer zeker niet was.” En zo spelen er meer onderlinge geschillen. Dat leidt er zelfs toe dat Hank letterlijk wordt mishandeld door een vrouwelijke collega. Geen van de vakgroep leden lijkt veel op te hebben met de studenten. Als een van Hanks studentes een contract bij ‘zijn’ literair agent in de wacht sleept, is hij nauwelijks blij voor haar. Zijn eigen carrière als schrijver is na zegge en schrijve één roman gefnuikt.
Hank wordt min of meer per toeval een bekende persoonlijkheid in de regio. Als de toekenning van onderwijsbudgetten weer eens op de lange baan is geschoven, pakt hij in het oog van een tv-camera een gans bij de nek en dreigt hij, wijzend op de eendenvijver, iedere dag een eend te zullen wurgen, net zo lang totdat duidelijk wordt wat het budget voor het komende academische jaar zal zijn. Van alle kanten ontvangt hij loftuitingen, maar ook dierenactivisten roeren zich. Trouwens: die journaliste, die mag er ook best zijn…

Russo beschrijft de midlifecrisis vanuit de eerste persoon enkelvoud, waardoor je de toestanden die Hank overkomen extra sterk ervaart. Daarbij laat hij zijn protagonist regelmatig uitstapjes maken naar het verleden. Met een flinke dosis humor spiegelt hij ons ‘problemen’ voor die als onweerswolken even snel weer kunnen verdwijnen. De geluksvogel is een heerlijk verhaal!

© Eus Wijnhoven, januari 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

vesaasTarjei Vesaas – De vogels 18,99

De 37-jarige Mattis woont samen met zijn drie jaar oudere zus Hege in een huisje aan de rand van een klein dorp ergens in Noorwegen. Mattis is minder begaafd. Hege moet haar woorden zorgvuldig wegen wil hij ze niet verkeerd opvatten. In het dorp noemt men hem De Slome. Door truien te breien voorziet Hege in hun onderhoud. Keer op keer stimuleert zij Mattis werk te zoeken, maar het vereiste tempo kan hij niet aan of het roept ‘verkeerde gedachten’ bij hem op. Als hij op een dag door een goed bedoelende boer wordt ingehuurd om een rapenveld van onkruid te ontdoen, kan hij het tempo van de anderen niet bijhouden, waardoor zijn gedachten op hol slaan en hij, in plaats van het onkruid, de rapenplanten wiedt.
Op een dag flapt Hege eruit dat hij veerman zou moeten worden. Het aangrenzende meer biedt daar alle gelegenheid toe, ook al is er niemand die naar waar dan ook wil worden overgezet. In eerste instantie is dat een ideale oplossing: Mattis vaart het meer over naar de onbewoonde beboste hellingen aan de overkant, want wie weet wacht daar iemand op hem. Volstrekt onzinnig natuurlijk, maar Mattis heeft het idee dat hij functioneert in de veeleisende maatschappij om hem heen. Tot er aan de overkant daadwerkelijk iemand is die overgezet wenst te worden. Mattis is zo blij met de komst van deze onbekende houthakker, dat hij hem uitnodigt te blijven eten en een overnachting aanbiedt. Daarmee begint de ellende.

De houthakker wordt verliefd op Hege. Zij verandert, bloeit op van de aandacht die haar plotseling ten deel valt. Haar begripvolle houding jegens Mattis verandert echter ook. De man wordt steeds wanhopiger en besluit uiteindelijk tot een drieste, fatale daad.

De vogels is een aangrijpende en beklemmende roman. Het is knap hoe Vesaas zich heeft weten in te leven in de problemen waarmee een minderbegaafd iemand te kampen heeft, hoe hij die vertaald heeft in zinnen en gedachten van Mattis. Geen wonder dat De vogels als een van de beste Noorse romans van de vorige eeuw wordt beschouwd.

© Eus Wijnhoven, januari 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

tHart DienstreisopmStefan Zweig – Die Welt von Gestern (Nederlandse vertaling: De wereld van gisteren € 20.99)

Stefan Zweig (Wenen; 1881 – 1942) is een van Oostenrijks’ grootste schrijvers. In deze autobiografie bezingt hij de Habsburgse Oostenrijkse monarchie. Alles was tot begin 20e eeuw goed geregeld, mensen waren verzekerd tegen rampspoed, de waarde van het geld was gekoppeld aan de goudvoorraad. Het was een harmonische samenleving waarin kunst & cultuur in hoog aanzien stonden. Als tiener verbindt hij zich aan leeftijdgenoten die ook kunstenaars aanbidden. De jongelingen ontleden gedichten, zijn overweldigd door de ‘volwassen’ literatuur die de dan pas zestienjarige Hugo von Hofmanntahl publiceert. Zij verslinden de internationale kranten en literaire bladen die in koffiehuizen voorradig zijn. Zij zijn deelgenoot van de omwenteling van de cultuur, de revolutie, waarbij Debussy, Valéry, Munch, Rilke, maar ook Nietzsche in zwang raken. Niet alleen in de kunst vindt een ommezwaai plaats, het gebeurt ook in de politiek, iets wat hen volledig ontgaat.

“Het nationalisme heeft het bloed van de Europese cultuur vergiftigd,” schrijft hij. “Ik was een weerloze, onmachtige getuige van de meest onvoorstelbare terugval van de mensheid tot lang teloor gegane barbarij met haar bewuste en programmatische dogma van de anti-humaniteit.” De eeuw van de cultuurrevolutie, van de industrialisatie en technologische vooruitgang kende haar keerzijde in de opkomst van het nationalisme. De dagbladen speelden daarbij een belangrijke rol door een uitlaatklep te bieden voor partijen die angst zaaiden (hoe weinig leren we van de geschiedenis…). De ‘massa’ wordt mondiger, en accepteert niet meer dat de bovenklasse van zo’n 50- tot 100-duizend man bepaalt wat goed is voor ‘het volk’. Naast deze socialistische beweging ontstaat een christelijk-sociale beweging onder leiding van Dr. Karl Lueger. Zij vindt een vijand in het grootkapitaal en de grootgrondbezitters, maar bovenal in de Joden. Lueger zal zelfs tot voorbeeld van Hitler dienen. Naast de twee genoemde partijen is er een derde groep in opkomst: de nationaalsocialisten. Zij zijn relatief klein, maar worden gekenmerkt door buitensporig geweld – vaak gepleegd door corpsstudenten die academische onschendbaarheid genieten – door een afschrikwekkende gewelddadigheid die de massa in haar schulp doet kruipen.

SZ debuteert als negentienjarige in het tijdschrift Neue Freie Presse, waaraan hij jarenlang verbonden zal blijven. Ineens behoort hij tot de crème-de-la-crème van de Duitstalige literatuur. De aandacht die hem dat oplevert, hindert hem in zijn activiteiten en hij verhuist naar Berlijn, stad waar de jeugd de toekomst heeft. Hij gaat daar filosofie studeren, “omdat dit de studie is waar je je het minst voor hoeft in te spannen.” Een jaar later verkast hij naar Parijs, waar hij de Brusselse kunstenaar Verhaeren leert kennen, evenals Rainer Maria Rilke; vriendschappen voor het leven. Via Verhaeren maakt hij kennis met Rodin, maar grote namen uit alle kunsten beginnen langzaam maar zeker tot zijn intimi te behoren.

Na WO-I publiceert SZ vooral toneelstukken, waarvoor theaters in Duitsland en Oostenrijk de rij staan die als eerste te mogen opvoeren. Zijn gedichten worden in vele talen vertaald en hij is immens populair in het Europa van die dagen. Helaas, de armoede die beide Duitstalige landen teistert ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog, is de katalysator voor nieuwe nationalistische haatverkondigers. Al in 1934 vertrouwt SZ het niet meer, en verkast naar Engeland. Vanaf dat moment begint zijn heimloses bestaan. Eerder dan veel van zijn Europese kunstenaarsvrienden beseft SZ welke donderwolk zich boven Europa samenpakt. Het mag niet baten. Tenslotte plegen hij en zijn tweede vrouw zelfmoord in Brazilië, 1942.

Waarom moet u dit boek lezen? Misschien om nog eens het werk van Zweig terhand te nemen. Of om te beseffen dat de aanloop naar WO-I en WO-II werd gevoed door nationalisme, angst voor het vreemde en onverdraagzaamheid. In de hele wereld, ook in Nederland, vieren politieke partijen hoogtij die tegenwoordig eenzelfde strategie hanteren. Leren we dan nooit iets van de geschiedenis?

 

© Eus Wijnhoven, januari 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

pfeifferIlja Lonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa €24,95

Nadat de relatie tussen protagonist  Ilja Leonard Pfeijffer en diens muze Clio Chiavari Cattaneo is stukgelopen, besluit hij hun woonplaats Venetië te verlaten. Een bestemming heeft hij niet. Op internet zoekt hij naar “iets ouds en afgelegens.” Zo belandt hij in Grand Hotel Europa, een wereld van vergane glorie, een universum op zich.
Ilja leert Clio kennen tijdens een lezing die over de geschiedenis van de Genuese Republiek ten tijde van de kruistochten zou gaan. Die blijkt echter de avond daarvoor te zijn gehouden. Hij trekt de stoute schoenen aan en nodigt de knappe vrouw die naast hem zit uit samen een drankje te gaan drinken. Van het een komt het ander en voor je het weet liggen beiden te rollebollen, waarbij Pfeijffer, zoals we van hem gewend zijn, geen blad voor de mond neemt. Er ontstaat een relatie, al moeten zij die volgens Clio eerst nog samen verdienen.

De ontwikkeling en de neergang van de relatie dient te worden vastgelegd, in Grand Hotel Europa. Pas daarna kan Ilja op zoek gaan naar een nieuw thuis. Hij beschrijft de bewoners van het hotel die er vaak al jaren vertoeven: meneer Patelski, een man die van alles op de hoogte lijkt te zijn, de Franse dichteres Albane, de Griekse reder Volonaki; maar ook majordomus Montebello en diens hulpje piccolo Abdul.  Ieder van hen heeft zo diens eigenaardigheden. Grand Hotel Europa geeft blijk van een rijk verleden, “waar ooit baljurken ruisten en juwelen rinkelden.” Het hotel is een metafoor van het verleden, grandeur van weleer. Als meneer Wang, een rijke Chinees, het hotel overneemt gaat hij drastisch te werk: de Chinese kamer wordt omgebouwd tot Engelse pub, het portret van Paganini in de centrale hal wordt vervangen door een poster van Parijs. “Daar houden Chinezen nu eenmaal van.” En inderdaad komen er steeds vaker toeristen die – in tegenstelling tot de vaste bewoners – slechts enkele dagen blijven.

Terug naar Clio. Zij krijgt een baan aangeboden in Venetië. Ilja voegt zich bij haar. Nu gaat Pfeijffer helemaal los: op onnavolgbare wijze beargumenteert hij hoe achterlijk toeristen zijn. “Terwijl toeristen bovenal op zoek zijn naar een authentieke ervaring, veroorzaakt hun aanwezigheid een teloorgang van de authenticiteit die ze begeren. Of die authenticiteit wordt op een weinig authentieke wijze speciaal voor hen gecreëerd. Toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken.” Venetië, een stad waar niet door te komen is, waar supermarkten zijn verdwenen ten faveure van souvenirwinkeltjes, waar de straten door drommen schuifelende mensen in bikini of korte broek zijn dichtgeslibd, is daar het meest sprekende voorbeeld van. Maar ook Amsterdam krijgt een sneer.
“Wat Europa de wereld te bieden heeft, is zijn verleden.” Pfeijffer staaft dit met onder andere statistieken over het afnemende aandeel academici dat Europa wereldwijd levert, aan het schamele aantal patenten dat wordt aangevraagd in vergelijking tot China, Korea en Japan. “Er is zoveel verleden in Europa, dat er geen plek meer is voor toekomst.” Daaraan koppelt hij de vluchtelingenproblematiek: Europa vergrijst in razendsnel tempo en toch weert het jonge vluchtelingen uit Afrika die een oplossing voor ons (pensioen)probleem zouden kunnen vormen. Vanzelfsprekend krijgen de rechtspopulisten er van langs. Tussen de essayistische hoofdstukken meandert de verhaallijn met Clio verder: “het spel” dat zij spelen, op zoek naar een verdwenen Maria Magdalena, centraal stuk van een drieluik door Caravaggio. Langzaam maar zeker komt er echter sleet op hun relatie. Clio blijkt een jaloers kreng dat Ilja steeds vaker verwijt een enorme egoïst te zijn. Als zij uiteindelijk een baan krijgt aangeboden als wetenschappelijk assistente bij de dependance van Het Louvre in Abu Dhabi, bestookt Ilja haar met argumenten waarom zij niet moet gaan. Clio echter ziet het als mogelijkheid te ontsnappen aan een wereld waarin haar kansen bepaald worden door derden, ongeacht haar kwalificaties; eindelijk krijgt zij de gelegenheid om haar dromen waar te maken. Dan barst de bom. Zal Ilja na het op schrift stellen van zijn verhaal z’n bestemming alsnog vinden?

Grand Hotel Europa is een roman die bedoeld lijkt om enkele essays voor het voetlicht te brengen: de teloorgang van Europa, vluchtelingenproblematiek, de almacht van het (groot)kapitaal, de waanzin van toerisme, waarbij steeds ‘authentieker’ ervaringen worden gezocht. Als geen ander kan Pfeijffer dat in prachtig proza verpakken.

© Eus Wijnhoven, januari 2019

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!