Skip to content

Archief 2021

Alexis Schaitkin – Saint X € 24.99

schaitkinDe familie Thomas is de winterkou van New York City voor een weekje ontsnapt en viert vakantie op het Caraïbische eiland Saint X. Zij logeren in resort Indigo Bay waar twee boezemvrienden, Clive (‘Gogo’) en Edwin, hen op het strand bedienen. De achttienjarige Alison neemt het er goed van. Ze is briljant, knap en haar leven lang is zij gewend mensen naar haar hand te kunnen zetten. ’s Avonds brengt zij het hoofd van de mannen op hol in Paulette’s Place, een danscafé. Overdag vermaakt zij zich met haar zevenjarige zusje Claire. Langzaam maar zeker blijkt dat Alison een minder voorbeeldig meisje is dan haar omgeving van haar denkt.

De laatste dag voor hun vertrek is Alison spoorloos verdwenen. Zij is die nacht voor het laatste gezien met Clive en Edwin. De twee zwarte mannen worden aangehouden. Als enkele dagen later het ontzielde lichaam van Alison op een eilandje uit de kust wordt aangetroffen, blijken de twee mannen onmogelijk iets te maken te kunnen hebben met de verdwijning van de tiener. Gebroken keert het gezin huiswaarts. Zij zijn ervan overtuigd dat de twee hotelbedienden verantwoordelijk zijn voor de dood van hun dochter en dat zij slechts dankzij corruptie weer op vrije voeten zijn. Het lukt de familie Thomas slecht de draad weer op te pakken in New York en zij besluiten een nieuw leven te beginnen in Pasadena, Californië.

Achttien jaar later. Claire werkt inmiddels als assistent bij een literaire uitgeverij in New York. Als zij daar per toeval Clive ontmoet, besluit ze voor eens en voor altijd achter de waarheid te komen. Langzaam maar zeker sluipt zij de wereld binnen van die voormalige bediende bij Indigo Bay. Inmiddels is hij al zeventien jaar taxichauffeur in de stad. Het lukt Claire op zeker moment diens vertrouwen te winnen en dan blijkt niets zoals het lijkt.

Saint X begint met een Joran van der Sloot scenario: knap meisje wordt vermist nadat zij zich te buiten is gegaan aan drank, drugs en geflirt. Dat is dan ook de enige overeenkomst tussen beide verhalen, dus zet dat zo snel mogelijk uit je hoofd. Naast de reguliere hoofdstukken, volgt steeds een introspectie van een van de betrokkenen. Ook dat zal leiden naar de uiteindelijke oplossing van dit mysterie. Of niet… Schaitkin heeft met Saint X een vernuftig debuut geschreven dat je in een adem uitleest.

 

© Eus Wijnhoven, april 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Toine Heijmans – Zuurstofschuld € 22.50

hermans“Uit de verdwijnende nacht doken toppen op, honderden toppen, als kruisgolven.”

Zo ziet Walter Welzenbach het landschap om hem heen als hij boven op de top van een berg staat, op 8188 meter hoogte. Niets reikt boven hem, alles bevindt zich beneden.

Twee jonge twintigers, Walter en vriend Lennaert ‘Lenny’ Tichy beginnen met een taps toelopende pijler van een brug over de Waal bij Nijmegen. Het duurt niet lang of zij zoeken het hogerop, in de Alpen. Lenny neemt het voortouw, letterlijk. Hij is roekelozer dan Walter, hij sjort en sleept hen de berg op. Zij vestigen zich in Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc. Vandaar begint hun ‘bucket challenge’, al bestond daar toen nog geen woord voor. Lenny en Walter, gezworen vrienden, Siamese tweeling door een touw aan elkaar verbonden.

“Mensen die samen kunnen zwijgen hebben vertrouwen in elkaar, het allergrootste vertrouwen. Zodra ze gaan praten is er iets mis.”

En vertrouwen doen de twee elkaar, desnoods tot in de dood. Want die is altijd dichtbij, bijvoorbeeld als zij zich op voetbrede rotsrichels bevinden met aan weerszijden een honderden meters diep ravijn.

“Als ik links van de richel val, dan roep ik ‘links’ en moet jij er rechts vanaf springen.”

Ze gaan tot het uiterste, Walter en Lenny. Na een berg bedwongen te hebben, lonkt de volgende uitdaging. Nooit is het genoeg, de gretigheid neemt toe in plaats van af. Daarbij zwepen zij elkaar op met verhalen over bergbeklimmers uit het verleden, heldenverhalen die hun voorgangers regelmatig met de dood moesten bekopen. Doorzetten zullen ze, altijd maar doorzetten. De kramp in je benen verdragen, temperaturen van ver onder nul trotseren, klimmen op zuurstofschuld daarboven in het ijle. Desnoods vingers en tenen opofferen, een medaille op je borst.

In de loop der jaren wordt het klimmen er niet eenvoudiger op. Gletsjers smelten en veranderen in de zomer in puin, levenloze steenrivieren. Eens, ooit, zullen ook zij een ‘eerstbeklimming’ doen, een berg overwinnen waar nog nooit iemand hen is voorgegaan.

“We trapten de berg aan flarden – dat waren we aan het doen. We vernielden de wand, en onze eigen route. We voelden de berg huiveren, koortsig, die gedachte liet me niet meer los.”

Walter en Lenny hebben respect voor de bergen. De talloze commerciële ondernemingen hebben daar maling aan. Een mierenparade van bergbeklimmers. Zolang er maar voldoende wordt betaald, kun je een trip naar de Mount Everest boeken. Toch beseft Walter:

“Wat wij doen, wat ik doe, is het allerindividueelste, meest egoïstische, allernuttelooste wat een mens kan doen.”

Zuurstofschuld is een roman over verbondenheid in eenzaamheid, over de onbeheersbare drang een bepaalde prestatie te leveren, waarbij je weet dat je laatste uur geslagen kan zijn. Blind vertrouwen is je enige houvast. Een wonderschoon boek!

© Eus Wijnhoven, maart 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

David Van Reybrouck – Revolusi € 39.99

reybroeckZitten wij Nederlanders nog steeds dusdanig in de ontkenningsfase dat nota bene een Belg onze geschiedenis in de Oost moest vastleggen? Dat we via zijn Revolusi pas leren dat enkele eeuwen geleden de grootste slavenmarkt in Zuid-Oost Azië die in Batavia was? Dat de uitbuiting van de Indonesische bevolking waarschijnlijk samenhangt met de afscheiding van België, waardoor Willem I te weinig belastinggelden kon innen? Als we daar dan toch een buitenlander voor nodig hebben, dan maar de beste die je je kunt wensen: David Van Reybrouck! Overigens is er nog een connectie met België in relatie tot de Oost, al was het maar via Raymond van het Groenewoud.

Van Reybrouck schetst de geschiedenis van ‘ons’ Insulinde. De opkomst (en ondergang) van de VOC. Dat Nederlanders Indonesië als een voormalige kolonie beschouwen, is een misplaatst idee. Het gros van dit op drie na grootste land ter wereld werd pas ingenomen in de periode 1870 – 1914, na de langste koloniale oorlog ooit: de Aceh-oorlog. Deze duurde van 1873 tot 1914. Daarna was Indonesië ruim veertig jaar daadwerkelijk een Nederlandse kolonie. Zo kort dus maar. Met alle ellende voor de plaatselijke bevolking van dien.

De geschiedenis tot en met de politionele acties wordt beschreven, ook aan de hand van formele beleidsstukken en verslagen. Het is onthutsend te lezen hoe Nederland vanuit een misplaatst gevoel van suprematie de ene diplomatieke blunder na de andere maakte. Zozeer zelfs dat de Amerikanen hun handen met tegenzin aftrokken van de aanspraak van Nederland op de eilandenarchipel, waarna de weg vrij lag voor de Indonesiërs hun onafhankelijkheid te bevechten. Die laatste jaren zijn er op grote schaal oorlogsmisdaden door Nederlandse bevelhebbers en soldaten begaan, iets waar weinig aandacht aan wordt besteed in het Nederlands onderwijs. Van Reybrouck tekent de verhalen op van slachtoffers én van daders, vaak uit eerste hand.

Met de onafhankelijkheid van Indonesië zette een wereldwijde dekolonisatie in. Indonesië speelde een hoofdrol op het internationale toneel en zette met de Conferentie van Bandung (officieel de Azië-Afrika Conferentie) in 1955 de toon. Het devies van het congres was ‘Leven en laten leven’ en ‘Eenheid in verscheidenheid’. Tien jaar na de Conferentie van Bandung waren er vierendertig Afrikaanse landen bijgekomen. De zogenaamde ‘Jakarta-methode’ bleek een succesformule.

Revolusi is niet alleen een uiterst leerzaam boek inzake historisch besef, het is vooral indrukwekkend hoe mild direct betrokkenen terugzien. Daders die open kaart spelen en al snel beseften dat er schandelijke wandaden hebben plaatsgevonden, overigens acties die decennialang door de verschillende Nederlandse regeringen zijn ontkend of, het laatste decennium, besmuikt schoorvoetend worden onderkend. Nog steeds is er geen sprake van noemenswaardige herstelbetalingen of smartengeld voor familie van vermoorde Indonesiërs. Die bevolkingsgroep praat bijzonder mild over de Nederlanders die hun zoveel leed hebben berokkend. Juist die kleine persoonlijke geschiedenissen maken Revolusi tot een verhaal dat je niet meer zult vergeten. Iets wat generaties geschiedenisleraren nooit is gelukt.

© Eus Wijnhoven, maart 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Peter Terrin – Al het blauw € 21.99

Terrin - Al het blauw (01)-om@1.inddIn eerste instantie lijkt Al het blauw een coming of age-roman: negentienjarige Simon besluit van de ene op de andere dag met zijn studie te stoppen en heeft geen idee wat nu. Even lijkt het schimmige MKI een uitkomst, al heeft dit bedrijfje er alle schijn van dat het teert op een piramideconstructie waarbij met name kansarme gezinnen worden gedupeerd. Terwijl Simon toch echt een doodgoeie ziel is.
Simon is een intelligente jongen, enig kind van twee arbeiders die vanaf hun veertiende jaar als fabrieksarbeider werken en toch in staat zijn (geweest) een redelijk welvarend bestaan op te bouwen. De ouders hebben zelfs het een en ander opzij gezet voor hun oogappel en meerdere keren manen zij hem eens een perceel uit te zoeken om een huisje te bouwen voor later. Zij hebben daarvoor gespaard.

“… ze wil dat haar zoon voelt dat ze hem liefheeft, dat hij het allerbelangrijkste in haar leven is. Er mag geen misverstand over bestaan.”

De eenenveertigjarige Carla werkt achter de bar in café Azzura, het belendende horecabedrijf aan het plaatselijke zwembad. Daar komt de jeugd uit de omringende dorpen samen.

“Ze bedenkt dat ze niet langer de vrouw wil zijn die iedereen kent van Azzura. De dochter van een vermoorde vader. De vrouw van John.”

John, de man van Carla, is vrachtwagenchauffeur. Discussies met zijn vrouw beslecht hij liefst met zijn vuisten. De onmacht druipt van de trotse trucker af.

Niet de ontwikkeling van Simon staat centraal in Al het blauw, veeleer is het de eenzaamheid die de verschillende karakters kenmerkt. Simon, als intelligente nazaat van eenvoudige ouders. Carla, door John uit de kippenfabriek gered maar zij kan geen liefdesrelatie met hem opbouwen. John, die in zijn vrachtwagen niet hoeft na te denken over zijn persoonlijke, lichamelijke, sores.

Naast eenzaamheid speelt vriendschap een rol, zoals die tussen Simon en Marc:

“Is dat een voorwaarde voor vriendschap, dat je voor elkaar belangrijk genoeg bent om je tegenover elkaar te schamen?”

Eigenlijk zijn alle personages op drift, zoeken zij het groenere gras bij de buren. Simon lijkt dat te vinden bij Carla, maar al snel levert dat problemen op en zelfs gevolgen waarvoor hij te jong is die naar behoren in te schatten. Ook Carla ziet een nieuwe horizon, met Simon. John? Voor hem is er geen einder in zicht.

Al het blauw is onorthodox in die zin dat het bestaat uit zeer korte alinea’s gevolgd door witregels. Dat helpt niet als je een boek in een ruk wilt uitlezen. Bovendien is het eind niet bevredigend, alsof de auteur heeft besloten dat hij op dat moment genoeg letters aan het papier had toevertrouwd. Maar al met al is Terrin lezen toch altijd weer een feestje.

 

© Eus Wijnhoven, maart 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

John Steinbeck – East of Eden € 32.50

steinbeckTwee families zien we in hun ontwikkeling van de laatste twee decennia van de 19e eeuw tot en met WO-I. De Ierse settler Hamilton sappelt in de Salinas Vallei in Californië. Op mysterieuze wijze vergaren de Trasks een fortuin. Via pater familias Samuel Hamilton raken de twee families met elkaar verbonden.

East of Eden is een verhaal over goed en kwaad. Over goedzakken als Adam Trask versus intens slechte mensen als zijn vrouw Cathy. Wat heeft die karakters bepaald? En hoe is het mogelijk dat binnen een en hetzelfde gezin kinderen zich tot uiterst tegenstrijdige persoonlijkheden ontwikkelen? Interessant daarbij is dat het verhaal deels autobiografisch is, al blijft het gezin waarin John Steinbeck – zijn moeder is een Hamilton – opgroeit, gespaard van de uitersten van goed en kwaad.

Lee, de Chinese bediende van Adam Trask, is de filosoof in East of Eden. In feite is hij het die de tweeling Aron en Caleb opvoedt. Ook die tweeling is getekend door de stempels goed (Aron) en kwaad (Caleb), al zullen de karakters uiteindelijk naar elkaar toegroeien. Daarbij is de rol van Lee bepalend.

De Engelstalige editie van East of Eden wordt voorafgegaan door een voorwoord van zo’n 30 pagina’s. Het is geschreven door hoogleraar David Wyatt. Nadat je dit hebt gelezen, durf je gezien de complexiteit ervan nauwelijks meer aan het boek te beginnen. Sla dat voorwoord dus maar over. Het verhaal is uitstekend te lezen en te begrijpen zonder de uitvoerige analyse die Wyatt van het boek geeft. Hou je van Sebastian Barry’s Days without end? Dan zul je smullen van East of Eden. Het is een waar meesterwerk!

© Eus Wijnhoven, maart 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Sander Heijne en Hendrik Noten – Fantoomgroei € 20.00

fantoomgroeiHeijne en Noten werkten allebei in de bedrijfsmatige sector. De ene voor een werkgeversvereniging, de ander als economiecorrespondent voor de Volkskrant. Toen zij in een verslag van de Rabobank lazen dat de Nederlandse economie de afgelopen veertig jaar met tientallen procenten is gegroeid, terwijl het reële gezinsinkomen in diezelfde periode nauwelijks is gestegen, zijn zij zich gaan verdiepen in dit verschijnsel, met een open vizier voor ‘economie’. Wat is dat nu eigenlijk? Hoe kan het bijvoorbeeld dat een op de vijf Nederlandse huishoudens kampt met ernstige betaalachterstanden of schulden die zij nooit van hun leven meer kunnen aflossen?

Vooral in de laatste decennia is de winstgevendheid van bedrijven enorm gestegen, terwijl hun belastingafdracht is gedaald. Van enige wederkerigheid tussen werkgever en werknemer is afscheid genomen. Philips besefte vroeger echter wel degelijk hoeveel haar personeel waard was en investeerde erin door hele woonwijken te bouwen, sportclubs op te richten (PSV) en studiebeurzen ter beschikking te stellen aan kinderen van hun personeel (wederkerigheid). Paul Polman, voormalig ceo van Unilever, besefte op zeker moment dat winstmaximalisatie in financiële termen niet de heilige graal was. Hij probeerde de aandeelhouders uit te leggen dat een bedrijf grotere verantwoordelijkheden heeft dan kwartaalcijfers en rendement. Maar waar is die tendens dan ooit begonnen?

Aan het begin van WO-II zou de overwinnaar diegene zijn die in staat was het snelst de meeste goederen (lees: wapentuig) te produceren. Economen gaven een term aan die trend: het bruto nationaal product (tegenwoordig bruto binnenlands product, bbp). Uitsluitend op basis van de groei van het bbp wordt bepaald of een land succesvol is. Het was een index om uit af te leiden hoe goed een land in staat is de oorlogseconomie te stroomlijnen. Hoe meer je produceert met jouw schaarse middelen, hoe hoger het bbp. Een aantal economen, waaronder de beruchte Milton Friedman, trok dit idee door tot in het extreme: publieke diensten – spoor, energie, post, gezondheid en onderwijs – zouden volledig en uitsluitend door ‘de markt’ beheerst moeten worden. De overheid diende zich zo min mogelijk met die ‘vrije’ markt te bemoeien. Helaas heeft premier Rutte zich meerdere malen uitgesproken voor deze extreme vorm van kapitalisme en hun roergangers, waarbij een gezonde samenleving met een hoog welzijn er nauwelijks tot niet toe doet.

Inmiddels wordt een groot deel van de Westerse wereld door het vrije-marktdenken bepaald. Zowel Friedman (vanuit het oogpunt na WO-II) als Heijne en Noten stellen dat omwenteling van een bestaand systeem, met een kleine laag zeer rijken die alsmaar meer vergaren tegenover een grote meerderheid die nauwelijks kan rondkomen, uitsluitend mogelijk is na een crisis. Bijvoorbeeld na een periode van heftige inflatie of… een pandemie die velen het leven kost (waarna de overheid misschien inziet dat je niet klakkeloos op zorg en ordediensten kunt bezuinigen). We moeten terug naar een samenleving waarin:

“… iedereen gelijke kansen heeft, en werken loont. Een samenleving waarin mensen veilig over straat kunnen, waar voldoende leraren voor de klas staan, de gezondheidszorg goed geregeld is en armoede tot het verleden behoort. En natuurlijk een planeet met een leefbaar klimaat … Opvallend genoeg komt geen van deze zaken tot uitdrukking in onze belangrijkste maatstaf waaraan we de stand van de economie afmeten.”

Overtuigend halen zij de mythe onderuit dat de economie maar moet blijven groeien. Daarbij introduceren zij ook een soort R-waarde: als het bbp van een land ieder jaar met 10% groeit (R = 1,1) dan is er sprake van een enorme exponentiële groei. Dat is niet vol te houden, de boel zal exploderen. Enerzijds vanwege gebrek aan grondstoffen en landbouwgrond, anderzijds vanwege de milieuproblematiek. En dat is nu net het probleem van onze huidige maatschappij: het bbp is zaligmakend voor politici. Kan het anders? Volgens veel sceptici zitten we nu eenmaal gevangen in dit systeem. De Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Arden heeft echter aangetoond dat het mogelijk is om ‘om te denken’. Haar regering geeft de voorkeur aan een index die het geluk en welzijn van haar burgers meet. Wellicht is het goed de boodschap in dit boek eens ter harte nemen als u straks weer eens een stemhokje betreedt.

© Eus Wijnhoven, februari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

John Ironmonger – De dag dat de walvis kwam € 24.99

ironmogerWiskundige Joe Haak werkt als programmeur voor beleggingsfirma Lane Kaufmann. Het betreft een hedgefonds: een bedrijf dat speculeert op koersdalingen en er niet voor terugdeinst andere bedrijven of zelfs landen in het faillissement te manipuleren. Alles draait om short gaan: je neemt een optie op aandelen en verkoopt die tegen een vastgestelde prijs door – afnameplicht op een datum in de toekomst – aan een ander. Vervolgens trek je alles uit de kast om te zorgen dat die aandelen in waarde dalen. Als de aandelen een lagere koers hebben dan de door jou overeengekomen prijs met jouw afnemer steek je het verschil in je zak. Niet voor niets worden hedgefondsen de aasgieren van de kapitaalmarkt genoemd (en is het een gotspe dat het gros van de Westerse economieën hen geen strobreed in de weg legt).

Op zeker moment ontwikkelt Joe het programma Cassie. Door allerlei factoren met elkaar te verbinden – als er ergens een bedrijf omvalt, heeft dat gevolgen voor een hele reeks bedrijven die op een of andere manier verbonden zijn aan dat bedrijf – weet Cassie feilloos koersdalingen te voorspellen. Op zeker moment dreigt dat mis te gaan, en Lane Kaufmann verliest honderden miljoenen per dag. De dealers zoeken een zondebok en vinden die in Joe. Daarop vlucht hij naar een dorpje in Cornwall waar hij de zee inloopt. Ook al beweert hij zelf dat het geen zelfmoordpoging is, toch heeft het daar alle schijn van.

Als door een wonder spoelt Joe aan op het strand van St Piran. Een walvis heeft zijn leven gered. Die walvis is daarbij gestrand. Onder aanvoering van die vreemde man die naakt op het strand is gevonden – Joe –  weten de inwoners van het ruim driehonderd zielen tellende dorpje het dier terug in zee te krijgen. De maanden daarna duikt het zoogdier nog regelmatig op voor de kust.

Het duurt niet lang of Joe is geheel opgenomen in de kleine gemeenschap. Als hij van iemand een computer mag lenen, kan hij de drang niet weerstaan en logt hij in bij cassie. Tot zijn schrik ziet hij dat het programma op tilt is geslagen. De complete economie zal instorten, oliegebrek, nutsvoorzieningen die uitvallen, voedselschaarste en als gevolg van dit alles anarchie; de wereld zal vergaan. Daarop besluit hij als een gek voorraden in te slaan, zodat zij straks niet verhongeren. Hermetisch sluit men het dorp af van de buitenwereld. Helaas weet toch één iemand van buiten St Piran te bereiken: Janie, de leidinggevende van Joe bij Lane Kaufmann. Zij blijkt ernstig ziek en draagster van een uiterst besmettelijk griepvirus waaraan dagelijks duizenden mensen overlijden.

Ondanks de komst van Janie blijft de bevolking van het dorp gespaard. Weliswaar raken Joe en dominee Hocking besmet, maar zij krabbelen er weer bovenop. En zij hebben te eten. De gemeenschapszin onder de mensen is enorm, in tegenstelling tot het eigenbelang dat Joe in dergelijke omstandigheden had verwacht. Tenslotte was dat de aard van economisch streven en van hedgefondsen in het bijzonder. Niets blijkt minder waar.

Met De dag dat de walvis kwam heeft Ironmonger een vlot lopend verhaal geschreven, waarin het dorpsleven en de onderlinge afhankelijkheden van de bewoners sterk zijn neergezet. Hier en daar is het enigszins ongeloofwaardig, maar het haalt de vaart er niet uit. Tot hoofdstuk 31, aan de vooravond van Kerstmis. Jammer genoeg transformeert het verhaal aan het einde tot het genre feelgood.

© Eus Wijnhoven, februari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

 

Jan Brokken – De tuinen van Buitenzorg € 22.99

brokken buitenzorgEen nieuw boek van Jan Brokken is altijd weer een feestje. Voordat je ook maar een letter hebt gelezen, weet je dat je je kunt neervlijen aan een kabbelend beekje. Zijn boeken leveren in het algemeen vredige rustmomenten, ontnemen je de waan van de dag, waarbij je er zeker van kunt zijn dat je na lezing ook nog eens iets hebt opgestoken waarnaar je nooit op zoek was, maar wat wel bereninteressant is. Zo ook De tuinen van Buitenzorg. Waar je leert over pianist Godowsky en over de Nederlandse muziekhandelaar en componist in Bandoeng, Paul Seelig; want geen enkel boek van Jan Brokken is compleet zonder dat er muziek in is verweven.

De ouders van Jan Brokken vertrokken in 1935 naar toen nog ‘ons’ Indië, het huidige Indonesië. Vader Han was theoloog en werd ingezet voor de zending, al reikte de maatschappelijke betrokkenheid van de man vele malen verder. Vrouwen werden geacht hun man te volgen, maar moeder Olga Brokken schiep intellectuele ruimte voor zichzelf in dat nieuwe land door de meest exotische plaatselijke talen te leren. Daarin bleek deze vrijgevochten zelfstandige vrouw uit te blinken. Gedurende hun verblijf in Indië correspondeerde moeder intensief met haar oudste zus in Nederland.
Na de dood van zijn ouders heeft Jan van zijn tante een doos met brieven ontvangen die zijn moeder in die jaren naar Nederland stuurde. Lang heeft hij die brieven genegeerd. Zij zouden de basis moeten worden van zijn laatste boek, over zijn moeder. Gelukkig wees zijn uitgever hem erop dat hij goud in handen had en heeft hij zich ervan laten overtuigen dat niet slechts enkele verhalen konden ontspruiten uit deze historische schat, maar dat het garant zou staan voor een volwaardig boek. En dat is het!

Als liefhebber van Indische literatuur en, in het bijzonder, van Multatuli heb ik veel over ‘ons’ Indië gelezen. En toch schijnt Jan Brokken via de brieven van zijn moeder weer een heel ander, intiemer, licht op de zaak. Hij verwijst de lezer naar soortgelijke boeken, waarvan Oeroeg van Hella S. Haasse wellicht het meest bekende. Eddy du Perrons Het land van herkomst, vanuit het perspectief van een jonge man, sluit het beste aan op De tuinen van Buitenzorg. Als je Du Perrons boek al hebt gelezen, maakt de nieuwe Brokken dat nog levendiger, komen allerlei herinneringen daaraan weer naar boven. Andersom zal De tuinen van Buitenzorg meer voor je gaan betekenen als je daarna Het land van herkomst leest.

Helaas, de bron is opgedroogd, het beekje kabbelt niet meer nadat ik de laatste pagina heb omgeslagen. Laten we hopen dat Brokkens nieuwe boek gestaag vordert, zodat we ons snel weer kunnen neervlijen.

© Eus Wijnhoven, februari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Joost Prinsen – Mijn vrouw pikt zeepjes € 15.00

‘Is het onbeschoft seks te hebben op andermans bank?’
‘Is het terecht dat ik afstand van mijn schoonzoon neem?’
‘Mijn baas vindt het normaal om je ’s avonds laat te appen als hij vindt dat iets moet gebeuren en dat het die volgende ochtend geregeld is. Terwijl zijn hockeyavond heilig is. Kan ik zijn vrouw benaderen?’

prinsen joostZomaar enkele van de 170 dilemma’s die de lezers van het Algemeen Dagblad voorlegden aan luisterend oor Prinsen. Voor de inzenders prangende vragen om advies. Voor Prinsen, hoe serieus hij ook op iedere vraag ingaat, bron van vermaak. Dat merk je helemaal als hij de briefschrijver met diens onbenul een draai om de oren geeft. Vaak betreft het gepercipieerde problemen in de relationele sfeer (partner, kinderen, ouders, buren, et cetera). Spitsvondig geeft hij antwoord/advies, waarbij de inzender het niet zelden zelf moet ontgelden. Juist in deze naargeestige tijden is het een verademing een dergelijk boekje te lezen. Ieder verhaal één pagina, heerlijke hap-slik-weg verhaaltjes waarbij je een (glim)lach niet kunt onderdrukken.

Mijn vrouw pikt zeepjes
 is een feest van herkenning, al geven wij lezers dat onszelf natuurlijk nooit toe. Dit boekje is allesbehalve een literair hoogstandje, maar wat is het heerlijk om te lezen!

© Eus Wijnhoven, februari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Lize Spit – Ik ben er niet € 25.99

spitIn 2016 denderde Lize Spit de letteren binnen met haar debuutroman Het smelt. Alom werd deze vuistdikke pil geprezen. Haar tweede roman is in december 2020 verschenen, wederom een kloek boek, nu van 570 pagina’s. Heeft zij de hoge kwaliteit van Het smelt kunnen vasthouden?

Ik ben er niet bestaat uit twee verhaallijnen. Het begint met het hoofdstuk ‘Nog elf minuten, winkel’. Leo (vrouw) werkt in Boek en Buik waar zwangere vrouwen onder andere positiekleding kunnen vinden. Meteen in die eerste pagina’s is de toon gezet: hier gaat iets verschrikkelijks gebeuren. Jammer genoeg kan de ervaren lezer al op pagina 54, zeker in combinatie met die bewuste winkel, bevroeden wat voor afschuwelijks zich aan het einde zal afspelen.

De ontwikkeling van de relatie tussen Leo en Simon is de tweede verhaallijn. Leo’s moeder is verongelukt toen het meisje amper dertien was, Simon Spruits moeder is in diens tienerjaren overleden aan kanker. Beiden hebben om uiteenlopende redenen geen afscheid kunnen nemen van hun moeder en kampten met een vader op afstand. Als Leo in Brussel gaat studeren, ontmoet zij Simon. Direct herkennen zij zich in elkaar en zijn vervolgens onafscheidelijk.

“Hij was de dop die op mijn openstaand verdriet werd geschroefd en alles in de fles hield.”

Na een avondje stappen komt Simon thuis in enigszins verwarde toestand. Hij heeft een tatoeage op zijn oor laten aanbrengen, het logo van zijn nieuwe bedrijfje Simon Sproud. Hij heeft besloten om ontslag te nemen bij Think Out Loud, een communicatiebureau waar hij succesvol is als creative artist. In de weken daarop gaat hij zich steeds vreemder gedragen totdat de bom barst en hij in een psychiatrische kliniek moet worden opgenomen.

“Hij bewoog zich door het huis als een stukje verdwaalde eierschaal in losgeklopt eiwit, elke keer dat ik er mijn vinger op wilde leggen vond hij een manier om eronderuit te glippen.”

De eerste en tweede verhaallijn wisselen elkaar af om uiteindelijk in elkaar verstrengeld te raken. Het verhaal van de winkel bestaat iedere keer uit een kort hoofdstuk. Daarna volgen meerdere uitgesponnen hoofdstukken over de ontwikkeling van de relatie na Simons transitie. Lize Spit weet de twee verhaallijnen uitstekend ineen te vlechten, waarbij zij vaak mooie metaforen gebruikt.

Wist Spit de informatie in Het smelt uitstekend te doseren, in Ik ben er niet is haar dat niet gelukt. De verhaallijn over de relatie tussen Leo en Simon is enorm uitgesponnen. Soms zo erg dat lezen een beproeving wordt. Hoe ingenieus bedacht ook, als de schrijfster het motto ‘schrijven is schrappen’ voor ogen had gehouden, was Ik ben er niet waarschijnlijk een beter boek geworden.

 

© Eus Wijnhoven, januari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Barack Obama – Een beloofd land € 45.00

obamaEen van de eerste dringende adviezen die je krijgt bij begin van een studie Geschiedenis is de volgende: Lees geen autobiografieën, want niets is zo benevens de waarheid als de ‘feiten’ die in biografieën worden vermeld. Met die wijze woorden in gedachten begon ik aan de autobiografie van Barack Obama, een man op de dag af even oud als ik. Vooral zijn motivatie om dit boek te schrijven – “Waar mogelijk wil ik de lezers een gevoel geven van hoe het is om de president van de Verenigde Staten te zijn.” – beloofde een spannende leeservaring.

In het besef dat ik vooringenomen ben, ten slotte heb ik Obama altijd bewonderd, kan een dergelijk boek eigenlijk niet anders dan tegenvallen. Sterk is de beschrijving van de loodzware aanloop naar de nominatie tot presidentskandidaat van de Democraten. De tegenwerking binnen de partij waarbij het moddergooien, zoals we dat kennen van de strijd tussen Republikeinen en Democraten, niet van de lucht is. De rol van zijn partner Michelle, een ijzersterke vrouw zoals Obama die verschillende malen toont. Gezien de gemengde afkomst van de jonge burgerrechtenadvocaat – een Keniaanse vader en een (blanke) Amerikaanse moeder – was zijn gooi naar het presidentschap misschien wel de meest onrealistische uit de geschiedenis van de VS, waar openlijk racisme eerder regel dan uitzondering is.
Wat Obama bijzonder helder in beeld brengt is de afhankelijkheid van zijn briljante medewerkers, mensen die zich bijna letterlijk kapot werken voor hem. Daarvoor geeft hij hun in dit eerste deel van zijn autobiografie alle credits. Samen zullen zij de grote thema’s in Amerika aanpakken: “de noodzaak voor fundamentele verandering; de noodzaak langdurige problemen zoals de gezondheidszorg en klimaatverandering aan te pakken; de noodzaak de uitgeholde verdeling tussen de twee partijen in Washington achter ons te laten; de noodzaak voor betrokken en actief burgerschap.”

Helaas, de realiteit is weerbarstig. Nog nooit is het land zo verdeeld geweest: je bent voor (Democraten) of je bent tegen (Republikeinen). Al decennia neemt die polarisatie toe. Nagenoeg alle initiatieven van Obama worden per definitie tegengewerkt door de Republikeinen, ongeacht of deze de bevolking van de VS ten goede komen. Af en toe laat Obama doorschemeren dat hij zich hier mateloos aan ergert. Alleen in achterkamertjes kan hij soms met enkele republikeinen tot een akkoord komen. Wat hij niet beseft is dat hij een kind van de Amerikaanse maatschappij is. Zo haalt hij met enige voldoening een tactisch advies aan van Nancy Pelosi: “Je hoeft geen minuut te denken dat we het Amerikaanse volk er niet bij elke gelegenheid aan zullen herinneren dat de Republikeinen de financiële crisis veroorzaakt hebben.” En inderdaad, de aanpak van Obama verschilt in die zin nauwelijks van die van de Republikeinen. In plaats van te werken aan een van de speerpunten van zijn campagne – “de noodzaak de uitgeholde verdeling tussen de twee partijen in Washington achter ons te laten” – pakt ook hij (onbewust?) iedere kans om de kloof tussen beide partijen te vergroten.
Obama geeft een beeld van “het standaardpatroon” van internationale topconferenties, waarbij “autocraten … niet in staat hun eigen persoonlijke belangen te onderscheiden van die van hun naties.” Laat dat nu in essentie hetzelfde zijn als waarmee zowel Democraten als Republikeinen hun dagen vullen. Toch is Obama blind voor het feit dat de huidige VS geen democratie meer zijn, althans niet in de zin van wat wij in Nederland onder democratie verstaan. De VS worden beheerst en verlamd door twee partijen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Zolang de partij er voordeel bij heeft, kan het volk worden gediend. Is iets echter overduidelijk ten voordele van de bevolking maar bestaat de kans dat het imago van de partij – of het nu de Democraten of de Republikeinen betreft – een krasje kan oplopen, dan kan het volk de pot op.

‘Liefde is niet blind, ze verrekt het dat ze kijkt,’ zei mijn oma zaliger. Een beloofd land is wat mij betreft een voorbeeld van soortgelijke blindheid. Dit beloofde land is volledig ten onder gegaan aan grootheidswaan en machtspolitiek. De kloof tussen Democraten en Republikeinen is zelden zo groot geweest als nu. Zo lang het eigenbelang en het persoonlijk gewin leidend blijven, is er weinig hoop. Een beloofd land is dan ook vooral een document van zelfrechtvaardiging, een opsomming van de eigen prestaties. Vanzelfsprekend geeft Obama toe dat bepaalde besluiten – Guantánamo, oorlogsvoering in het Midden Oosten, arrestatie van Moammar al-Qadhafi en omverwerping van diens dictatuur in Libië – minder gelukkig zijn uitgepakt, maar stelt hij dat het alternatief nog erger zou zijn geweest. In die zin is de waarschuwing van de lector Geschiedenis geen overbodige luxe als je aan deze dikke pil begint.
Ondanks mijn teleurstelling, meer in de teloorgang van de VS dan in Obama als persoon, zal ik straks ook het tweede deel van de autobiografie aanschaffen. Wel hoop ik dat uitgeverij Hollands Diep dan (veel) meer aandacht aan de redactie van dat boek besteedt.
© Eus Wijnhoven, januari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Jeroen Olyslaegers – Wildevrouw € 26.99

Olyslaegers - Wildevrouw_(01)-om@1.inddBeer, herbergier in de Amsterdamse Warmoesstraat, blikt terug op zijn Antwerpse jaren midden 16e eeuw, waar hij drie vrouwen in het kraambed is verloren. Bij de eerste twee is er sprake van een doodgeboren kind. Als geen ander weet Olyslaegers dat te verwoorden:

“Beladen als een schip vol toekomst zonken ze weg in de diepte van de dood, nog voor ze met hun vracht wisten aan te meren.”

Zowaar een prachtige metafoor. Dan bent u pas op de eerste pagina! Met dergelijke metaforen weet Olyslaegers het gehele verhaal te doorspekken, waarbij hij gebruikmaakt van contexten en woordgebruik uit de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Door de woordkeuze van de auteur bevind je je direct in die vervlogen tijden, en dat alles met een Vlaamse tongval.

Vroedvrouw Margreet die de drie vrouwen van Beer heeft bijgestaan, besluit bij hem te blijven. Wat moet zo’n man ten slotte alleen met zijn zoontje Ward (de laatste van de drie vrouwen bracht haar ‘vracht’ wel in veiligheid aan wal). Zij helpt hem niet alleen in de herberg, maar voedt ook zijn zoon op, een jongen met een beharing als een vacht. Vader blijft op afstand van dat zonderling schepsel, wat in diens late tienerjaren tot een aanvaring leidt. Margreet zal in Beers leven nog vaak als sussende factor optreden.

In de herberg van Beer ontstaat een groep gelijkgezinden: de Familie van Licht. Beschermvrouwe is de Heilige Brigida. De Familie staat voor vrijheid:

“Zo’n genootschap is sterker dan trouw aan wat voor koning of wat voor geloof ook. U deelt immers vrijheid onder elkander. U regelt zaken onder elkander zonder er misbaar over te maken.”

Onder hen is Bruegel. Hij maakt een mooie tekening in de herberg van Beer, een schildering die de herbergier later in de problemen zal brengen. Dit speelt in de tijd dat de toenmalige Bataafsche Republiek werd bezet door de Spaanse koning Filip. In jaren waarin er een geloofsstrijd woedde en er een soort geheime dienst functioneerde die zo machtig was dat zij individuen tot de dood kon veroordelen. Zoals zo vaak in de geschiedenis kregen ook toen Joden weer de schuld. Maar ook protestantse gelovigen. Sommigen beseffen echter:

“Onder de kracht van woedend volk wordt zelfs de grootste krijger platgetrapt en gevierendeeld, gelijk een spin door kindervingers van poten wordt ontdaan.”

Toch bevalt dit boek me minder dan zijn vorige roman Wil. Amsterdam lijkt er met de haren bijgesleept. De ontmoeting en uittocht (EW: naar Amsterdam) met de wildevrouw uit de titel krijgt te weinig aandacht. De vrijmaking en vlucht naar Amsterdam van Beer, de wildevrouw en haar dochter Marie, wordt even vermeld alsof het bijzaak is. Anderzijds komt wildevrouw uitgebreid aan bod tijdens haar ‘gevangenschap’ in de herberg van Beer in de jaren daarvoor. Haar eetgewoonten en zangerige stem aldaar vullen vele pagina’s. Het boek is daardoor enigszins uit balans, alsof Olyslaegers geen keuzes heeft durven maken. Alsof hij zich een beperking in aantal pagina’s heeft opgelegd. In het laatste geval had hij de herbergscènes in Antwerpen fiks kunnen inkorten, want die nemen onevenredig veel ruimte in en zijn regelmatig weinig interessant. In die zin is Wil meer in evenwicht.

© Eus Wijnhoven, januari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier

Barack Obama – Een beloofd land € 45.00

obamaEen van de eerste dringende adviezen die je krijgt bij begin van een studie Geschiedenis is de volgende: Lees geen autobiografieën, want niets is zo benevens de waarheid als de ‘feiten’ die in biografieën worden vermeld. Met die wijze woorden in gedachten begon ik aan de autobiografie van Barack Obama, een man op de dag af even oud als ik. Vooral zijn motivatie om dit boek te schrijven – “Waar mogelijk wil ik de lezers een gevoel geven van hoe het is om de president van de Verenigde Staten te zijn.” – beloofde een spannende leeservaring.

In het besef dat ik vooringenomen ben, ten slotte heb ik Obama altijd bewonderd, kan een dergelijk boek eigenlijk niet anders dan tegenvallen. Sterk is de beschrijving van de loodzware aanloop naar de nominatie tot presidentskandidaat van de Democraten. De tegenwerking binnen de partij waarbij het moddergooien, zoals we dat kennen van de strijd tussen Republikeinen en Democraten, niet van de lucht is. De rol van zijn partner Michelle, een ijzersterke vrouw zoals Obama die verschillende malen toont. Gezien de gemengde afkomst van de jonge burgerrechtenadvocaat – een Keniaanse vader en een (blanke) Amerikaanse moeder – was zijn gooi naar het presidentschap misschien wel de meest onrealistische uit de geschiedenis van de VS, waar openlijk racisme eerder regel dan uitzondering is.
Wat Obama bijzonder helder in beeld brengt is de afhankelijkheid van zijn briljante medewerkers, mensen die zich bijna letterlijk kapot werken voor hem. Daarvoor geeft hij hun in dit eerste deel van zijn autobiografie alle credits. Samen zullen zij de grote thema’s in Amerika aanpakken: “de noodzaak voor fundamentele verandering; de noodzaak langdurige problemen zoals de gezondheidszorg en klimaatverandering aan te pakken; de noodzaak de uitgeholde verdeling tussen de twee partijen in Washington achter ons te laten; de noodzaak voor betrokken en actief burgerschap.”

Helaas, de realiteit is weerbarstig. Nog nooit is het land zo verdeeld geweest: je bent voor (Democraten) of je bent tegen (Republikeinen). Al decennia neemt die polarisatie toe. Nagenoeg alle initiatieven van Obama worden per definitie tegengewerkt door de Republikeinen, ongeacht of deze de bevolking van de VS ten goede komen. Af en toe laat Obama doorschemeren dat hij zich hier mateloos aan ergert. Alleen in achterkamertjes kan hij soms met enkele republikeinen tot een akkoord komen. Wat hij niet beseft is dat hij een kind van de Amerikaanse maatschappij is. Zo haalt hij met enige voldoening een tactisch advies aan van Nancy Pelosi: “Je hoeft geen minuut te denken dat we het Amerikaanse volk er niet bij elke gelegenheid aan zullen herinneren dat de Republikeinen de financiële crisis veroorzaakt hebben.” En inderdaad, de aanpak van Obama verschilt in die zin nauwelijks van die van de Republikeinen. In plaats van te werken aan een van de speerpunten van zijn campagne – “de noodzaak de uitgeholde verdeling tussen de twee partijen in Washington achter ons te laten” – pakt ook hij (onbewust?) iedere kans om de kloof tussen beide partijen te vergroten.
Obama geeft een beeld van “het standaardpatroon” van internationale topconferenties, waarbij “autocraten … niet in staat hun eigen persoonlijke belangen te onderscheiden van die van hun naties.” Laat dat nu in essentie hetzelfde zijn als waarmee zowel Democraten als Republikeinen hun dagen vullen. Toch is Obama blind voor het feit dat de huidige VS geen democratie meer zijn, althans niet in de zin van wat wij in Nederland onder democratie verstaan. De VS worden beheerst en verlamd door twee partijen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Zolang de partij er voordeel bij heeft, kan het volk worden gediend. Is iets echter overduidelijk ten voordele van de bevolking maar bestaat de kans dat het imago van de partij – of het nu de Democraten of de Republikeinen betreft – een krasje kan oplopen, dan kan het volk de pot op.

‘Liefde is niet blind, ze verrekt het dat ze kijkt,’ zei mijn oma zaliger. Een beloofd land is wat mij betreft een voorbeeld van soortgelijke blindheid. Dit beloofde land is volledig ten onder gegaan aan grootheidswaan en machtspolitiek. De kloof tussen Democraten en Republikeinen is zelden zo groot geweest als nu. Zo lang het eigenbelang en het persoonlijk gewin leidend blijven, is er weinig hoop. Een beloofd land is dan ook vooral een document van zelfrechtvaardiging, een opsomming van de eigen prestaties. Vanzelfsprekend geeft Obama toe dat bepaalde besluiten – Guantánamo, oorlogsvoering in het Midden Oosten, arrestatie van Moammar al-Qadhafi en omverwerping van diens dictatuur in Libië – minder gelukkig zijn uitgepakt, maar stelt hij dat het alternatief nog erger zou zijn geweest. In die zin is de waarschuwing van de lector Geschiedenis geen overbodige luxe als je aan deze dikke pil begint.
Ondanks mijn teleurstelling, meer in de teloorgang van de VS dan in Obama als persoon, zal ik straks ook het tweede deel van de autobiografie aanschaffen. Wel hoop ik dat uitgeverij Hollands Diep dan (veel) meer aandacht aan de redactie van dat boek besteedt.

© Eus Wijnhoven, januari 2021

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier