Skip to content

Archief 2022

Valerie Trouet – Wat bomen ons vertellen €22.99

trouetSoms dwalen mijn ogen door de boekenkast en vind ik iets wat me onbekend voorkomt, waarbij ik me suf pieker hoe dat bewuste boek ooit in die kast is beland. Zo ook met Wat bomen ons vertellen – Een geschiedenis van de wereld in jaarringen. Als je in zo’n boek begint waarvan je niet kunt begrijpen waarom je het ooit hebt aangeschaft, voelt dat min of meer als een soort verplichting. Anders staat het maar in de kast en goedkoop zal het niet zijn geweest. Valerie Trouet had me echter snel te pakken: Wát een goed boek is dit!

Per toeval is Trouet dendrochronologie gaan studeren, de wetenschappelijke studie van jaarringen. Als bioloog in opleiding waren alle ‘interessante’ onderwerpen al vergeven uit de lijst waaruit zij als PhD-studente aan de KULeuven kon kiezen. Tijdens haar doctoraalstudie trok zij naar Tanzania voor jaarringonderzoek en zij raakte meer en meer geboeid door dit onderwerp dat weinigen zullen kennen. Zo zijn inmiddels tienduizenden jaren bij jaarringonderzoek in kaart gebracht. Aan jaarringen kun je klimaatwisselingen aflezen, de val van menig rijk (Romeinse rijk, Azteken, Maya-cultuur en zelfs opkomst en ondergang van Dzjengis Khan) verklaren en ontdekken dat homo heidelbergensis, waaruit ruim 250.000 jaar geleden de Neanderthalers zich hebben ontwikkeld, al houten gebruiksvoorwerpen maakte.

Trouet maakt duidelijk dat nagenoeg alle machtswisselingen het gevolg zijn van klimaatveranderingen. Extreme droogte en mislukte oogsten leidden tot de val van Rome. Maar ook overvloedige regenval kan een machtig rijk in het verderf storten, zoals bij de Khmer die al in de veertiende eeuw een vernuftige waterinfrastructuur in Angkor hadden gerealiseerd. Wat weinig beleidsmakers onder ogen willen zien is dat we ons opnieuw in dergelijke precaire toestanden bevinden nu de aarde steeds warmer wordt en enerzijds extreme droogte de stabiliteit van landen bedreigt en anderzijds grote overstromingen tot enorme schades leiden.

“Voor het eerst in de geschiedenis zijn onze wetenschappelijke methodes geavanceerd genoeg om een dreiging van wereldwijde, door de mens veroorzaakte klimaatverandering te voorspellen, maar ons onvermogen (of onze wil) om deze kennis in te zetten om de klimaatverandering te bestrijden is grotendeels het gevolg van politieke besluitvorming, of het gebrek daaraan.”

Trouet toont middels het geschreven woord, allerlei statistieken en crosslinks met andere takken van wetenschap overtuigend aan dat historische klimaatveranderingen altijd gepaard zijn gegaan met zeer ingrijpende gevolgen voor cultuur en leefklimaat. Een standaardverschijnsel zijn enorme migrantenstromen. Ook West-Europa zal daar de komende decennia mee worden geconfronteerd, of we het nu fijn vinden of niet. Daarbij is de opvang van vooral Afrikaanse vluchtelingen of – volgens sommigen – ‘gelukzoekers’ slechts het topje van de ijsberg die ons de komende decennia zal overspoelen. Helaas zijn politici niet bezig met langetermijnplanning, maar struikelen zij van de ene verkiezing naar de andere. Zolang machtswellust en kortetermijngewin de boventoon voeren, is er weinig hoop op inzet van de beschikbare kennis om het tij te keren. Dat kost geld, dat doet pijn. Niet ingrijpen zal echter vele malen desastreuzer uitpakken. Wát een boek is dit, zeg. Wat mij betreft tien sterren!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juni 2022

 

 

 

Marijke Schermer – Liefde, als dat het is

schermerJe bent vijfentwintig jaar getrouwd, hebt samen met je vrouw Terri twee tienerdochters – Ally en de oudere Krista – en dan zegt Terri ineens dat ‘het’ over is, dat ze genoeg heeft van de dagelijkse sleur. Hij, David, weet niet hoe dat moet, opvoeden anders dan in een tweespan, “hoe de liefde kan werken buiten het gebeitelde verband”. Ze hebben het toch goed samen? In een poging haar niet te verliezen, accepteert David in eerste instantie dat Terri een minnaar heeft. Het is tevergeefs.

“Terwijl ze de kratten leegruimt denkt ze na over hoe de jeugdigheid uit haar lichaam is gesijpeld, en hoe het streven uit hun leven is verdwenen. Alles gaat goed, alles gaat toch goed, zegt hij. Samenleven, denkt ze, is het voortdurend verder waden naar het midden van de gezamenlijke vijver: ondiep, lauw, met drassige bodem.”

Zo goed en zo kwaad als het kan probeert David samen met de meiden een stabiel gezin te vormen, terwijl zijn goede baan daar niet onder mag lijden. Dat is lastig met de puberale Krista en brugklasser Ally die het zo moeilijk heeft met de breuk tussen haar ouders, die alles zo goed mogelijk voor beiden zou willen doen, ook al is dat in het geval van haar moeder nauwelijks mogelijk. Krista, die per ongeluk een bericht op haar moeders mobiel heeft gelezen, wil niets meer met Terri te maken hebben. En ook Terri heeft moeite plaats in te ruimen voor haar kinderen.

“Ze weet dat ze van haar kinderen houdt, maar nergens in zich kan ze dat gevoel nog vinden. Ze legt haar hoofd op de tafel. Kan dat? Kan je op een dag wakker worden en de liefde kwijt zijn? Is ze gek aan het worden?”

De collega waarbij Terri haar heil zoekt, blijkt allesbehalve de prins op het witte paard. De weg terug is voor haar echter geen optie. David kan inmiddels niet anders dan accepteren dat Terri is vertrokken. Na enige aarzeling durft hij zich in te schrijven bij een datingsite. Na enkele mislukte dates ontmoet hij een spannende, jongere vrouw. Maar in hoeverre kun je elkaars verwachtingen nog op elkaar afstemmen als je ieder een stevig pak bagage meetorst?

Marijke Schermer geeft met de titel van haar boek een adequate samenvatting in vijf woorden. Wat is dat eigenlijk, liefde? En in hoeverre drijf je van die oorspronkelijke liefde af of wordt de band juist inniger? Vol compassie en empathie schetst Schermer de achtbaan waarin je kunt belanden als hemelse liefde dreigt te ontaarden in een drassig mijnenveld. Chapeau!
Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juni 2022

Frits Kappers – De schaduw van Fout € 19.99

kappers“Maarten Hesselink werd tegelijk met mij in het rooms-katholieke ziekenhuis in Winterswijk geboren.” Zo luidt de eerste zin van De schaduw van Fout – Een NSB-zoon vertelt. De ‘mij’ betreft Frits Kappers, auteur van deze bijzondere roman. Genoemde Hesselink heeft een verhaal te vertellen en Frits biedt aan het op te schrijven. Dat Maarten en Frits een en dezelfde persoon betreft, moge duidelijk zijn.

Maarten Hesselink vertelt in De schaduw van Fout over zijn vader Meindert en diens broer Albert. We volgen Meindert vanaf de verjaardag van zijn vader in 1935 en zien hoe hij langzaam – onder invloed van twee oudere NSB’ers – tot de overtuiging komt dat de toekomst van Nederland om aansluiting bij Duitsland vraagt. Kort na de inval door de Duitsers besluit hij daarom zich aan te sluiten bij de NSB. Dit leidt tot hevige conflicten in het gezin van de familie Hesselink; met name met zijn broer Albert, die zich in de loop van de bezetting bij het verzet aansluit. Veertig jaar na de oorlog belandt Maarten in een diepe sociaal-emotionele crisis, die alles te maken heeft met het verleden van zijn vader (en zijn moeder). Beide ouders zijn na afloop van de Tweede Wereldoorlog geïnterneerd geweest vanwege hun hulp aan de bezetter, een feit waarover in het gezin nauwelijks wordt gesproken. Nadat Maarten uit de psychiatrische inrichting is ontslagen, besluit hij zijn eigen persoonlijke vrijheidsstrijd te gaan voeren. Jeugdige idealen, burgerschapszin en onvoorwaardelijke moederliefde komen boven, maar ook manipulatie, demagogie, haat en strijd tussen goed en fout. Maar wat is goed en wat is fout? Wíe is goed en wie is fout? Een vraag die extra lastig wordt door een bijzondere én ontluisterende bekentenis die Albert, aan het eind van zijn lange leven, doet in een gesprek met Maarten.

Plaats van handeling is Winterswijk en omgeving ook al wordt Meindert met enige regelmaat naar Duitsland gestuurd. Daar ontmoet hij zijn latere vrouw. Zij werkt er als au-pair bij een hooggeplaatste militair. De gebeurtenissen in Winterswijk zijn historisch verantwoord. De schaduw van Fout is een opmerkelijk verhaal waarin een nabestaande worstelt met het verleden van zijn ouders. Niet alleen een must-read voor kinderen die in eenzelfde situatie zijn opgegroeid, maar een verhaal dat iedere lezer doet nadenken over goed, fout en alles wat daar tussen zit.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juni 2022

 

 

Marcel Proust – De kant van Guermantes € 29.99

germanSpeelde deel 2 van Op zoek naar de verloren tijd zich voornamelijk af in de badplaats Balbec, deel 3 – De kant van Guermantes – is gesitueerd in Parijs. De familie is verhuisd en woont naast het particuliere hotel van hertog Basin en (de veel jongere) hertogin Oriane de Guermantes. Zij worden gezien als een belangrijk koppel in de hoogste adellijke kringen, de faubourg Saint-Germain. Als kind al bewonderde Marcel deze voorname familie. Was cultuur door het tweede deel van de romancyclus verweven en speelde politiek daar een ondergeschikte rol, in deel 3 is dat omgekeerd. Met name de Dreyfusaffaire – de joodse officier André Dreyfus zou hebben gespioneerd voor het Keizerrijk Duitsland – verdeelt de samenleving in ‘dreyfussards’ en ‘anti-dreyfussards’. Marcel is inmiddels een twintiger, en evenals in deel 2 wordt hij verteerd door begeerte, al beperkt dit zich nu naar een enkele vrouw: hertogin De Guermantes.

“Maar hier, in de meest toonaangevende salon van de faubourg Saint-Germain, in de donkere galerij, waren er uitsluitend zulke mensen. Zij waren de uit een kostbare materie bestaande zuilen die de tempel torsten.”

Marcel probeert toegang te krijgen tot deze kringen. Dagelijks zorgt hij ervoor dat zijn pad dat van hertogin De Guermantes kruist, maar zij slaat geen acht op hem. Als hij vanwege zijn schrijfambities wordt uitgenodigd door markiezin De Villeparisis (van wie de spraakmakende Mémoires zijn verschenen), gloort er hoop. Toch heeft hij de hulp nodig van zijn trouwe vriend Robert Saint-Loup, die in deel 2 een belangrijke rol speelde, een tante-zegger tegen de hertogin. Deze echter heeft zo zijn eigen problemen. Smoorverliefd als hij is, laat hij zich door een platvloers snolletje uitkleden, letterlijk en figuurlijk. Tienduizenden francs spendeert hij aan ‘Rachel quand du Seigneur’, een meisje dat Marcel ooit voor enkele centimes in een bordeel heeft bezeten. Uiteindelijk weet Marcel tot de faubourg Saint-Germain door te dringen.

Tijdens die bijeenkomsten bij de De Guermantes ontmoet Marcel zijn vroegere (joodse) vriend Bloch. Oriane de Guermantes, een rabiate anti-dreyfussard ofwel antisemiet, schoffeert de jongeman. Sowieso viert (verkapt) antisemitisme hoogtij in deze voorname milieus, Robert vormt daarop geen uitzondering. Zo wil hij niet voorgesteld worden aan madame Swann (moeder van Marcels liefje Gilberte uit deel 1 van de cyclus). Overigens speelt dit antisemitisme in geval van hun wederzijdse vriend Bloch geen rol bij Saint-Loup. Nu Marcel zijn doel heeft bereikt, nauw contact met zijn idool, taant zijn belangstelling voor haar. Meer en meer raakt hij geïnteresseerd in de onderlinge connecties tussen de verschillende families en de huwelijkse banden die al eeuwen her gesloten werden om hun bezit en macht veilig te stellen. Deze beschrijvingen vullen honderden pagina’s van het boek en het is soms even stevig doorbijten om de moed niet te verliezen en verder te lezen. Dat antisemitisme in dit milieu volledig is geaccepteerd, blijkt uit een schrijnend voorbeeld wanneer baron De Charlus aan Marcel vraagt of hij ‘enige festiviteiten’ kan organiseren.

“… misschien zelfs feestjes waar je kan lachen. Bijvoorbeeld een gevecht tussen uw vriend (EW: Bloch) en zijn vader, waarbij hij hem dan verwondingen toebrengt zoals David Goliath. Dat zal wel een klucht opleveren. Hij zou zelfs, als hij toch bezig is, wat flinke meppen kunnen uitdelen aan zijn kreng, of zoals mijn oude dienstbode zou zeggen zijn karonje van een moeder.”

Als Marcel de baron vertelt dat mevrouw Bloch is overleden, reageert de baron met: “Dat was heel verkeerd van die vrouw om dood te gaan.” Zo ontneemt zij hem namelijk van een ‘festiviteit’ waarbij hij zich bij voorbaat zat te verkneukelen.

Als Albertine hem plotseling in Parijs komt opzoeken, het onbereikbare meisje uit Balbec, kruipt Marcel direct met haar tussen de lakens, waarbij hij zijn gedrag op wonderbaarlijke wijze legitimeert:

“Zeer zeker is het verstandiger je leven aan vrouwen te wijden dan aan postzegels, oude tabaksdozen of zelfs schilderijen en beelden. Alleen, aan deze andere collecties zou je het voordeel moeten nemen om voor afwisseling te zorgen, om niet één vrouw te hebben, maar vele.”

In De kant van Guermantes toont Proust de lezer vooral de mores van de Franse elite in die vroege jaren van de twintigste eeuw. Daarnaast introduceert hij de aanloop tot WO-I middels de oplopende spanningen tussen het Duitse Keizerrijk en Frankrijk. Waar zal hij ons in deel 4, Sodom en Gomorra, heenvoeren?

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, mei 2022

 

 

Jamal Ouariachi – Herfstdraad € 23.99

jamalEen schrijver verhuist met zijn Marokkaanse vrouw en hun dochtertje van zijn geliefde Amsterdam naar een provincieplaats (EW: ik meen op te maken dat het Zaanstad betreft). Hij heeft een belastingschuld bij “het blauwe monster” van twintigduizend euro. Al snel wordt hij geconfronteerd met het feit dat hij bij de aankoop van de woning meerdere contractuele verplichtingen heeft aangegaan, zoals actieve participatie aan Het Kruispunt. Dat blijkt een club radicale ‘wokers’ te zijn.

“Je zou dit land een dictator toewensen die een heel kordon van dit soort huichelaars in de kerker werpt en ze iedere nacht uit hun slaap martelt, hen weer eventjes ten volle laat beseffen dat men niet zo achterlijk lichtzinnig met persvrijheid dient om te gaan.”

Karakterisering van een persoon als blank is uit den boze, je hoort ‘wit’ te zeggen. “Maar ik ben niet wit. Papier is wit. Een schapenwolkje op een zomerdag is wit.” Je voelt het al aankomen: hier gaat iets gruwelijk mis.
Bij bovenbuurman Wim kan de protagonist zijn verhaal kwijt. De gepensioneerde geschiedenisleraar helpt hem tevens van zijn schulden af. Daarvoor hoeft hij slechts het communicatiekanaal van diens club – Deftig Rechts – te onderhouden. Voor hij het weet, verliest hij alles wat hem dierbaar is: zijn vrouw, zijn dochtertje Salina en – misschien wel het meest wezenlijke – zijn principes.

Herfstdraad is als een polemiek met betrekking tot de woke community. Ouariachi toont aan dat extreem conservatief/rechts en extreem woke nauwelijks van elkaar verschillen. Bovenal is het echter het verhaal van een man die zielsveel van zijn dochter houdt, die alles uit zijn handen ziet glippen. Een man die zich verongelijkt voelt en zich in kringen begeeft waaruit ontsnappen nauwelijks meer mogelijk is. Een fijne incorrecte roman!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, mei 2022

 

 

Pieter Waterdrinker – Biecht aan mijn vrouw € 23.99

waterdrinker biechtNa de eerste corona lockdown verhuist Pieter Waterdrinker met vrouw Julia en hun drie poezen van hun woning in Sint Petersburg naar het huis van zijn broer in het Franse district Tarn. In november 2020 wordt hij uitgenodigd enkele weken in het Schrijvershuis te bivakkeren, boven boekhandel Athenaeum aan het Spui in Amsterdam. In Soho House, een luxe tent, ontmoet hij een oude klasgenoot van de middelbare school, Otto Brons. In tegenstelling tot Brons heeft Waterdrinker nauwelijks goede herinneringen aan hun door Brons verklaarde ‘vriendschap’ indertijd.
Otto is inmiddels mediamagnaat, schathemeltjerijk. Waterdrinker verkeert in andere omstandigheden. Ondanks dat zijn romans inmiddels aardig verkopen, probeert hij vaste inkomsten te verwerven middels een wekelijkse column voor het dagblad waarvoor hij jarenlang als journalist heeft gewerkt in de meest bizarre en gevaarlijke omstandigheden. Al was het maar om er zeker van te zijn altijd iets achter de hand te hebben. Met minachting wordt hij ontvangen. In Thomas Leegte herkent de goede lezer Thomas Lepeltak van De Telegraaf. De man schoffeert hem en Waterdrinker staat binnen een kwartier weer buiten het megalomane pand van de krant.

Bij aankomst in het Schrijvershuis wacht Pieter een verrassing in de persoon van Jeva Harms. Deze knappe vrouw blijkt een reservesleutel van het appartement te hebben. Zij vertoefde er voor Pieters komst als liefje van rapper Winston Wow. Ze is inmiddels dakloos en gedraagt zich alsof de etage haar domein is. Op haar subtiele avances gaat de auteur niet in al blijft zij te pas en te onpas zijn pad kruisen.
Enkele dagen na zijn komst in Amsterdam gaat de volgende lockdown in. Otto weet echter alle maatregelen te omzeilen en neemt Waterdrinker mee naar illegale gelegenheden waar zij worden vergast op copieuze maaltijden. Regelmatig brengt Brons een bezoek aan het Schrijvershuis waarbij hij Pieter een onlangs gedane ontdekking onthult die zijn dagen in Amsterdam volledig op zijn kop zetten. In hoeverre bestaat de kans dat niet Brons maar hijzelf betrokken is bij deze affaire? En hoe moet hij het zijn vrouw vertellen?

Waterdrinker verwijst naar bestaande personen (in Alfred Kröger herkennen we Allard Schröder, de rossige barkeeper in café De Zwart kan niemand anders dan John zijn en eerder genoemde Leegte staat voor Lepeltak), terwijl hij andere bij hun ware naam noemt (Elik, de naam van zijn uitgever Elik Lettinga). Het is de vraag waarom hij daarvoor heeft gekozen.
Biecht aan mijn vrouw bevat geen kritische noten richting politiek en politici zoals we van Waterdrinker gewend zijn. Wel steekt hij zijn walging over (het gedrag van) schatrijke mensen – en hun schijt aan alles – niet onder stoelen of banken. Ook rapper Wow komt er niet best vanaf. In die zin blijkt ook uit deze roman het autobiografisch gehalte, een typering die hij overigens zelf heeft vermeld achterin de roman. Het is grappig te lezen hoe Julia zijn gangen nagaat, hem vanuit de Tarn in de gaten probeert te houden. Biecht aan mijn vrouw is een prettige roman, al haalt het niet het niveau van bijvoorbeeld PoubelleTsjaikovskistraat 40 of De rat van Amsterdam.

Uit Biecht aan mijn vrouw valt op te maken hoe graag Waterdrinker als passagier met een vrachtschip mee naar Buenos Aires wil varen. Dat heeft te maken met zijn vader. In een interview op 16 april bij Donner in Rotterdam kaartte hij die reis eveneens aan. Het zou me niet verbazen als zijn volgende roman zich (deels) in Buenos Aires afspeelt.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, april 2022

 

 

Tom Lanoye – De draaischijf € 25.99
Lanoye_Dedraaischijf_front+rug.inddAlex Desmedt (what’s in a name) begint  begint de roman met “Ik had me de dag waarop ik word begraven heel anders voorgesteld.” Hij is teleurgesteld dat hij geen begrafenis krijgt welke zijn belangrijke rol in de Antwerpse theaterwereld recht doet. Zijn oudere broer Rik, amai, het is logisch dat hem geen eer ten deel viel. Die collaboreerde dan ook openlijk met de nazi’s. Hij was medeoprichter van de SS in Vlaanderen. Maar Alex? Hij was nota bene getrouwd met steractrice Lea Liebermann, een Jodin. Wat kon men hem dan verwijten? “Ze klagen in mij de daden aan van mijn broer. Omdat die er tegen dan zelf niet meer zal zijn.”
Rik is een gevierd dirigent die internationaal successen viert als de nazi’s aan macht winnen. Moeiteloos sluit hij zich bij de partij aan die binnen afzienbare partij Duitsland in haar greep heeft. De Duitse bezetting van België beschouwt hij als een zegen. Eindelijk kan er orde op zaken worden gesteld in de chaos die de Belgische samenleving kenmerkt. Dankzij Rik promoveert Alex tot “directeur-generaal der Koninklijke Theaters van Antwerpen”. Zijn vrouw Lea mag niet meer optreden, en ook vaste decorontwerper Sol Schneider dient hij te ontslaan.

“ ‘Wat een jodenstreek van die moffen,’ lachte hij (EW: Sol) bij zijn laatste bezoekje aan onze Bourla, ook voor hem verboden terrein.” (In tegenstelling tot Nederland golden er in de Belgische steden en provincies lokale geboden en restricties. Zo moesten de Joden in Antwerpen hun ster letterlijk zelf kopen.)

Alex Desmedt voelt zich tekortgedaan. Na de oorlog heeft men zelfs

geprobeerd hem te veroordelen vanwege heulen met de bezetter! Gelukkig heeft hij die straf kunnen ontlopen. De draaischijf is zijn monoloog waarin hij aan de hand van de ‘feiten’ de lezer vraagt begrip voor hem op te brengen. Daarbij verschuilt hij zich achter manieren om zijn geweten te sussen.

“Je moet alles altijd in zijn context durven zien en het verleden nooit beoordelen met maatstaven van vele jaren later.” Of: “Op een bepaald moment zijn de raderen waarin je verstrikt geraakt te robuust en is de machine die jou verslindt te machtig.” En: “Ik geloof in de kracht van vergeten. Ik wel.”

De titel van het boek heeft betrekking op de draaischijf die werd aangebracht in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Die moest het pronkstuk worden van het Deutsches Theater in den Niederlanden. Ten gevolge van een staking in de Nederlandse culturele sector krijgt Alex de opdracht het ding in gereedheid te brengen. Maar er zijn meer draaischijven in deze roman. Zo is Alex de draaischijf tussen zijn SS-broer Rik en zijn Joodse echtgenote Lea. Antwerpen is de stad waar alles, ongeacht de omstandigheden, door moet draaien. Zoals in Nederland ‘het gehele volk’ in het verzet zat, zo collaboreerden ‘alle Belgen’. Nog altijd is er geen verzetsmuseum in België, zijn er geen straten naar verzetslieden vernoemd, terwijl menig avenue, allee of boulevard de naam van notoire collaborateurs draagt. Wil, de bekroonde roman van Jeroen Olyslaegers, geeft een bijzonder inkijkje in die wereld van collaboratie. De draaischijf en Wil versterken elkaar.
Zelf noemt Lanoye De draaischijf ‘mijn Verdriet van België’ naar het gelijknamige boek van Hugo Claus. Al speelt ook in De draaischijf ontluistering, verwarring en collaboratie een rol, zo complex als Claus’ meesterwerk is het boek niet. Buiten een interessant verhaal dat op historische gebeurtenissen en personen is gebaseerd, heeft Lanoye met De draaischijf een zoveelste stilistisch kunststukje afgeleverd.
Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, april 2022

 

Ilja Leonard Pfeijffer – Monterosso mon amour cadeau bij aankoop van €15.00

ok geschenkWat een heerlijk Boekenweekgeschenk heeft Ilja Leonard Pfeijffer geschreven. Misschien wel het beste van de afgelopen jaren, terwijl daar toch ook enkele mooie geschenken bij zaten. Soms is het verhaal enigszins voorspelbaar, vaker zet de auteur je volstrekt op het verkeerde been. Juist die afwisseling is een kers op de taart.

Carmen, “vrouw van iets meer dan middelbare leeftijd”, heeft decennia over de aardbol gezworven in het kielzog van haar man Rob, eeuwig tweede diplomaat op de ambassades waar hij werd gestationeerd. Na zijn vervroegde pensioen stort zij zich op haar grote liefde, de literatuur. Als vrijwilligster organiseert zij bij de plaatselijke bibliotheek de programmering van schrijvers, zo ook voor de Boekenweek. Mede omdat Pfeijffer een voormalig klasgenoot van haar is, nodigt zij de schrijver van het nieuwe Boekenweekgeschenk uit.

“Een van de hoogtepunten is wat haar betreft dat Ilja Leonard Pfeijffer heeft toegezegd te zullen komen, hetgeen overigens nogal wat voeten in de aarde had, omdat hij uit Italië moet komen, zoals zijn manager bij herhaling benadrukte om vervolgens vergoeding van de reiskosten als voorwaarde te stellen, terwijl Carmen wist dat hij gedurende de hele Boekenweek in het land zou zijn.”

“Zijn lezing is superieur, in die zin dat hij ongenaakbaar en zelfverzekerd voldoet aan alle verwachtingen. Met geveinsde bescheidenheid en een paar meesterlijk getimede oprispingen van zelfironie camoufleert hij zijn hyperbewuste zelfpromotie.”

Heeft ooit eerder een schrijver van het Boekenweekgeschenk zo de spot met zichzelf gedreven? Buiten dat is Monterosso mon amour een novelle die ‘af’ is, wat van een aantal geschenken niet gezegd kan worden. Anderzijds doet het verlangen naar meer, zoals Annejet van der Zijl met haar Fortuna’s kinderen eerder heeft gerealiseerd.
Mocht u binnenkort een optreden van Pfeijffer bijwonen, stel dan niet de vraag waarvoor hij u in deze novelle vast waarschuwt:

“Iemand uit het publiek vraagt de schrijver of hij met een pen of een computer schrijft.”

De auteur zal u waarschijnlijk hoffelijk antwoorden, wellicht met vileine ondertoon in zeer zorgvuldig geformuleerde zinnen, maar wát een pesthekel heeft hij aan die vraag! Wees erop beducht.

Koop in de Boekenweek een boek van € 15,00 of meer, maakt niet uit wat. Eén ding is zeker: Ilja Leonard Pfeijffer zal u niet teleurstellen!

 

 

Guy Sajer – De vergeten soldaat € 35.00

garyGuy Mouminoux was dertien toen de Elzas werd geannexeerd door Duitsland. Guy, zoon van een Franse vader en een Duitse moeder (achternaam Sajer), was nog geen zestien jaar oud toen hij “verliefd werd op militaire pracht en praal” zoals hij het later zelf heeft verwoord, en dienst nam in Hitlers leger. In tegenstelling tot het rommelige Frankrijk waar hij in 1942 woonde, sprak de orde en discipline van de Duitsers de tiener aan. Allereerst moet hij tijdens zijn opleiding verduitsen en vervolgens wordt hij als zestienjarige naar het Oostfront gedirigeerd.
Hij wordt aangesteld als transportbegeleider bij de Rollbahn, wat betekent dat hij de Duitse troepen moet bevoorraden met alle uitrusting die gevechtseenheden nodig hebben. In het najaar van 1942 trekt hij Rusland in. Niets blijkt waar van wat de Duitse propagandamachine verkondigt, zo ondervindt hij al snel. De ontberingen, bij temperaturen van 20 tot meer dan 30 graden onder nul, zijn onvoorstelbaar, de verliezen groot. Van voorraden is nauwelijks sprake dus overal wordt hij ontvangen als iemand die gruwelijk nalatig is geweest. Aan alles is gebrek: voedsel, medicijnen en – niet onbelangrijk – munitie. De Russen lijken zich voort te planten waar je bij staat: heb je net 1000 soldaten neergemaaid, doemen er 2000 andere aan de horizon op.

“Het enorme Rusland lijkt ons te hebben opgeslorpt, en als vrachtwagenchauffeur hebben we geen trots imago: wij zijn de dienstmeisjes van het leger.”

Het duurt niet lang of de Duitse troepen trekken zich terug vanwege de overmacht van de Russen. Als Sajer dan eindelijk op verlof mag, wordt dat uitzicht al snel in de kiem gesmoord.

“Verraders die voor de Russen zijn gevlucht en Rostow hebben prijsgegeven! Dit is wat we doen met verraders zoals jullie! We sturen ze terug naar de frontlinies, waar ze nooit weg hadden moeten gaan!”

Als hij in de zomer van 1943 dan echt eens twee weken op verlof mag, wordt hij in Berlijn verliefd op een meisje. Enkele dagen verkeren zij in elkaars gezelschap voordat hij wordt teruggestuurd naar het oosten, waar de situatie verder verslechterd is. Haar brieven bereiken hem sporadisch en zijn een drijfveer in leven te blijven.
Inmiddels zijn veel van zijn kameraden gesneuveld, maar toch vindt hij er enkele terug na zijn verlof. Samen met hen wordt hij geselecteerd voor een elite compagnie, Grossdeutschland. Commandant Fink beult sommigen van hen letterlijk tot stervens toe af, maar als Guy uiteindelijk de beproevingen doorstaat, voelt hij zich voor het eerst geen ‘half-Duitser’ meer, maar een volwaardig lid van Hitlers leger. Fink draagt hij op handen.
Je kunt je afvragen of hij met deze promotie veel is opgeschoten, want als de Duitse troepen zich voor de zoveelste maal moeten terugtrekken, ontdaan van nagenoeg al hun materieel en soms dagenlang zonder voedsel of water verkerend, laat staan een droge plek hebben om te slapen, worden de mannen van Grossdeutschland weer naar de vuurlinie gestuurd. Veel manschappen zouden liever sneuvelen dan de terugreis te moeten aanvaarden, een tocht waarbij het uiterst ongewis is of zij daarbij niet van honger of bevriezing zullen omkomen.

De vergeten soldaat is op dit moment extra interessant, omdat het strijdtoneel zich grotendeels afspeelt in de regio waar ook nu oorlog wordt gevoerd: Oekraïne, en dan vooral in het oosten. Niet dat de bevolking daar blij is met de Duitse bezetter, maar alles is beter dan de Russen.

“De vrijheid van het marxisme dwingt de Oekraïners tot een andere manier van denken. In het hart van de Oekraïners stroomt met zorg gedoseerde bittere gal, net als in dat van de Duitsers. De haat neemt toe, krijgt een verbetener gezicht, ontketent een totale oorlog!”

Als Sajer na de capitulatie terugkeert in zijn geboortedorp, loopt zijn moeder hem straal voorbij. Zij herkent haar eigen zoon niet meer, zozeer is deze in enkele jaren verouderd. De inmiddels achttienjarige kent Frankrijk niet meer terug. “Het Frankrijk waarvan ik dacht dat het aan mijn kant stond, aan onze kant.” (EW: Ondanks dat de Fransen er liever niet aan herinnerd willen worden, steunde een zeer groot deel van de bevolking het Vichy-regime en werden de bezittingen van welgestelde Joden maar wat graag ingepikt en hun eigenaren ‘uitgezwaaid’ naar Duitse of Tsjechoslowaakse vernietigingskampen.)

Guy Mouminoux werd na de oorlog niet vervolgd vanwege zijn bijdrage aan de Duitse krijgsmacht. Als zijn vader Duitser was geweest en zijn moeder Française, dan had het er veel slechter voor hem uitgezien. In 1967 is De vergeten soldaat voor het eerst verschenen, een verhaal dat “beschrijft vanuit het perspectief van de gewone frontsoldaat en met onmiskenbaar psychologisch inzicht wat zich te velde afspeelde. Het soldatenleven in Rusland kwam vooral neer op ontberingen: honger, angst, uitputting, afstomping, kou, eindeloze marsen en koortsachtige activiteit, met kameraadschap als lichtpunt tegenover de constante dreiging van gevaar en het brute geweld.” (uit het nawoord). Sajer is door de oorlog zowel lichamelijk als psychisch zwaar beschadigd en leidde zijn leven daarna als striptekenaar, voornamelijk in zelfgekozen isolement. De vergeten soldaat is een boek om stil van te worden…

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, april 2022

 

 

Carolien Hondius – Mensen-Mét € 15.00
MensenMétVerhalen over mensen met een beperking

Carolien Hondius werkte na haar hbo-J opleiding tien jaar met ‘jongeren-mét’ en werkt daarna al ruim twintig jaar met ‘volwassenen-mét’. Geestelijk en vaak tegelijkertijd lichamelijk gehandicapte mensen. Landgenoten die we maar al te graag de rug toekeren, omdat wij hen eng vinden, omdat we niet weten om te gaan met mensen die zich anders gedragen dan wij. Mensen die in bad gaan liggen en ontspannen hun behoefte doen. En dan beseffen dat dit niet proper is en hun drollen uit het water scheppen en tegen de wand smijten om vervolgens weer heerlijk te genieten in het warme water. Jongens die bij een feestelijke Chinese maaltijd zich ongans eten, daarna over hun nek gaan – deze keer netjes op hun bord – waarna de buurjongen gretig het bord naar zich toe trekt en ervan begint te eten (sorry, het staat er echt). Mensen die slechts via kreten gevoelens kunnen uiten, waarbij je er (als begeleider) weken tot maanden over doet om te beseffen wat die gevoelens nu betekenen: is het positief of negatief?

Via muziek, gitaar en haar heldere stem, weet Carolien tot ‘moeilijke gevallen’ door te dringen. Dat zij valser dan mogelijk geacht meezingen, dat zij volstrekt uit de maat klappen en drummen: het kan haar niet deren. Met muziek weet Carolien te bereiken wat anderen, inclusief ouders, niet lukt.

Mensen-Mét is een bijzondere bundel verhalen. Over mensen die gezien moeten worden, over mensen waar we in het algemeen met een grote boog omheen lopen. Mensen-Mét zijn mensen als wij, alleen zijn ze ‘anders’. Ook zij verlangen de basisbehoeften die ons allen deelt: aandacht, respect en een beetje warmte. Carolien heeft het boek in eigen beheer uitgegeven en in de eerste druk is de redactie niet altijd even zorgvuldig geweest. Toch wil ik dit boek van harte aanbevelen!

 

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, maart 2022

 

Hans Keilson – Daar staat mijn huis € 17.50

keilsonHans Keilson (1909 – 2011) groeide op in een Joods gezin in Bad Freienwalde, gelegen in de deelstaat Brandenburg in het oosten van Duitsland. Na zijn studie geneeskunde in Berlijn, zag hij zich in 1936 gedwongen samen met zijn vrouw Gertrud naar Nederland te vluchten. In Daar staat mijn huis haalt hij herinneringen op uit zijn jeugd, al geeft hij direct aan het begin van het boekje aan:

“Samen met de persoonlijkheid verandert ook de kwaliteit van de herinnering. … Mijn leven en mijn herinneringen zijn aangevreten door de rookwolken van de vernietiging. Ook deze notities, zelfs als ze gaan over aangenamere, gelukkig stemmende gebeurtenissen…”

In het besef dat zijn herinneringen dus gekleurd zijn, zoekt hij naar momenten waarop hij zich bewust werd van de subtiele manieren waarop mensen hem als anders gingen zien, en behandelen. Al op de middelbare school merkt hij dat klasgenoten zich anders jegens hem gaan gedragen.

“Het waren geen persoonlijk ervaren aanvallen en ook geen lasterpraatjes die mijn kinderwereld binnendrongen en hem verminkten. Het was meer iets algemeens, iets in de sfeer, wat zich in een vaak moeilijk te vatten samenhang uitte.”

Moeder Keilson komt uit een gematigd Joods orthodox gezin, terwijl vader nauwelijks een religieuze (Joodse) opvoeding had genoten. Ook het gezin Keilson valt ten dele prooi aan de moordpartijen van de nazi’s. Hans weet zich in Nederland met vervalste papieren tot 1944 redelijk vrij te bewegen en daarna is van onderduiken ook geen sprake. Hij is de Nederlanders dankbaar, al vermeldt hij tevens:

“Uit geen ander bezet land werden naar verhouding zo veel Joden aan de vernietiging prijsgegeven en kwamen er zo veel om. Geen ander westers land leverde relatief een zo groot contingent mensen voor de Duitse oorlogsmachine.”

Na de oorlog specialiseerde Keilson zich tot psychiater, waarop hij zich in eerste instantie richtte op Joodse kinderen. Zijn onderzoek naar hun trauma’s hielpen hem bij het verwerken van het verlies van zijn ouders. Daar staat mijn huis, geschreven begin jaren negentig, is een metafoor voor de plek waar je gelukkig bent, waar je je veilig voelt. En Hans Keilson voelde zich veilig in Nederland, daar waar zijn huis stond. Daar staat mijn huis is een bijzonder document.

 

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, maart 2022

 

 

Renske Jonkman – Dit verdronken land  € 20.99

jonkman1956. Lucas, Krijn, Janna en Seth Endegeest staan er vanaf Krijns achttiende alleen voor. Samen runnen zij boerderij Jona in de Walvisch nadat hun ouders zijn overleden. Hun weilanden zijn over allerlei eilandjes verspreid. Dag in dag uit worden de koeien per schuit overgeroeid. Opa staat zijn kleinkinderen op afstand met raad en sporadische daad bij. Het leven is zwaar in de West-Friese polder van Wogmeer. Naast opa kent Krijn als enige de financiële situatie van hun bedrijf: er komt minder binnen dan dat eruit gaat. Als de belofte van voorspoed zich aandient in de vorm van mogelijke inpoldering, wil hij die kans dan ook met beide handen aangrijpen. Zijn twee jaar jongere broer Lucas denkt er anders over en wil alles bij het oude houden, mede uit respect voor hun vader. Ook opa juicht het plan van inpoldering allesbehalve toe. Uiteindelijk leidt de situatie tot een clash tussen de twee jongens, met onherstelbare gevolgen.

2020. Lucia Endegeest groeit op in de familieboerderij die inmiddels gerund wordt door haar moeder Janna. Zijdelings heeft ze van oom Krijn gehoord, die op jonge leeftijd naar Canada is verhuisd. Uit een enkele brief heeft zij z’n adres boven tafel gekregen, maar haar moeder wil niet over hem of over het verleden praten. Oom Lucas is al op jonge leeftijd overleden en oom Seth bedient als geestelijke de religieuze behoeften in het dorp. Lucia’s partner, een man met een groot boerenbedrijf die vanwege allerlei milieuregels geen toekomst meer ziet in Nederland, wil zich in Canada oriënteren op de mogelijkheden in dat uitgestrekte gebied. Terwijl zij door het onmetelijke land allerlei boerenbedrijven ter overname bezoeken, besluit Lucia dat zij koste wat kost haar oom wil ontmoeten. Daar aangekomen licht de tweeëntachtig jaar oude paardenfokker, ondanks zijn gesloten karakter, een tip van de sluier op over wat er in het verleden is gebeurd.

2148. Uitsluitend de overgeblevenen wonen aan het Waardermeer. De paar huizen zijn alleen per boot te bereiken. Gelukkig is Jona in de Walvisch op een terp gelegen. Daar woont een visser in de boerderij die al eeuwenlang in de familie is. Het landoppervlak van Nederland beslaat nog niet de helft van wat het rond 2020 moet zijn geweest. Akkers drijven op vlotten, voedsel is tamelijk schaars. De vissersdochter beseft hoe zij het getroffen hebben als zij de duizenden haringen en palingen ziet in de kweekbakken van haar vader.

Het verdronken land is een ode aan het cultuurlandschap van West-Friesland. Renske Jonkman zou een adept van Gerbrand Bakker kunnen zijn: het verhaal wordt op een soortgelijke sobere toon verteld als die in Boven is het stil. Met Het verdronken land heeft Jonkman een wonderschoon boek geschreven.

 

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, maart 2022

 

 

Nelleke Noordervliet – Wij kunnen dit € 22.99

noordervliet kunnenIn het Rotterdamse Kralingen zet de veertigjarige Helen Brand de noodlijdende boekhandel van haar vader voort. De spastisch gehandicapte vrouw heeft allang het idee verlaten ooit een partner te vinden. Niet dat zij zielig is, ze heeft een rijk sociaal leven. Van ware vriendschappen is echter geen sprake, totdat ene Leo Wassermann de zaak betreedt. Met zijn literaire kennis blaast deze leeftijdgenoot haar van de sokken. In tegenstelling tot Helen heeft Leo financieel gezien niet te klagen (daar weet zij niets van): nadat hij zijn succesvolle internetbedrijf heeft verkocht, zwemt hij in de miljoenen. Hij heeft besloten terug te keren naar zijn Rotterdamse roots om tot zichzelf te komen en uit te vinden wat echt belangrijk is in een mensenleven. Womanizer Leo is niet alleen intelligent, hij is bovendien gezegend met een knap voorkomen. Wat ziet hij dan in haar?

“Was Helen mooi? Hij dacht van wel. Niet de absolute hoofdklasse, maar er ging iets van haar uit, iets eigenzinnigs. Een subtiel en donker soort schoonheid die contrasteerde met de hulpeloosheid van haar fladderende bewegingen.”

Zij beginnen een briefwisseling waarin Leo zich het alter ego Anaximander – een presocratisch filosoof en fysicus – aanmeet en Helen terugvalt op Sappho – lyrisch dichteres uit het oude Lesbos. Middels dit briefverkeer tussen Anaximander en Sappho groeien zij naar elkaar toe. Deels bespreken zij elkaars dagelijkse beslommeringen. Als er ook maar een tikkeltje dieper wordt geprikt, laten beiden het afweten. Zij hebben “de omweg van de brief” nodig. Uitsluitend via hun alter ego’s laten zij tussen de regels door soms iets meer los van hun drijfveren. Wel vertellen zij elkaar dat zij ieder op tienerleeftijd verlaten zijn: Helen doordat haar moeder Ank de deur achter zich dichttrok om nooit meer terug te keren, Leo doordat zijn ouders bij een vliegtuigongeluk om het leven zijn gekomen. Helen ging er allang niet meer vanuit dat zij een partner zou vinden, maar nu heeft zij haar Wassermann gevonden, de man die de Brand kon blussen.

In beider leven komen de verloren ouder(s) terug: moeder Ank staat ineens voor de boekhandel, terwijl Leo steeds meer ontdekt over zijn familiegeschiedenis en over het al dan niet foute gedrag van zijn vader tijdens de politionele acties. Zowel Helen als Leo zwijgen over de innerlijke problemen die dat met zich meebrengt, beiden bang dat hun verleden roet in het eten kan gooien. En dat gebeurt, wanneer Leo Helen vertelt wat zijn ware naam is, dat Wassermann de naam van moederskant is. Beiden voelen zich bedrogen. Hun intimiteit dooft, de relatie lijkt te verzanden.

“Liefde zonder verleden liep snel tegen haar grenzen aan. Er moest toch een soort tussenvorm zijn: wel de randvoorwaarden (dit is mijn moeder, dit is mijn vader, dit is mijn handicap), maar niet meteen alle achtergronden. Niet de diepte. Zakelijk, maar niet emotioneel.”

De briefwisseling tussen Sappho en Anaximander is wellicht ietwat hoogdravend gekozen, maar prima leesbaar. Vooral de ontwikkeling die de schrijvers daarin doormaken, waarbij zij steeds vaker de context van eeuwen voor Christus verlaten voor de tegenwoordige tijd. Wat stoort zijn de clichés die Noordervliet hanteert:
– de obligate Citroën DS van Leo (het is duidelijk dat Noordervliet nauwelijks verstand heeft van het Franse icoon);
– de ontlezing en invloed van online boekhandels, die de kwaliteitsboekhandels in de steden de das omdoen;
– de introductie van corona en de gevolgen voor boekhandel Brand.
Is Wij kunnen dit een roman over een boekhandel? Geenszins. De context had evengoed een oliehandel kunnen zijn. Die makkelijke ‘sfeertekeningen’ verdoezelen de literaire kwaliteit die dit verhaal zeker heeft!
Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, maart 2022

 

 

Juan Gómez Bárcena – Kanada € 20.00

barcenaEen Joodse hoogleraar astrofysica keert na WO-II terug naar huis in Hongarije. Hiervoor heeft hij in barak Kanada, Auschwitz, goederen moeten sorteren van mensen die de gaskamers in werden gedreven. De stad ligt in puin, maar goddank staat zijn huis nog overeind. Zijn buurman, kruidenier, heet hem op een overdreven manier welkom en zegt dat hij goed op het huis heeft gepast, maar bij binnenkomst blijkt er weinig over van het meubilair. Het is er smerig.
De astrofysicus trekt zich terug in zijn vroegere werkkamer. Hij kan de wereld niet meer aan, durft nauwelijks een stap buiten de kamer te zetten. De Buurman brengt met enige regelmaat eten en af en toe wordt de emmer geleegd waarop de astrofysicus zijn gerief doet. Totdat Buurman er genoeg van krijgt en hem maant werk te zoeken. Er is echter geen beweging te krijgen in de huiswaarts gekeerde. Als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed naar de berg gaan, besluit de kruidenier. De stenenfabrikant waarmee hij bij de astrofysicus verschijnt is in eerste instantie enthousiast de uitgemergelde wetenschapper te ontmoeten. Die man kan ten slotte rekenen. Dat enthousiasme houdt echter niet lang stand.

“Hij bekijkt je versleten kleren, je uitgemergelde polsen, en zijn blijdschap begint beetje bij beetje te tanen. Zijn handdruk is ook slapper geworden, alsof hij zich ineens realiseert dat hij niet een mens begroet, maar het oor van een heel oud en breekbaar porseleinen kopje vasthoudt.”

122892 op zijn onderarm, het nummer van waar hij naamloos was. In de koude kamer verbrandt hij de studieboeken van vroeger, zijn wetenschappelijke literatuur, om het enigszins warm te stoken. Slechts een pagina bewaart hij, die waarin kond wordt gedaan van de astrofysicus Schneider die volhoudt dat de aarde het centrum van het universum is. Een wetenschapper die teruggaat in de tijd. En 122892 weet “dat tijd er niet toe doet, dat hij achteruit kan lopen, zoals de propeller van een vliegtuig, zoals de satellieten van Schneider, zoals jouw gedachten; dat het mogelijk is geboren te worden in 5674 en te sterven in 1950.”

Langzaam maar zeker hoort de man steeds vaker geluiden buiten zijn kamer en al snel beseft hij dat de rest van het grote huis wordt ingenomen door andere bewoners. Volgens de Buurman zijn het diens neven. In werkelijkheid verhuurt de kruidenier de woonruimte, woonruimte die schaars is in de stad. Met één van die bewoners heeft de astrofysicus af en toe contact, als deze Student sigaretten bij hem komt bietsen. Tot woorden is de overlever nauwelijks meer in staat.
Op zeker moment lijkt het of er een oude dieseltrein het huis in komt gereden, een machine die daarna nagenoeg continu herrie produceert. Om het geluid te overstemmen, zetten de nieuwe bewoners vaak muziek op, een repeterende plaat. Meer en meer kruipt de man in zijn schulp, steeds verder daalt hij af naar het verleden. Hij herbeleeft wat hem is aangedaan, tot op het punt dat hij de Buurman naar zijn raam ziet wijzen.

Kanada is een roman over grote gebeurtenissen, in kleine, stille woorden weergegeven. Een bijzonder boek, dat zonder meer.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, februari 2022

 

Jesús Carrasco – Terug naar huis € 21.99

carrascoBij een nieuw boek van Carrasco komen automatisch zijn duistere boek De vlucht en De grond onder onze voeten in gedachten. Daarom kan het even duren voor je gegrepen wordt door Terug naar huis, want het is een boek van een geheel andere orde. Ook hier worden de personages geplaagd door strijd en ongemak, maar dit keer betreft het vooral interpersoonlijke relaties en zelfreflectie.

Juan Álvarez heeft het slaperige dorp Cruces, waar hij is opgegroeid, verlaten onder het mom van een studie botanische wetenschap in Edinburgh. Hij zou een beurs hebben ontvangen van de Royal Botanic Gardens. Nadat dochter Isabel zich heeft gevestigd in Barcelona, vertrekt ook de zoon van het gezin Álvarez, de jongen die is voorbestemd zijn timmerfabriekje later over te nemen. Zelden keert Juan naar Spanje terug, zelfs niet als zijn vader ernstig ziek blijkt te zijn. Liever zoekt hij zijn heil in de armen van wisselende Schotse deernen. Maar dan overlijdt vader, en is hij gedwongen naar Cruces terug te keren.

“Hij is slechts vier jaar weggeweest, maar in die tijd zijn er zo veel dingen met hem gebeurd dat zijn blik is afgedwaald. De sprei, de bekers, de bureaulamp. Alles was er, op precies dezelfde plek, alleen vervaagd door de gewoonte. Maar nu voeren die voorwerpen hem naar momenten uit zijn verleden waar hij niet meer was geweest.”

De relatie tussen Juan en zijn vader was niet best. Echt spreken met elkaar gebeurde hoogst zelden. Ieder hield zijn gevoelens en gedachten voor zich. “Tussen zijn vader en hem lagen kilo’s stof.” Juan heeft zijn familie vier jaar voor de gek gehouden. Nu moet hij echter de waarheid onder ogen zien, met zijn intelligente zus die hem verwijten maakt, met zijn zwager die hem ‘iets moet zeggen’; een understatement…
Mede dankzij zijn vroegere vriendje Fermín en de enige werknemer van zijn vader, Ramón, houdt Juan zich staande. Daarbij vestigt hij zijn hoop op het open retourticket dat hij heeft, en dus op ieder gewenst moment naar Edinburgh terug kan vliegen. Helaas blijkt de realiteit weerbarstiger.

Als Isabel voor langere tijd naar de VS moet, om mensen in te werken van het bedrijf dat haar laboratorium heeft overgenomen, staat Juan er na de begrafenis alleen voor. Hij wordt gekweld door schuldgevoelens, enerzijds innerlijk, anderzijds jegens zijn moeder. Kan hij met goed fatsoen terugkeren naar Schotland? En hoe moet het met de fabriek, nu de financiële situatie veel minder rooskleurig is dan hij had voorzien?

Terug naar huis schetst op meesterlijke wijze het conflict tussen twee generaties. De moderne jonge man die is ontsnapt aan diens knellende verleden en de oudere generatie die vindt dat het de plicht is van kinderen om voor hun ouders te zorgen en die pas, na het verscheiden van de ouders, een leven voor zichzelf opbouwen. Wederom schreef Carrasco een prachtig verhaal, waarbij je als lezer ongemerkt niet ontkomt aan de vraag hoe jijzelf staat ten opzichte van je ouders. Bravo!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, februari 2022

 

Sien Volders – Oogst € 22.99

voldersOp 1 januari 2007 is Roemenië toegetreden tot de Europese Unie. Veel Roemenen zagen uit naar dat moment, maar ook een aanzienlijk deel was bang voor de gevolgen. Niet onterecht, zoals later bleek. Met de EU vestigden supermarktketens zich in het land en werden de kleine lokale ondernemers uit de markt gedrukt. Zo ook de ouders van Alina, ongehuwde moeder van de elfjarige Lucian. Als de rekeningen niet meer betaald kunnen worden en de schulden zich opstapelen, besluit zij als gastarbeider naar Sicilië te vertrekken. Haar achterneef Dumitru reist al jaren heen en weer en spreekt van een soort Beloofde Land.
Niets blijkt minder waar als zij bij de arme tomatenboer Cascone op Sicilië aankomen. In plaats van de toegezegde eigen woning, worden Alina en Lucian ondergebracht in een eenkamerkrot waar de wind door de kieren giert en het zomers stikbenauwd is. De woorden van haar moeder indachtig – “een erf hou je proper, een bloementuin is essentieel, een huis hou je netjes en je nagels altijd schoon” – probeert Alina er het beste van te maken. Lucian ondertussen schikt zich naar de omstandigheden en al snel heeft hij twee vrienden: het spastische rijkeluiszoontje Paolo en Anwar, zoon van een Algerijnse gastarbeider die voor Paolo’s vader werkt.

Terwijl Lucian naar school gaat, beult Alina zich af in de kassen. Ze laat zich het norse karakter van Guiseppe Cascone welgevallen, al moet hij het niet wagen een vinger naar haar uit te steken. Niets klopt van het beeld dat Dumitru haar heeft geschetst. Roemenen worden door de lokale bevolking beschouwd als het putje van de samenleving. Als haar eerste loonzakje dan ook nog eens vies tegenvalt, zakt de moed haar in de schoenen. Guiseppe heeft nota bene kosten voor onderdak, de benzine voor ritjes naar de stad en enkele schaarse boodschappen ingehouden. Van sparen voor thuis kan nauwelijks nog sprake zijn.

Oogst is een krachtig statement, geschreven in sobere taal, waardoor de boodschap van uitbuiting extra aankomt. Helaas is het in Nederland niet anders: in het Westland bevolken Oost-Europeanen de kassen, maar wil de lokale bevolking niet dat zij in de regio verblijven. Dus worden zij ondergebracht onder onveilige omstandigheden, met vier of zes man op een kamertje gepropt in bijvoorbeeld Den Haag. ‘Woonruimte’ waarvoor honderden euro’s per maand worden ingehouden. Ook de aspergeteelt geschiedt voor een groot deel onder soortgelijke mensonterende omstandigheden. De politiek weet ervan, maar doet er niets aan. ‘It’s the economy, stupid’ is het credo. Mensenrechten? Dat geldt voor China, maar niet voor ons. Zolang de lokale ondernemers er baat bij hebben en zij de prijs van hun producten op die manier laag kunnen houden, kijkt iedereen weg, doen we allemaal alsof onze neus bloedt en kiezen we voor prijsknallers in de supermarkt. Met Oogst heeft Volders een krachtig relaas geschreven dat zou moeten aanzetten tot een stevig debat. Helaas, van de politiek hoeven de gastarbeiders vooralsnog niets te verwachten…

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, januari 2022

 

 

 

Hanya Yahaginara – To Paradise € 19.95 (Naar het paradijs € 24.99)

hanya engelsTo Paradise bestaat in feite uit drie boeken met verhalen die zich honderd jaar na elkaar afspelen. De persoonsnamen zijn in alle verhalen hetzelfde, wat zeker bij aanvang van het twee boek – 1993 – tot verwarring kan leiden. Beschouw de protagonisten als ‘nieuwgeborenen’ wanneer een verhaal honderd jaar later weer wordt opgepakt. Ook al is er sprake van dezelfde (familie)namen, er is geen familiair verband. De drie boeken hebben allen New York City als decor, meer specifiek: Washington Square. En in alle drie de delen speelt Hawaii een rol. Ze zijn uitstekend los van elkaar te lezen.

Boek I – Washington Square; 1893
De VS zoals wij die nu kennen bestaan uit zes regio’s. In het noorden The American Union, in het noordoosten The Republic of Maine, in het oosten The Free States en ten zuiden daarvan The United Colonies. In het westen The Kingdom of Hawaii in de Grote Oceaan en in het westen van het vasteland The Western Union ofwel het Wilde Westen, waar mensenrechten nauwelijks gelden en er puriteinse opvattingen op na worden gehouden. The United Colonies kenmerken zich door onvrijheid en slavernij. Regelmatig zijn er vluchtelingenstromen vanuit de Colonies naar het noorden, naar The Free States. Hier heerst vrijheid: je mag je leven leiden zoals jij het wilt, ongeacht geaardheid en zonder religieuze restricties.

Edmund Bingham, de betovergrootvader van David, behoorde tot de veertien leden tellende Utopians. Zij hebben in 1790 The Free States gesticht. Nog altijd genieten de Binghams, een bankiersfamilie, groot aanzien en behoren zij tot de rijkste families van de regio. David Bingham, de oudste van drie kinderen, groeit samen met broer en zus op bij grootvader Nathaniel nadat hun ouders zijn overleden. Broer John trouwt uiteindelijk met Peter, zus Eden trouwt met Eliza. Hoe grootvader ook zijn best doet voor David een geschikte (mannelijke) partner te vinden, de oudste kleinzoon schiet over. Hij is een zeer gewilde partij, maar na een groot liefdesverdriet rond zijn twintigste trekt hij zich terug in zijn schulp en is hij regelmatig aan depressies onderhevig. Hij verschanst zich in het huis van grootvader aan Washington Square, NYC. Dankzij bemiddeling van Frances, bedrijfsjuriste van de familie en tevens gewiekst koppelaar, gloort er hoop aan de horizon in de persoon van Charles Griffith. Weliswaar is deze weduwnaar ruim vijftien jaar ouder dan David, maar de bonthandelaar is betrouwbaar en financieel in goeden doen. In het weeshuis waar David tekenles geeft, laat de achtentwintigjarige zich inpalmen door de aimabele, knappe muziekleraar Edward Bishop. In tegenstelling tot de oprechte Charles heeft deze jonge man een vaag verleden, waarin een aantal tegenstrijdigheden zich voordoet. Hij zou zijn gevlucht uit The Colonies en woont in een smoezelig pension. David wil niets liever dan bij Edward in bed kruipen, wat dan ook steeds vaker gebeurt. Er is sprake van Passie – met hoofdletter P – zoals hij die nog nooit heeft ervaren. En Charles, de ideale kandidaat van grootvader? Die heeft het nakijken, nadat David ook wekenlang bij hem troost en seksuele bevrediging heeft gezocht.  Grootvader ondertussen voelt dat er iets met zijn dierbaarste kleinzoon aan de hand is. Hij gedraagt zich vreemd, is vaak afwezig. Als hij ontdekt wat daar de oorzaak van is, probeert hij David van zijn dwalingen te overtuigen. Maar David kiest voor het paradijs.

Boek II – Lipo-Wao-Nahele; 1993 – deel I
Wederom speelt dit tweede deel zich af aan Washington Square. De vijfentwintigjarige David Bingham (…) is juridisch medewerker en heeft een relatie met de dertig jaar oudere Charles. Niemand mag het weten bij Larsson/Wesley, het advocatenkantoor waar beiden werken. David is zijn geboortegrond Hawaii ontvlucht, het land waar zijn roepnaam Kawika is, David in de lokale taal, de naam van koningen. Ooit was hij voorbestemd koning van het eiland te worden, maar nadat zijn familie in 1893 van de troon is gestoten, is het nageslacht langzaam maar zeker verarmd. Nu heeft hij onderdak gevonden bij Charles, een flamboyante man die het breed laat hangen. Het is het decennium van een ziekte die niet bij naam wordt genoemd. Al een jaar of acht duurt deze epidemie, waarin we aids kunnen herkennen. Het kost veel slachtoffers, vooral in homofiele kring. Ook Charles is hiv-positief, al houdt hij de schijn van een gezond lichaam op voor de buitenwereld.

… it was Charles’s ability to project a certain indestructability, his radical conviction that anything was solvable, that anything could be fixed as long as you had the right money and connections and mind.

De rusteloze David voelt zich inferieur aan Charles, terwijl het zo anders had kunnen zijn als hij, prins van Hawaii, tot koning was gekroond zoals ooit was voorbestemd. Nu leidt hij weliswaar een luxe leventje, maar alles om hem heen desintegreert.

…who knew how long they would have life? Preparing to be thirty, much less forty or fifty, was like buying furniture for a house made of sand – who knew when it would be washed away, or when it would start disintegrating, falling apart in clots?

David is de enige zwarte persoon in deze tragedie van vrienden die bij bosjes het leven laten ten gevolge van ‘de ziekte’. Toch leeft men alsof er niets aan de hand is: men gaat op ziekenbezoek en naar begrafenissen, slooft zich uit op feestjes en gaat naar kantoor. Wat niemand weet is dat David een schuld met zich meetorst: als een dief in de nacht heeft hij op vijftienjarige leeftijd zijn vader in de steek gelaten.

1993 – deel II
Dit deel is een lange brief van vader Wika aan Kawika. Op dat moment woont de man in een verzorgingshuis, nagenoeg geheel verlamd en blind. In gedachten keert hij terug naar het begin, naar de tijd dat hij gelukkig was. Als hij zijn zoon toch ooit nog eens zou kunnen zien…
Na een vluchtige relatie met een Amerikaanse, krijgt Wika bericht van het vasteland (VS) dat hij vader is van een zoon. De moeder wil niets (meer) met Wika te maken hebben en van hun zoon evenmin. Hij wordt als een pakketje afgeleverd op Hawaii. Ligt het aan de toevallen die hem steeds vaker overkomen dat zijn liefje hem heeft uitgewist? De vader is dol op het kind en samen met de grootmoeder van de kleine voedt hij Kawika op. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht, totdat de schuchtere Wika zijn vroegere klasgenoot Edward Bishop ontmoet. Na een bevlogen speech van een zwarte man uit Oakland besluit Edward dat hij en Wika het koninkrijk Hawaii in ere moeten herstellen. Vanuit een onherbergzame streek in het noordoosten van het grote eiland zullen zij dit opbouwen. Hawaii voor de Hawaiianen, kānaka ‘ōiwi!
In eerste instantie neemt hij zijn dan negenjarige zoon mee naar Lipo-Wao-Nahele (‘het Zwarte Woud’, terwijl het een dorre vlakte aan de kust betreft), de basis van ‘het nieuwe rijk’. De omstandigheden zijn erbarmelijk en grootmoeder haalt haar kleinzoon daar dan ook weg. Steeds meer raakt Wika in de ban van Edward die inmiddels zijn tweede Hawaiiaanse naam Paiea gebruikt. Hij is niet meer in staat voor zichzelf op te komen en volgt Paiea slaafs als een hond.

Nadat Edward is verdwenen, wordt Wika ondergebracht in een verzorgingshuis in Honolulu. Langzaam maar zeker merkt hij dat zijn ledematen weer enigszins gehoorzamen en als hij zijn moeder hoort vertellen over Kawika, dat zij hem zal schrijven om afscheid te komen nemen van zijn vader, kiest deze voor het paradijs: de ontmoeting met zijn zoon.

Boek III – Zone Acht; 2093
Dit laatste boek omvat de helft van het totale aantal pagina’s van To Paradise en bestaat uit tien delen. Allereerst is er het verhaal van Charlie dat zich afspeelt vanaf de herfst in 2093. Dat wordt afgewisseld door brieven van haar grootvader Charles aan zijn vriend en collega-viroloog Peter in Londen (hij adviseert de regering van New Brittain). Die brievencyclus start in 2043. Na een periode van tien jaar vervolgt Charlie haar verhaal (winter 2093). Vervolgens komen Charles’ brieven weer in beeld, nu vanaf 2053. En zo zet de cyclus zich voort.
Charles (geboren in 2004) en diens partner Nathaniel zijn afkomstig uit Hawaii. Wederom is er sprake van een grootouder (Charles) die een kleinkind (Charlie) opvoedt. Charlie leeft in een dictatoriale maatschappij, waarin enige vorm van spontaniteit gevaarlijk kan zijn. Daarom bereidt Charles haar voor op een zelfstandig leven en leert haar onder meer welke vragen je wel en welke je zeker niet mag stellen aan anderen. Voor genegenheid, laat staan liefde, is geen plaats meer in dit milieu waarin schaarste en virusdreigingen het leven bepalen. Charles stelt zich ten doel een geschikte huwelijkskandidaat te vinden die zijn kleindochter zal beschermen. Gezien haar afwijkende gedrag, is dat geen sinecure…

De angst voor ziekten die van dier op mens overspringen, hangt als een onweerswolk boven alledag. Na enkele catastrofale epidemieën die grote aantallen burgers het leven hebben gekost, is de maatschappij uitsluitend nog gericht op gezondheid. Alles moet wijken om de groep/het volk tegen virologisch gevaar te beschermen. Als adviseer van de regering bedenkt Charles maatregelen die getroffen moeten worden en staat hij aan de basis van de kampen waarin besmette personen worden weggestopt. Zoon David (de vader van Charlie) botst met zijn vader. Als buitenbeentje die nooit contact met leeftijdgenoten wist te maken, vindt hij in de actiegroep Het Licht eindelijk een thuis, een omgeving waar men hem respecteert. Als tiener al geeft hij blijk van zijn verdenkingen tegen de staat als hij een opstel schrijft dat niet door de beugel kan (EW: overigens een mooie aanzet om je te verplaatsen in mensen die anders denken).

Langzaam maar zeker vervlecht Yanagihara de drie boeken in elkaar. In tegenstelling tot deel I blijkt Amerika geen heilstaat. Het is opgedeeld in nauw gedefinieerde klassen, ieder met haar privileges of gebrek daaraan.

“… America was not for everyone; that it was not for people like me, or people like you; that America has sin at its heart …”

Grootvader slaagt in zijn missie, al beseft hij nauwelijks dat er meer in het leven is dan een veilige relatie. Zelfs als Charlie niet wil, ook zij zal worden gedwongen op zoek te gaan naar het paradijs.

To Paradise handelt over zelfbeschikking, over mens blijven onder onmenselijke omstandigheden. Ziekte is het centrale thema van dit – allesbehalve somber of verdrietig stemmende – boek. Het biedt een alternatieve geschiedenis met vele raakvlakken met de realiteit. De kern van de roman is de boodschap dat ‘het paradijs’ per definitie groepen mensen uitsluit. To Paradise is misschien wel het beste boek dat dit jaar zal verschijnen!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Hella en Sandra Rottenberg – De sigarenfabriek van Isay Rottenberg €17,50

rottenbergNadat ik onlangs een boek had uitgegeven over het wel en wee van een Delftse dwangarbeider in Duitsland (Dwangarbeid in Duitsland door Ted H.P. de Wolf), maakte een enthousiaste lezer me attent op De sigarenfabriek van Isay Rottenberg uit 2017. Ook dit verhaal is een waargebeurde geschiedenis, en wát voor een…

In 2014 worden Hella en Sandra Rottenberg geattendeerd op een oproep in het Nieuw Israëlietisch Weekblad van de zogenaamde Claims Conference, een organisatie die een compensatiefonds heeft ingesteld voor erfgenamen van vervolgde en beroofde joden. Snelle actie is vereist, de erfgenamen hebben nog een maand de tijd een claim in te dienen. Dan herinneren zij zich een vaag verhaal over hun grootvader Isay die een fabriek in Duitsland gehad zou hebben in de dertiger jaren. Die maand voor het overleggen van bewijzen is natuurlijk niet haalbaar, maar het zet de nichtjes op een spoor en zij gaan op onderzoek uit.

Isay Rottenberg (13 mei 1889) kwam uit een joods gezin van twaalf kinderen. Hij werd geboren in Iwaniska, dat toen bij Rusland hoorde. Het plaatsje ligt zo’n 200 km onder Warschau. Het gezin verhuisde naar Łódź. In 1910 bezoekt Isay voor het eerst Amsterdam, waar hij later met zijn nichtje Lena zal trouwen. In de tussentijd heeft hij zich gevestigd in Berlijn, waar hij onder meer vastgoed aanschaft. Ondanks zijn nieuw verworven Amsterdamse basis, voelt hij zich vooral een Duitser. Als de kans zich voordoet een ultramoderne sigarenfabriek over te nemen in Döbeln, nabij Dresden, is hij er als de kippen bij. Weliswaar is de sfeer in Duitsland ten gevolge van groeiende werkloosheid in een neergaande spiraal beland en wordt de houding ten opzichte van joden – ook steeds vaker vanuit staatswege – vijandiger, Isay ziet mogelijkheden.

“Dat hem het aanbod werd gedaan een vrijwel nieuwe en uiterst moderne fabriek over te nemen was de uitdaging waarop hij had gewacht. In Duitsland lag zijn kans.”

Döbeln ligt op een kruispunt van wegen en biedt uitstekende verbindingen met de rest van het land. In augustus 1932 weet hij het stadsbestuur te overtuigen dat hij de meest geschikte kandidaat is voor overname van de pas twee jaar oude failliete boedel. Daarmee heeft hij misschien wel de modernste fabriek van heel Europa in handen.

Alle signalen stonden toen al op rood en een half jaar later komen de nazi’s aan de macht. Bovendien blijkt Saksen, de deelstaat waarin Döbeln is gelegen, de ‘bruinste’ van heel Duitsland te zijn: “Met 800 afdelingen was de NSDAP in 1932 in elke stad en elk dorp in Saksen vertegenwoordigd.”
In eerste instantie laat men de Deutsche Zigarren-Werke met rust, ook al is er sprake van een joodse eigenaar (met nota bene een Nederlands staatsburgerschap, waarbij hij met Amerikaanse machines werkt; hoezo ‘Deutsche’ vragen jaloerse concurrenten zich af).

“Hij, de jood Rottenberg, dwong respect af, omdat hij ook respect toonde voor de professionaliteit van de mensen met wie hij samenwerkte. De ideologische kant van de zaak was voor hem blijkbaar ondergeschikt aan het zakelijk belang.”

Dat verandert in de twee jaren daarna, vooral vanuit broodnijd. De plaatselijke nazi’s beseffen maar al te goed dat deze vreemde snuiter belangrijk is voor de regio: hij verschaft 670 mensen werk, lieden die anders steun zouden trekken ten koste van de gemeente. Langzaam maar zeker wordt de sfeer grimmiger. Isay vecht als een leeuw voor zijn succesvolle fabriek. Eigenlijk is het een mirakel dat hij deze nog zo lang in bezit heeft kunnen houden. Er volgen processen en zelfs wordt hij gevangengenomen. En toch spant hij proces na proces aan, tot aan de hoogste instanties in Berlijn toe. Pas na de beruchte Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 telt hij zijn knopen.

Isay overleeft met zijn gezin WO-II, anders zouden Hella en Sandra er niet zijn geweest. Tijdens hun onderzoek schamen de nichtjes zich regelmatig over wat zij ontdekken: hoe kon hij met die rattenbende samenwerken?! Gelukkig hebben zij zich daaroverheen gezet. Zoals zij zelf schrijven:

“We zagen hoe de nationaalsocialistische omwenteling zich in een doorsneestadje voltrok, hoe het bestuur zich de eerste jaren van het nazibewind gedroeg en zich verhield tot een joodse ondernemer.”

En ze hebben steeds meer respect voor hun opa. Evenals in Dwangarbeid in Duitsland is dát de meerwaarde van deze geschiedenis: het persoonlijke, het kleine verhaal waardoor de betekenis van die tijd zoveel duidelijker wordt dan dewelke via de algemene geschiedenis tot ons komt. De vasthoudendheid van de auteurs om de onderste steen boven te krijgen, mede dankzij hulp van allerlei archivarissen van steden en zelfs Ministeries, is bewonderenswaardig. Het enige minpunt van dit uitstekende boek is wellicht de stijl: het is een documentaire, alsof je het tv-programma Andere tijden krijgt voorgelezen.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, januari 2022

 


Marcel Proust – In de schaduw van meisjes in bloei € 29.99

proustIn de schaduw van meisjes in bloei is deel 2 van het zevendelige Op zoek naar de verloren tijd. Deze romancyclus wordt beschouwd als een van de beste van de twintigste-eeuwse wereldliteratuur, maar vergt onder meer vanwege de ellenlange zinnen, gelardeerd met bijna even lange bijzinnen, een fikse inspanning van de lezer van de eenentwintigste eeuw. En dat is helemaal niet erg.

“In alle opzichten heeft onze tijd de neiging de dingen alleen te laten zien in combinatie met de objecten waardoor ze in de werkelijkheid omringd worden, zodat het wezenlijke, datgene wat door toedoen van de menselijke geest van de omgeving werd afgezonderd, uit het zicht verdwijnt,” schrijft Proust.

In deel 1, De kant van Swann, gaat verteller Marcel via herinneringen terug naar zijn jongensjaren. Hij verhaalt over zijn initiatie in de liefde en in het complexe salonleven met al haar etiquette aan het einde van de negentiende eeuw. Daarbij spiegelt hij zich aan de intrigerende figuur Charles Swann, op wiens dochter Gilberte hij verliefd wordt. Deel 2 borduurt daarop voort (maar kan afzonderlijk gelezen worden). De ontluikende liefde krijgt vorm. Het speelt zich af in 1897. Marcel wordt volledig beheerst door zijn begeerte. Valt zijn oog op deerne zus, dan verschuift de aandacht onmiddellijk naar deerne zo die toevallig passeert. Dat deze gemoedstoestand niets met liefde te maken heeft, beseft hij maar al te goed. Sterker nog: een mens moet waken voor ware liefde.

“In de werkelijkheid schuilt er in de liefde een permanent leed dat door vreugde getemperd, virtueel gemaakt of uitgesteld wordt, maar wat ieder ogenblik kan worden wat het allang zou zijn als je je zin niet had gekregen, en wel iets gruwelijks.”

Marcel gaat er steevast vanuit dat zijn gevoelens met de begeerde partij worden gedeeld. Proust speelt in op die gemoedstoestand en toont zich regelmatig een ware psycholoog. Naast de werking van het menselijk brein, naast de primaire prikkels, besteedt hij volop aandacht aan secundaire emoties: de beeldende kunst en literatuur van die tijd. Weinig komt de politieke situatie aan bod, al geldt dat niet voor een sluimerend antisemitisme.

“Ik mag niet spelen met Israëlieten,” zei Albertine (EW: het meisje waar Marcel dan zijn zinnen op heeft gezet).

Vrouwvriendelijk schrijft Proust allerminst, zoals bijvoorbeeld blijkt uit:

“Haar haast lelijk geworden gezicht lijkt dan op zo’n saai strand waar de ver teruggetrokken zee met steeds dezelfde weerschijn, begrensd door een onveranderlijke horizon, verveling oproept.” Marcel bevindt zich in het fictieve kustplaatsje Balbec, geïnspireerd door de badplaats Cabourg waar hij zeven zomers lang in het Grand-Hotel verbleef.

Uiterlijk vertoon en de salonfähige urgentie slechts die personen aandacht te schenken via wie je kunt groeien op de sociale en/of maatschappelijke ladder, zijn allesbepalend in het milieu waarin Marcel verkeert.
Dat Marcel een dweepzieke relatie met zijn moeder heeft, blijkt uit het volgende als hij samen met zijn grootmoeder Parijs verlaat voor een zomer aan het strand in Balbec:

“… vertelde ik mijn grootmoeder hoe blij ik was dat we naar Balbec gingen, dat ik voelde dat alles van een leien dakje zou gaan, dat ik best snel zou wennen aan een leven zonder mama …” Tja, en dat zo rond je twintigste levensjaar. Voor minder wordt tegenwoordig een psycholoog of psychiater geraadpleegd.

Na lezing van deel 1 van de cyclus, schreef ik in januari 2019 op Hebban: ‘Het vreemde is: ik weet niet of ik het nu goed vind of niet… Vooralsnog heb ik me voorgenomen ook deel 2 aan te schaffen, al zal dat een tweedehandsje worden. En wie weet, misschien volgt daarna deel 3.’ Deel 2 heb ik ten slotte nieuw aangeschaft. Ik kan u nu al verklappen dat ik de zevendelige serie wil uitlezen, ondanks de vele oeverloos lange uitweidingen. Maar wát een proza is dit!

 

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!