Skip to content

Archief 2023

Peter-Paul de Baar – Theo Thijssen (1879 – 1943); Schrijver, schoolmeester, socialist € 39,50

In 1976 verscheen de eerste biografie over Theo Thijssen, geschreven door Jan Roelands. Daarna volgden er in 1979 (Anne de Vries) en in 1994 (Herman J. Haverkate) nog twee. Toch vond historicus Peter-Paul de Baar het nodig er nóg een te schrijven, en terecht: als medeoprichter van het Theo Thijssen Museum in Amsterdam en samen met Rob Grootendorst bezorger van het verzameld werk van Theo Thijssen had hij een schat aan archiefmateriaal tot zijn beschikking. Was het plan de biografie in enkele jaren te voltooien, uiteindelijk deed De Baar er dertig jaar over. Overigens kwam dat het resultaat ten goede, aangezien hij de tijd had oud-leerlingen van Thijssen te interviewen evenals enkele nazaten.

Theo Thijssen werd geboren in de Jordaan. Hij was de tweede zoon van een Amsterdamse schoenmaker. Het gezin had het niet breed en tot overmaat van ramp stierf Theo’s vader toen de jongen elf jaar oud was. Toch stimuleerde moeder hun kinderen na de lagere school door te leren, wat een prijzige aangelegenheid was. Zij begon een kruidenierszaakje, een sappelend bestaan. Henks studieresultaten lieten te wensen over en hij ging al snel in loondienst, Theo daarentegen kon goed leren en voltooide de Rijkskweekschool voor onderwijzers in Haarlem. Zodra Theo en zijn oudere broer Henk zelf een inkomen hadden, werd dat voor het huishouden benut.

Samen met vriend-voor-het-leven Piet Bol richtte Thijssen in 1905 het blad De Nieuwe School op waarin zij kritische artikelen schreven over het (basis)onderwijs. Zo kregen leerkrachten die gebruikmaakten van lesmethoden – uitgegeven door educatieve uitgeverijen en vaak geschreven door schoolhoofden – er ongenadig van langs. Hun minachting voor schoolhoofden, zeker voor de zogenaamde ‘ambulante’ die meerdere scholen onder hun hoede hadden, staken zij niet onder stoelen of banken. In De Nieuwe School schreef Thijssen ook verhalen, feuilletons over kinderen voor volwassenen. Meedogenloos besprak hij juist verschenen kinderboeken, waarbij de auteur er zelden goed vanaf kwam, want zij waren geen ‘echte kinderen’ geweest. ‘Kletsmajoortjes van auteurtjes’ noemde hij hen. Zij sloegen direct terug: Als jij het dan allemaal zo goed weet, waarom schrijf je zelf dan geen (kinder)boek?

De boomlange man (1,92 m) met schoenmaat 48 en ‘handen als bossen wortelen’ pakte de handschoen op. In 1908 verscheen het eerste feuilleton in boekvorm, Berend Wels. Het handelt over een beginnend onderwijzer. Die aanpak, eerst het verhaal als feuilleton brengen, daarna in boekvorm uitgeven, hanteerde hij daarna voor veel van zijn werk. Bron voor de verhalen was zijn eigen leven en leefomgeving. Zo zijn bekende boeken als Kees de jongen (1923) en De gelukkige klas (1926) grotendeels autobiografisch. Thijssen had niet alleen aandacht voor zijn eigen schrijven. Toen hij een manuscript ontving van de werkloze timmerman Jan Mens, prees hij diens werk, al diende het nog wel stevig geredigeerd te worden. Sommige tijdgenoten vonden Mens’ eersteling, Mensen zonder geld, wel erg veel weg hebben van Kees de jongen. Toch kon Mens blijkbaar schrijven, want na zijn debuut in 1938 groeide hij uit tot bestsellerauteur en publiceerde uiteindelijk circa vijftien romans. De vriendschap met Thijssen bleef bestaan tot diens dood.

Naast zijn baan als onderwijzer en zeer productief schrijver was Thijssen een bestuurder. Als bestuurslid van de Bond van Nederlandse Onderwijzers, voorloper van de Algemene Onderwijsbond, ging hij de strijd aan met nieuwe trends zoals bijvoorbeeld het Montessorionderwijs in Amsterdam. Ook verzette hij zich tegen de komst van bijzondere scholen. Onderwijs diende openbaar te zijn en toegankelijk voor ieder kind, ongeacht afkomst of religie. Zoals we inmiddels weten, heeft hij die strijd verloren. Daarnaast pleitte de Bond voor kleinere klassen (men eiste een maximum van 42 leerlingen), voor betere salarissen en voor minder bemoeienis van bovenaf. Ook wees men op de kansenongelijkheid die werd bevorderd door kinderen al op jonge leeftijd naar kennis en vaardigheden te selecteren. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat de artikelen anno 2023 door de Algemene Onderwijsbond zijn geschreven. Ook honderd jaar geleden bezuinigde de regering het liefst op onderwijs, waarbij het zeer rechtse kabinet Colijn IV het helemaal bont maakte door het aantal leerlingen per klas bijvoorbeeld fors op te voeren. Thijssen zocht als afgevaardigde van de bond steun bij soortgelijke organisaties in andere Europese landen. Hij bezocht congressen en ergerde zich aan de tijd die gemoeid was met het vertalen van voordrachten. Mede daardoor werd hij een sterk bepleiter van de internationale taal Esperanto. Van die reizen deed hij dan weer vermakelijk verslag in onderwijstijdschrift De Bode.

In 1912 werd Thijssen lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij, voorloper van de Partij van de Arbeid. Van 1933 tot 1940 was hij lid van de Tweede Kamer. Buiten onderwijs gerelateerde zaken interesseerde de politiek hem niet bijster veel. Ook in de Amsterdamse Gemeenteraad, waarin Thijssen van 1935 tot 1941 zitting had, zal men hem vanwege zijn one-issue-opstelling niet altijd evenveel hebben gewaardeerd. Na de Februaristaking in 1941 werd Thijssen gearresteerd door de bezetter en zat hij zes weken in het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg. Die periode heeft hem gebroken. Nadat hij in 1943 een longontsteking opliep, welke werd gevolgd door een hersenbloeding, overleed Theo Thijssen enkele dagen later op 23 december 1943. Hij was 64 jaar geworden. Precies die avond snelde Jan Mens de trap op naar Thijssens kamer om hem het heuglijke nieuws te brengen van een nieuwe roman…

Theo Thijssen beschouwde zichzelf als schoolmeester. Zijn schrijven was voor hem van ondergeschikt belang, laat staan zijn politieke activiteiten. Het ging hem om het welzijn van het kind. Daarbij moesten alle kinderen gelijke kansen krijgen. In die zin zouden ministers van onderwijs deze biografie als verplichte kost moeten beschouwen. Docenten zullen de problemen in het toenmalig onderwijs herkennen in deze biografie, al zal het geen ‘feest van’ zijn. 

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier

©Eus Wijnhoven, december 2023

 

Michael Magee – Close to home € 22,95

Michael Magee (Poleglass, West-Belfast, 1990) is redacteur fictie van het literaire tijdschrift The Tangerine Magazine Belfast. Hij publiceerde tot voor kort verhalen, waaronder in The 32: An Anthology of Irish Working-Class Voices. En een stem uit de arbeidersklasse is Magee. In 2023 verscheen zijn sterk autobiografische debuutroman Close to home, dat onder andere door The Guardian werd verkozen tot een van de tien beste debuten van het jaar. Het won de 2023 Rooney Prize for Irish Fiction. De titel van het boek kwam tot stand na een gesprek met Tom Morris, toenmalig redacteur van het literaire tijdschrift The Stinging Fly.

“I said, ‘there’s this bit in the book that’s a bit close to home.’
He said, ‘There’s your title’.”
(Irish Times)

West Belfast, vijftien jaar na The Troubles die eindigden met het Goede Vrijdagakkoord op 10 april 1998. Sean heeft Engels gestudeerd in Liverpool (Magee heeft zelf aan de John Moores universiteit in Liverpool gestudeerd). Bij terugkeer naar de katholieke arbeidersbuurt waar hij is opgegroeid wacht hem een rooskleurige toekomst. Niets blijkt minder waar. Zijn vrienden van vroeger bevinden zich nog in de troosteloze situatie als die waarin hij hen voor zijn studie heeft verlaten, de vaders zijn nog altijd even beschadigd door het geweld uit hun jeugd. Discriminatie, sociale ongelijkheid en een kansloze toekomst is hun deel. Een uitvlucht wordt gezocht in drank en drugs. Hoe hard Sean ook zijn best doet, hij vindt geen werk waarvoor hij gekwalificeerd is.

“Sean’s degree isn’t worth the paper it’s written on, and no one will give him the time of day.”

Zoals zoveel jonge mensen van zijn leeftijd met een katholieke achtergrond belandt hij achter de bar van een club. Met een nulurencontract tegen minimumloon de glazen vullen, als de clubeigenaar je tenminste nodig heeft. Samen met zijn vriend Ryan woont hij illegaal in een flat die op de nominatie staat gesloopt te worden. Ze brengen hun vrije tijd door met het roken van stickies en het drinken van goedkoop bier.

Na de eerste twee zinnen van de roman weet je al dat er gedonder in de glazen komt:

“There was nothing to it. I swung and hit him and he dropped.”

En dat voor een jongen die door zijn grote stoere halfbroer Anthony steevast voor mietje wordt uitgemaakt. Anthony is de schrik van de buurt en heeft weinig goeds in zijn mars. Sean hoeft de naam van zijn broer maar te noemen en de mensen laten hem met rust. Maar niet de rechter. Meerdere mensen zijn getuige geweest van de klap die Sean op een house party heeft uitgedeeld, een plotse uitbarsting van geweld van deze zo brave, oplettende jongen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? En waarom blijft het in zijn geval niet bij een waarschuwing zoals in de meeste vergelijkbare gevallen?

Het sobere taalgebruik van Magee versterkt de sfeer van de plaats van handeling. Van een plot is nauwelijks sprake. Close to home is dan ook een verhaal dat groeit door dingen weg te laten. Het slot doet vermoeden dat er een vervolgdeel in de pen zit. Close to home is in Nederlandse vertaling verschenen bij Uitgeverij Prometheus onder de titel Dicht bij huis. Aangezien The Tangerine sinds begin dit jaar geen fictie meer publiceert, kan Magee vast tijd voor een vervolg maken. Laten we hopen dat dit dan snel in de boekhandel ligt!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier

©Eus Wijnhoven, december 2023

 

Rebecca F. Kuang – Yellowface € 25,95

Rebecca Kuang (1996) kwam op vierjarige leeftijd met haar ouders vanuit China naar de VS. Op 22-jarige leeftijd debuteerde zij als fantasyauteur met het boek The Poppy war. Yellowface is haar vijfde roman.

De jonge twintigers Athena Liu en Juniper (June) Hayward studeren creatief schrijven. Athena is een uitgesproken knappe verschijning van Aziatische afkomst, June is een doorsnee blonde vrouw. In tegenstelling tot June’s debuut gaat Athena’s werk als zoete broodjes over de toonbank. Binnen de kortste keren is zij de lievelinge van recensenten, lezers en talkshowleiders. Terwijl Athena June aanspoort en haar werk prijst, groeit de afkeer van June voor haar succesvolle leeftijdgenoot:

“… everyone else finds her as unbearable as I do. It’s hard, after all, to be friends with someone who outshines you at every turn.”

Werkt het niet eenvoudig zo dat uitgevers een schrijver uitverkiezen vanwege een aantrekkelijk voorkomen, iemand die jong en cool is, die beantwoordt aan de hype rond diversiteit? Het frustreert June ten enenmale, want haar werk is zeker zo goed als dat van Athena.

Tijdens een avondje pannenkoekeneten, vergezeld van fikse hoeveelheden alcoholische drank, stikt Athena en sterft voor de ogen van June. De laatste raakt in paniek, maar is wel zo helder van geest dat ze even de werkkamer van Athena binnenloopt. Als zij op het bureau een manuscript ziet liggen, bedenkt zij zich geen twee keer:

I’m going to take this and make it mine.

Nu June’s carrière na één roman al lijkt geflopt en uitgeverijen nog nauwelijks belangstelling voor haar (werk) tonen, weet zij met The Last Front opnieuw in de picture te komen. Ze verandert haar naam in June Song, iets wat beter past bij de historisch Aziatische context van het verhaal. Eigenlijk is het Athena’s werk, maar heeft June er de saaie delen niet uit verwijderd en het boek toegankelijker gemaakt voor witte lezers? Dan is het toch meer dan terecht dat zij het als haar eigen creatie presenteert? Tenslotte was nog niemand op de hoogte van het manuscript van Athena. Met The Last Front bereikt ook June eindelijk de glorie van het uitverkoren zijn.

“I want what Steven King has, what Nail Gaiman has. Why not a movie deal? Why not Hollywood stardom? Why not a multimedia empire? Why not the world?”

Er lijkt een kink in de kabel te komen als Patricia Lui, Athena’s moeder, de notitieboekjes van haar dochter aan de universiteit van Yale wil schenken. Als geen ander weet June dat Athena een manuscript opbouwde vanuit losse notities die zij vastlegde in haar moleskines. Zij moet uit alle macht voorkomen dat de aantekeningen door derden worden geraadpleegd.

Het gevaar lijkt afgewend en June wordt door de literaire gemeenschap op handen gedragen. Toch meent zij soms Athena te zien opduiken, bijvoorbeeld in het publiek als zij een lezing geeft. Dat verwordt tot een nachtmerrie als zij tweets begint te ontvangen van @AthenaLuisGhost waarin wordt beweerd dat zij het werk van Athena heeft gestolen, tweets die binnen de kortste viral gaan. En de kritiek zwelt aan vanuit de Aziatische gemeenschap. De feitenkennis van @AthenaLuisGhost is verontrustend en de glans van de uiterlijke schijn wordt overschaduwd door de angst ontdekt te worden. Zelfs al zou hier sprake zijn van smaad, al zou alles berusten op grove leugens, dan nog is het leed niet te overzien.

“But Twitter is real life; it’s realer than real life, because that is the realm that the social economy of publishing exists on, because the industry has no alternative.”

Het zal haar niet gebeuren. Niemand zal June van de roze wolk duwen waarop zij zich nu bevindt, geen mens mag haar roem breken. Dan ontstaat een kat- en muisspel tussen de auteur en haar aanbidders enerzijds en haar opponenten anderzijds, waarbij partijen niet schromen het grofste geschut in te zetten. Het verhaal krijgt thrillerachtige dimensies. Zal June haar positie op de apenrots weten te handhaven en, zo ja, tot welke prijs?

Yellowface is de benaming van witte acteurs die hun gelaat ‘geel’ schminken om vervolgens rollen van Aziaten te spelen (vergelijk het met blackface: witte acteurs schminken zich als zwarte landgenoten). De titel verwijst dan ook naar het dilemma waarmee de Aziatische gemeenschap kampt nu een witte vrouw succes heeft met ‘hun’ verhaal. Yellowface is in die zin niet alleen een spannend boek over het wel en wee in de uitgeefwereld, het speelt ook in op maatschappelijke kwesties als diversiteit, racisme en gelijkheid. Lees dit boek!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier

©Eus Wijnhoven, november 2023

 

David Grossman – De glimlach van het lam € 26.99

“De tijd is hier in de poriën van het onrecht doorgedrongen, en hij werkt nu als gif dat het lichaam verlamt en de verstandscellen afbreekt.”

In 1983 debuteerde David Grossman (Jeruzalem, 1954) met De glimlach van het lam dat in 2022 na toekenning van de Erasmusprijs door uitgeverij Cossee opnieuw is uitgegeven. Van 1970 tot 1984 maakte hij een kinderuitzending op tv en schreef hij enkele kinderboeken. Grossmans moeder werd geboren in het toenmalige Mandaatgebied Palestina, zijn vader was in 1933 geëmigreerd uit Polen. De schrijver staat te boek als vredesactivist, wat in deze roerige tijden een negatieve connotatie in Israël met zich meebrengt. Veel van zijn boeken spelen zich af tegen de achtergrond van de Palestijnse kwestie waarbij de lezer wordt geconfronteerd met vaak pijnlijke onderwerpen. In de boeken staat centraal wat je tegenwoordig uit meer genuanceerde kelen hoort en wat NRC schreef in haar recensie van Het leven speelt met mij: Om elkaar echt lief te kunnen hebben, moet je eerst de pijn van de ander voelen. Met al zijn boeken probeert Grossman “het harde, versteende deel van onze geest te masseren en te kneden, in de hoop dat er beweging in komt”.
               Grossman is een veelbekroond schrijver. Zo won hij als eerste Israëlische auteur in 2017 de Man Booker International Prize. In 2022 werd hem de Erasmusprijs uitgereikt voor zijn gehele oeuvre.

De glimlach van het lam speelt zich af in één dag in het fictieve plaatsje Djoeni en het buurtschap Andal, een door de Israëliërs bezet gebied. Het is geschreven vanuit vier verschillende perspectieven, namelijk dat van soldaat Uri (“met de glimlach van een lam”, aldus zijn vrouw), diens commandant en vriend Katzman (gelegerd in Djoeni), Uri’s vrouw Sjosj (wonend in Tel Aviv) en de halfblinde, enigszins zwakzinnige oude Palestijn Hilmi (uit het gehucht Andal). Na een geschil met Katzman over een dode ezel steelt Uri een auto van de legerbasis in Djoeni en belandt hij in de grot van Hilmi. Uri is van streek en zelfs nadat hij de oude man het afschuwelijke nieuws van de dood van diens innig geliefde bastaardzoon heeft meegedeeld, ontfermt deze zich over de soldaat. Langzaam maar zeker projecteert hij steeds meer zijn zoon Jazdi op Uri, alsof de laatste in de eerste overgaat. Ondanks Uri’s beste bedoelingen jegens de Palestijnse dorpelingen, vertrouwt men het niet. Al snel doet het verhaal de ronde dat “de idioot” Hilmi een spion huisvest. Hilmi ondertussen vertelt de soldaat verhalen beginnende met kaanjamakaan (‘er was eens of er was niet’), waardoor deze tot rust komt. Zelfs een zekere mate van wijsheid meent hij te bespeuren in de oude man. Tegelijkertijd keren zijn gedachten zich naar binnen en vindt er zelfreflectie plaats die hem doen inzien wie hij werkelijk is. Op het moment dat de gastvrijheid van de oude baas overgaat in een gijzeling, kan de soldaat er niet mee zitten.

Katzman is vanuit Polen naar Israël geëmigreerd. Als gouverneur van Djoeni wil hij de Arabische taal tot op zekere hoogte beheersen. De vorderingen na twee jaar les zijn echter nog niet om over naar huis te schrijven, wat communicatie met de lokale bevolking niet vereenvoudigt. Sowieso komt hij zelden buiten het gouvernementsgebouw. Katzman is een hardvochtige man, het verschijnsel liefde kent hij niet. Zo zijn vrouwen er om te gebruiken nadat je hen eerst volledig om je vinger hebt gewonden. Hij is een rasechte rauwdouwer.

“Katzman had hem (EW: Uri) nooit durven zeggen hoe het werkelijk zat: dat hij zich in het hart van het gevaar omhelsd en gewiegd voelde; dat het gevaar voor hem haast iets moederlijks had.”

De gouverneur kan de gijzeling van Uri niet over zijn kant laten gaan en besluit hem te bevrijden. Maar dan bekruipt de angst hem, vermorzelen gevoelens van gevaar zijn handelen en beseft hij wie hij daadwerkelijk is en waar hij voor staat.

Therapeut Sjosj is de verbindende schakel tussen Katzman en Uri, al weet de laatste pas enkele dagen hoe hecht hun driehoek is. Ook zij worstelt met zichzelf, nadat zij een van haar jonge patiënten de dood in heeft gejaagd door zichzelf en haar omgeving een schijnwereld voor te toveren. 

Met De glimlach van het lam heeft Grossman een verhaal geschreven dat helaas nog altijd meer dan actueel is, in een tijd waarin de mate van ‘verstening’ van de hersenen in heviger mate plaatsvindt dan in decennia hiervoor. Zelfs de schrijver ziet even niet meer of er een oplossing mogelijk is voor de Palestijnse kwestie, zo stond onlangs in de Volkskrant te lezen. Of, zoals in het boek vermeld:

“Algauw kwam hij tot de wanhopig makende conclusie dat er geen uitweg was uit de huidige situatie waarin de twee volken met elkaar verstrengeld zijn.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier
©Eus Wijnhoven, november 2023

 

Adriaan van Es / Arjeh Kalmann – Maar ik ben geen schooier  € 22.99

Aan de zijlijn van voetbalvereniging Quick in Amersfoort staan twee mannen hun nageslacht aan te moedigen. Het zijn Adriaan van Es en Arjeh Kalmann. Beiden delen een grote fascinatie voor Amersfoort in de Tweede Wereldoorlog, meer specifiek over Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, ofwel ‘kamp Amersfoort’. Daarbij stuiten zij op de naam van een, naar later blijkt, bijzondere man: Nico van Nieuwenhuysen (geboren 1889). Vervolgens gaan de twee heren spitten in de archieven en komen zij ten slotte in contact met een kleinzoon van de voormalige kamparts van kamp Amersfoort.

Nico groeit op in Utrecht. Hij is hét voorbeeld van generaties die bij iedere volgende een treetje hoger reiken. De jongen gaat na zijn gymnasiumopleiding medicijnen studeren. Na zijn artsexamen kiest hij voor de specialisatie chirurgie. Hij krijgt de kans deze in hét gidsland van de medische wetenschap van dat moment te realiseren: bij de wereldberoemde professor August Bier in Berlijn. Dit speelt zich af gedurende de Eerste Wereldoorlog. Samen met de professor past Van Nieuwenhuysen chirurgische ingrepen toe aan het front. Bier, later een fervent aanhanger van Hitler en diens nationaalsocialisme, is van grote invloed op de denk- en werkwijze van de jonge Utrechtenaar.

Na zijn specialisatie keert Nico terug naar Nederland, waar hij al snel als een van de meest briljante chirurgen van het land wordt beschouwd. Zijn faam, en dientengevolge zijn vermogen, nemen een enorme vaart. Als blijk daarvan moge zijn villa Meerwegen op de Amersfoortse Berg getuigen: de mooiste woning van de stad, in 1928 gekocht voor 24.000 gulden. De chirurg is een workaholic, besteedt aandacht aan de verheffing van ‘het volk’ (hij is een van de oprichters van de volksuniversiteit), maar heeft nauwelijks tijd voor vrouw Cateau en hun drie zonen. Daartegenover staat dat zij alles hebben wat hun hartje begeert. Van Nieuwenhuysen investeert in kunst (o.a. schilderijen van Breitner) en steen. Alles lijkt hem voor de wind te gaan. Hij wordt gemeenteraadslid voor de christelijk-conservatieve partij CHU en wordt algemeen geacht en geprezen. Over het verschijnsel democratie heeft hij, evenals de CHU, zo zijn bedenkingen. De chirurg voelt zich mede daardoor aangetrokken tot het nationaalsocialisme, dat hij als een praktisch Christendom beschouwt. Naast aansluiting bij de NSB wordt hij lid en later bestuurslid van de Nederlandsch-Duitse Cultuurgemeenschap. Als de Duitsers Nederland binnenvallen, wordt hij (door de Nederlandse politie) echter gearresteerd vanwege nazisympathieën. Ook al houdt men hem slechts enkele dagen in detentie, zijn goede naam is hij kwijt en van zijn bloeiende praktijk blijft weinig over. Als hij het aanzoek krijgt de (goed betaalde!) functie van arts in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort te bekleden, ziet hij de mogelijkheid zijn tanende inkomsten te compenseren.

In het kamp toont de man zich als een meedogenloze sadist. Gevangenen die zich met klachten bij hem melden, beschouwt hij als werkweigeraars en simulanten. Regelmatig past hij onorthodoxe methoden toe waarbij hij de gedetineerden afbluft, met trappen de behandelkamer uit schopt of met stokken bewerkt. Hij ontpopt zich tot een nietsontziende beul, iets wat later wordt verklaard uit het feit dat hij niet met gevoelens kan omgaan. Empathie is hem volstrekt vreemd. Na ruim een half jaar is hij het eentonige werk als ‘huisarts van het kamp’ zat, hij heeft tenslotte meer te bieden. Daarop trekt hij op tweeënvijftigjarige leeftijd naar het Oostfront waar hij gewonde soldaten zal opereren tot het einde van de oorlog. Terwijl Van Nieuwenhuysen aan het Oostfront zijn medische kunsten verricht, koopt Cateau op naam van haar man vier huizen aan de Vermeerstraat in Amersfoort die eigendom waren van gedeporteerde Joden (de broers Abraham en Mozes Gosschalk; zij zullen de oorlog overigens overleven).

Na de oorlog wordt Van Nieuwenhuysen veroordeeld tot twintig jaar cel, waarvan hij er uiteindelijk twaalf zal uitzitten. Bovendien mag hij nooit meer het beroep van chirurg uitoefenen. Ook Cateau en zijn zonen Jan, Maurits en Klaas worden opgepakt. De drie jongens omdat zij een korte periode lid zijn geweest van de Jeugdstorm. Vooral dat laatste is een bizar gegeven: de tieners worden in het kamp gekoeioneerd en mishandeld, terwijl er van enige vrijwilligheid tot aanmelding bij de Jeugdstorm nooit sprake is geweest. Tijdens Van Nieuwenhuysens detentie overlijdt zijn vrouw en even later ook hun oudste zoon Jan. Jongste zoon Klaas is naar Zuid-Afrika geëmigreerd en Maurits is in diens voetsporen gevolgd.
               Na zijn vrijlating leeft Van Nieuwenhuysen teruggetrokken in zijn Utrechtse woning waar hij kamers aan studenten verhuurt om het hoofd boven water te kunnen houden. Naar vermogen schenkt hij geld aan missieposten in (Zuid-)Afrika, het continent dat hij drie maal zal bezoeken en waar hij – tegen zijn beroepsverbod in – in de binnenlanden nog een enkele keer zijn kennis en gouden handen inzet om patiënten te helpen. Probeert hij zijn schuld af te kopen?

Via de in Californië woonachtige kleinzoon en psychiater Nicolaas-John van Nieuwenhuysen (1968) hebben de auteurs toegang gekregen tot de resterende familiearchieven. Gedrieën hebben zij dit project voltooid, een klus die wordt gekenmerkt door volharding (de kamparts zou hen hierom hebben bewonderd). Met Maar ik ben geen schooier proberen zij door te dringen tot de psyche van Nico van Nieuwenhuysen. Wat ging er in hem om? Hoe heeft de briljante chirurg en – in zijn eerste decennia dan toch – mensenvriend zich zo kunnen ontwikkelen? Een klip-en-klaar antwoord is daarop niet mogelijk. Maar ik ben geen schooier verhaalt niet alleen de geschiedenis van enkele individuen,

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier

©Eus Wijnhoven, oktober 2023

 

Tommy Wieringa – Nirwana € 29.99

Nadat Nightwriters Kluun, Daniel Vekeman en Tommy Wieringa ergens in het noorden van het land hebben opgetreden, bezoeken zij een nachtclub in Heerenveen. Er speelt een jazzband. Het loopt uit de hand: drank, drugs en de hele heisa. ’s Nachts wordt Wieringa gewekt door de jazzzangeres die zich bij hem in zijn hotelkamer wil voegen. De volgende dag rijdt Wieringa met een houten kop naar Leeuwarden. Onderweg denkt hij aan een vriend, nazaat uit de roemruchte, succesvolle ondernemersfamilie Heerema. Drie generaties vuur. Vuur, zonder welke onze wereld niet kan functioneren. Verbranding, oorzaak van klimaatverandering en ander onheil.

“Eeuwige groei, die immanente belofte van het kapitalisme, was niets anders dan verovering en verovering was niets anders dan verbranding. Vuur, hitte, as, dat was de zuivere essentie van het kapitalistische model, en begeert was zijn zuurstof.”

Protagonist Hugo Adema is een gevierd kunstenaar, onlangs verlaten door zijn muze Loïs. In tegenstelling tot zijn tweelingbroer Willem is hij niet tot het familiebedrijf toegetreden. In hun jeugd gingen de jongens met elkaar om als water en vuur. Op zeker moment was gouvernante Beth niet meer in staat hen uit elkaar te houden. Ze werd de laan uitgestuurd, Hugo werd naar zijn grootouders verbannen.

Als Hugo op een middag vlak bij zijn huis een broodje wil gaan halen, botst hij op tegen schrijver Tommy Wieringa. Deze komt juist van het NIOD waar hij onderzoek doet naar grootvader Willem Adema. Samen gaan ze wat drinken. Al snel blijkt dat zij iets gemeen hebben: Op zijn vijftiende is Wieringa ondergebracht bij een pleegmoeder, Beth. Via krantenarchieven sporen zij haar op en bezoeken haar in Diever. Kort daarna overlijdt de vrouw. Bij het leegruimen van haar huis vindt Hugo de als verloren gewaande dagboeken van zijn grootvader. Vanaf medio jaren dertig heeft deze nauwgezet zijn dagelijkse bezigheden bijgehouden. Nooit is Hugo van plan geweest iets over de man te publiceren, maar begeerte ontstaat uit de begeerte van een ander. Hij moet en zal Wieringa voor zijn.

Het SS-verleden van Willem Adema de oudere en diens actieve bijdrage aan massamoorden is bekend in de familie en wordt beschouwd als een jeugdzonde, een onbezonnenheid. Heeft hij niet halverwege de oorlog de goede kant gekozen? En kijk eens wat voor een onderneming hij na de oorlog heeft opgebouwd. Het liefst laat men het verleden rusten. Hugo weet inmiddels wel beter.

Tijdens familiebijeenkomsten blijken ook de nieuwe generaties geen afstand te hebben genomen van ultrarechts. Zoals grootvader diende aan het Oostfront en vader Max de weduwe Rost van Tonningen tot aan haar dood financieel ondersteunde, is Willem Adema de jongere een belangrijke sponsor van Thierry Baudet.

“Het fascisme zit ons gewoon in het bloed. In mijn familie evolueren we vlotjes van Himmler naar de Zwarte Weduwe naar Baudet.” , aldus Hugo.

In de dagboeken van zijn grootvader ontdekt Hugo tot zijn verbazing een zachte kant van de inmiddels 100-jarige. Een briefwisseling tijdens de oorlog toont een volstrekt andere persoon dan de masculiene pater familias. Als hij vervolgens bepaalde gangen uit het recente verleden nagaat, zal dat mede zijn toekomst gaan bepalen.

In Nirwana neemt (de ‘echte’) Wieringa stelling tegen ongebreideld kapitalisme, maar heeft hij eveneens oog voor de zwakte van de mens: Hugo is begaan met het milieu maar rijdt tevens een Jaguar V8 en heeft een tweede huis op ibiza. Ook neemt hij de literatuur op de hak:

“Beths ziekte en dood waren die smeerlap (EW: Wieringa) uitstekend van pas gekomen, zo kon hij nog beter in hun levens rond wroeten. Hij was meedogenloos, zijn werk ging voor alles. Wat een armoedige, parasitaire kunstvorm was de literatuur toch, stelen uit andermans leven en doen alsof je het onherstelbaar verbeterd teruggaf.”

Overigens speelt eenzelfde emotie een belangrijk thema in de roman Kwade wind van Kaouther Adimi. Volgens (de ‘echte’) Wieringa parasiteert een auteur op zijn of haar omgeving. In deze roman neemt die omgeving op zeker moment echter wraak.

Nirwana is een prachtige roman, geschreven volgens de traditie van de great American novel. Het is een gedurfd avontuur, want met de familie Heerema – de ondernemers op wie het verhaal geïnspireerd is – valt niet te spotten, om over de kringen rond Baudet maar te zwijgen.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

©Eus Wijnhoven, oktober 2023

 

 

 

 

 

 

 

Theodor Holman – ALS de liefde € 18.95

Theodor Holman is een gevierd auteur, columnist, radio- en tv-maker en scenarist. Zijn literaire werk wordt gekenmerkt door het onverwerkt Indisch verleden van zijn ouders. Daarnaast wijdde hij meerdere boeken aan zijn vriend Theo van Gogh die in 2004 door de zesentwintigjarige Mohammed Bouyeri werd vermoord. In Als de liefde gooit hij het over een andere boeg: hoe ga je om met de dood, hoe creëer je als oudere ruimte voor jezelf.

Als de liefde begint op de laatste werkdag van de zestigjarige begrafenisondernemer en weduwnaar Henk. Daar ontmoet hij een vroegere studiegenoot van de kunstacademie. Zij vertelt hem dat ze onlangs nog contact heeft gehad met Esther (Ster), het eerste vriendinnetje van Henk (Honk). Hij beseft dat Esther zijn grote liefde was, en eigenlijk altijd is gebleven, ondanks het huwelijk met Inge waaruit hun enige kind Olga voortkwam. Evenals Inge is Ster van het ene op het andere moment bij hem vertrokken. Hij ‘is niet goed in vrouwen’, Olga uitgezonderd. Hierin kunnen de schrijver en diens protagonist elkaar de hand schudden. Na zijn pensionering wil Henk van de vrijheid genieten. Hij knapt zijn oude Volkswagenbusje op en heeft plannen ermee te gaan reizen, plaatsen op te zoeken waar dierbare herinneringen liggen. Die droom wordt echter verstoord als zijn zwangere dochter en haar man Kees onverwacht bij hem in zijn kleine appartement trekken.

In tegenstelling tot Henk heeft Ster wel iets met haar opleiding gedaan. Als hij na urenlang googelen haar fb account vindt, leest hij dat ze een gevierd kunstenares is die pendelt tussen haar woningen in New York en Parijs. Terwijl haar Henk zo uitstekend kon modeltekenen, heeft zij succesvolle kunstenaars uit het verleden ‘gekopieerd’. Ondanks het feit dat haar account al twee jaar nauwelijks enige activiteit verraadt en deze door haar agent lijkt te worden beheerd, stuurt hij haar een berichtje: ‘Dag Ster. Honk’.

In zijn hang naar vrijheid verlangt Henk ook weer naar een vrouw. Al swipent vindt hij niet wat hij zoekt, maar de vijftigjarige Carine vindt hém wel. Twee jaar geleden heeft hij haar man begraven. Al bij hun eerste ontmoeting slaat de vonk over, maar dan neemt Ster contact met hem op.

“Ze keek me alleen maar aan. Omdat ik ook niets zei, vroeg ze: ‘Stel me alsjeblieft een vraag of zeg iets vreselijks.’
‘Hoe gaat het met je?’
‘Ik wist wel dat je voor het vreselijke zou kiezen… Vooruit dan maar. Het goede nieuws is: ik ga binnenkort dood.’ ”

Tegenwoordig woont Ster een paar straten verderop in Amsterdam. Als hij haar opzoekt, blijkt ze nog maar kort te leven te hebben; ze lijdt aan ALS. In de dagen die volgen ontbrandt een strijd in Henk tussen zijn eerste en zijn tweede grote liefde, waar uiteindelijk uitsluitend verliezers zijn. Als de liefde is geschreven in de eerste persoon enkelvoud. Het is een prachtige novelle. Voor het werk werd Holman bekroond met de Hans Vervoort prijs 2023.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

Adriaan van Dis – Naar zachtheid en een warm omhelzen € 22.99

Adriaan van Dis groeide als enig blanke kind op met drie oudere zusjes, allen van deels Indonesische afkomst. Die zusjes zijn niet per se tevreden met hun jongere broertje van een blanke vader: “verkeerde kleur en onder de spikkels. Een zenuwpees en een schijtluis bovendien. Konden ze hem maar ergens ruilen.” Zijn jeugd werd gekenmerkt door geweld: vader, getraumatiseerd door de oorlog en de ervaringen in een Jappenkamp, timmerde er regelmatig op los, gooide borden met eten tegen de muur. In zijn oeuvre speelt de familiegeschiedenis een rode draad. Van Dis debuteerde op zijn zesendertigste met de roman Nathan Sid (1983) dat voortkwam uit een kookrubriek waarin hij herinneringen ophaalde aan eten. Ook het in augustus 2023 verschenen Naar zachtheid en een warm omhelzen is sterk autobiografisch. Het betreft de periode waarin Adriaan als negenjarige jongen bij zijn opa in Breda werd ondergebracht om een tijdje bij zijn vader uit de buurt te zijn.

In tegenstelling tot het ouderlijk huis aan de duinrand, woont opa Huibert in een riant huis omgeven door een grote tuin. Ooit was de man een belangrijke herenboer, nu verpacht hij zijn landerijen aan derden. Grootvader is een in zichzelf gekeerde man “die zijn tong in de schaduw hield, een stoelzitter die geen benul had wat tegen een kind te zeggen”. Adriaan wordt eerder als een last dan als een lust ervaren. Huishoudster Ommie weet de jongen echter een gevoel van veiligheid te bieden, iets wat hem onbekend is.

“Het lukte hem niet, genegenheid was een zwakte. Ook aan haar, meid voor dag en nacht, kon hij zich niet hechten. Ze was van nut. Een groter compliment kende hij niet.”

Ook in een verrekijker vindt Adriaan een trouwe vriend waarmee hij het huis en de omgeving verkent. Vooral Melita, een vrouw met een houten been die haar gehandicapte zoon in een karretje overal mee naar toe sjouwt, intrigeert hem. Anderzijds roept het geluid van dat houten been keer op keer herinneringen op aan oorlog, aan zijn thuissituatie met die beschadigde vader. Tevergeefs probeert Ommie de oorlog uit zijn hoofd te praten.

Van Dis wisselt de hoofdstukken over de negenjarige af met korte anekdotes die spelen in de huidige tijd. Deze zijn vetgedrukt in een schreefloze letter. Waarom hij daarvoor gekozen heeft blijft vaag. Is het om zijn kennis van straattaal te etaleren? Is het om obligaat culturele en leeftijdsgrenzen te doen verdwijnen? Eigenlijk is maar een scène relevant: die waarin hij op zoek gaat naar Ommie en via het krantenarchief vindt dat zij Jans Broumels heet.

“Ricardo gaf me een boks. ‘What’s op bro? Alles bonkie?’”

Waarom zou je dit willen lezen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Natuurlijk, Van Dis kan onderhoudend schrijven, prachtige literatuur zelfs, maar Naar zachtheid en een warm omhelzen is wel een erg mager verhaal als je de overbodige anekdotes – ook die in het hoofdverhaal – verwijdert.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!

 

Colson Whitehead – Misdaadmanifest € 24.99

Colson Whitehead (NYC, 1969) groeide op in een welgesteld gezin in Manhatten. Tot dusverre publiceerde hij acht romans en twee non-fictiewerken. Voor zowel The Underground Railroad (2016) als voor The Nickel Boys (2019) won hij de Pulitzer Price for Fiction. Daarmee schaart hij zich in een rijtje van slechts vier auteurs die de prijs twee keer hebben gewonnen. Whiteheads werk wordt gekenmerkt door Afro-Amerikaanse thema’s die te maken hebben met gelijke rechten, met discriminatie en met keuzes die mensen – al dan niet gedwongen – moeten maken. Vaak is het deels gebaseerd op historisch bronnenmateriaal. Misdaadmanifest (Crook Manifesto, 2023) is het vervolg op Harlem Shuffle (2021) al kun je het ook lezen zonder kennis van dat boek.

In Harlem Shuffle maken we kennis met de zwarte Raymond Carney, eigenaar van meubelzaak Carney’s Furniture. Hij is een man met ‘een kant van overdag’ en ‘een middernachtelijke kant’: overdag runt hij zijn showroom, ’s nachts verdient hij bij als heler. Als zoon van een beruchte crimineel, Big Mike, kent hij het milieu waaruit hij zich tot op bepaalde hoogte heeft weten te ontworstelen. Eén contact van zijn vader blijft hem echter nabij: Pepper, van het zelfbenoemde ‘departement van Afroming, het bureau voor Irreguliere Afpersing’. De roman speelt zich af in Harlem, NYC, en bestrijkt de periode 1959 – 1970.

Misdaadmanifest pakt de draad weer op in 1971. Inmiddels heeft de zaak van Ray zich succesvol ontwikkeld en heeft hij deze uitgebreid met het belendende pand aan Morningside Avenue. Als dochter May hem smeekt om kaartjes voor een optreden van The Jackson 5 valt Carney terug op een oude contactpersoon bij de politie, de corrupte en beruchte fixer Munson. Het kan toch geen kwaad hem om een gunst te vragen?

“ ‘Ik ken iedereen, en iedereen staat bij mij in het krijt.’ Munson lachte.”

“ ‘Op het kantoor van de officier van justitie zeggen ze: politiemensen zijn arm rond hun twintigste, rijk rond hun dertigste, en rond hun veertigste zitten ze in de bak. Je reinste belediging, want ik verdiende geld als water rond mijn twintigste.’ ”

Voor hij het weet raakt Ray verstrikt in de plannen van anderen, situaties waar je maar beter verre van kunt blijven. De politieke ontwikkelingen – opkomst en toenemende macht van The Black Panthers en The Black Liberation Army in de arme buurten ten noorden van Central Park, een zwarte advocaat/politicus die als Democratisch kandidaat een gooi doet naar het voorzitterschap van de deelraad van Manhatten – het corrupte, witte politieapparaat en de terreur van de ‘afmakers’ die de hele stad in puin leggen om verzekeringsgeld op te strijken. Nadat hij zichzelf in de nesten heeft gewerkt, valt Carney terug op Pepper.

Is Carney de protagonist in het eerste deel van de roman, in het tweede deel valt die eer te beurt aan Pepper. Ook hij had besloten het wat rustiger aan te doen op zijn oude dag, maar al snel wordt hij meegezogen in de perikelen van Ray. Daarbij komt het van pas dat hij nog een aantal openstaande rekeningen te vereffenen heeft. Met Pepper valt niet te spotten!

“Pepper woonde in een tweekamerflat boven een begrafenisondernemer … Het was net als boven de metro wonen, wat hij ook een tijdje had gedaan: lijken of pendelaars, het waren alleen maar mensen op doorreis, onderweg naar hun bestemming.”

Dat Pepper die reis bij sommigen enigszins bespoedigt, mag geen naam hebben. Zeker nadat Carney zich om het zoontje van een van zijn huurders bekommert – de jongen bevond zich in een pand dat door een afmaker in brand was gestoken en Carney zweert de dader op te sporen – vervalt Pepper in de turbulente draaimolen van weleer, waarbij geweld de motor is. Zullen Pepper en Carney erin slagen hun missie te vervullen?

Zoals ook in eerdere romans, verwerkt Whitehead historische gegevens in het verhaal. Terloops vertelt hij de betekenis van schist voor de ontwikkeling van New York City. Met Misdaadmanifest heeft hij wederom een verhaal geschreven dat leest als een trein. Nu maar duimen dat het laatste deel van deze trilogie niet lang op zich laat wachten.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, september 2023

 

Kenzaburo Oë – Het eigen lot € 21,99

Kenzaburo Oë (1935, Ose, Japan) ging op 18-jarige leeftijd Franse literatuur studeren in Tokyo. Hij voltooide deze opleiding met een scriptie over Jean-Paul Sartre. Tijdens zijn studie begon hij met schrijven en in 1957 verschenen zijn eerste verhalen. De roman Het eigen lot verscheen in 1964 en werd in 1982 door uitgeverij Meulenhoff in het Nederlands uitgegeven. Oë trouwde in 1960 en in 1963 werd zijn autistische zoon Hikari geboren. Het eigen lot handelt over de afstoting en later schoorvoetende acceptatie van een gehandicapt kind. Het geeft de worsteling weer waarmee een ouder kampt op het moment dat hij vol van geluk zou moeten zijn. Ook in zijn latere werk komt dit thema voor.

Protagonist Vogel trouwt op zijn vijfentwintigste. De weken na de huwelijksvoltrekking verkeert hij in continue dronkenschap. Daarna voelt hij zich min of meer gevangen in het huwelijk en dweept met Afrika: als hij daar ooit nog eens naar toe zou kunnen gaan. Hij voorziet in zijn levensonderhoud door af en toe stoomcursussen aan de universiteit te geven. Op zijn zevenentwintigste, “zevenentwintig en vier maanden”, ligt zijn vrouw in het kraambed. Haar moeder ondersteunt haar. Vogel – de bijnaam die hij van jongs af aan draagt vanwege zijn spitse gelaat – wordt de straat op gestuurd met de opdracht ieder uur zijn schoonmoeder te bellen. Al slenterend door de stad komt hij langs kroegen en speelhallen. Hij heeft zich voorgenomen niet weer in de val van de fles te trappen, maar moet nu eenmaal om het uur een bar binnen om naar het ziekenhuis te bellen. Als hij even later de verloskundige aan de lijn krijgt, vraagt deze hem met spoed naar het ziekenhuis te komen. Aldaar wordt hij aldus ontvangen:

“Wilt u eerst het product zien?”

Zijn zoontje blijkt een ernstige hersenafwijking te hebben. Vogel besluit het te verzwijgen voor zijn vrouw. Voor specialistische behandeling wordt het kind terstond overgebracht naar een ander ziekenhuis en de jonge vader besluit zijn vrouw te vertellen dat het kind helaas is overleden. Tenslotte is die kans levensgroot!

Volslagen neerslachtig zoekt Vogel zijn vroegere studiegenoot Himiko op. Ooit heeft hij haar gepenetreerd, “verkracht”, zegt zij, terwijl ze hem binnenlaat. Zij drinken zich bewusteloos, wat Vogel de volgende dag zijn baan kost. En dan krijgt hij ook nog eens een fles whisky van zijn schoonvader… Dagen van drankmisbruik en liefdeloze seks ten huize van Himiko rijgen zich aaneen, hij doet alles om de realiteit maar te ontvluchten.

Meulenhoff heeft in 2020 een herziene uitgave van Het eigen lot verzorgd. In 2021 volgde Seventeen & Homo Sexualis dat oorspronkelijk in 1961 in Japan is verschenen. Dat boek wordt als zijn meest controversiële werk beschouwd. In 1994 ontving Oë de Nobelprijs voor de Literatuur. In het voorjaar van 2023 is de auteur op 88-jarige leeftijd in Tokyo overleden. 

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, september 2023

 

 

Kaouther Adimi – Kwade wind € 22,99

Met haar derde roman De boekhandel van Algiers won Adimi (1986, Algiers) de Prix Renaudot de lycéens evenals de Prix du Style. Ook in de Nederlandse pers werd dit boek lovend ontvangen. Dat geldt evenzo voor Kwade wind (2022). Daarin vertelt Adimi het verhaal van haar grootouders Tarek en Leïla.

In 1922 wordt Tarek geboren in een klein dorpje in Algerije. Rond dezelfde tijd ziet Saïd het levenslicht. De jongens groeien op als broers. Op zeker moment sluit de iets jongere Leïla zich bij de twee aan. Saïd, zoon van een welgestelde imam, gaat op zeker moment in Parijs studeren. Voor de arme Tarek is een dergelijke mogelijkheid niet weggelegd. Hij wordt herder en blijft achter in het dorp. Toch zal ook hij de weg vinden naar Frankrijk, al is dat in dienst van het Franse leger waar hij wordt ingezet tegen de Duitsers tijdens WO-II. De wijze waarop Adimi de relatie tussen de Franse bevolking en de Noord-Afrikaanse soldaten beschrijft, geeft feitelijk weer hoe de mannen als kanonnenvoer werden gebruikt en daarna afgedankt.  

Als Tarek terugkeert uit de oorlog, trouwt hij Leïla. Uit het huwelijk worden twee dochtertjes geboren, waarna Tarek in 1966 besluit naar Parijs te vertrekken om daar als gastarbeider te gaan werken en zo een zorgeloze toekomst voor zijn gezin te garanderen. Hij leeft uiterst spaarzaam, onder erbarmelijke omstandigheden, en keert eens per twee jaar terug naar El Zahra. Daar wordt nog een tweeling geboren.

“En zo verliep zijn verlof: Leïla en hij probeerden de verwijdering te overbruggen die tussen hen was ontstaan, de drie jongste dochters keken naar die grappige man van wie hun was gezegd dat het hun vader was, en de oudste kankerde terwijl de buren naar haar keken en op alles wat ze aantrok commentaar leverden.”

In feite is dit het verhaal van vele gastarbeiders uit die jaren. Er was slechts sporadisch contact met het thuisfront, stellen groeiden uit elkaar. Is het in de huidige tijd anders, bij de migranten die vooral uit Oost-Europese regionen komen? En als je een goede baan hebt gevonden, keer je dan terug naar huis? Op zeker moment krijgt Tarek een baan waarvan hij niet had durven dromen. Alles gaat hem voor de wind tot het moment dat hij een telegram van het thuisfront ontvangt en hij met klem wordt verzocht naar huis terug te keren. Eindelijk had hij ‘de kwade wind’ van zich afgeschud, en nu dit…

Saïd heeft zich inmiddels tot schrijver ontpopt. Het is een autobiografie waarin Leïla en Tarek, buiten hun weten om, de hoofdrollen spelen. Met naam en toenaam worden zij genoemd in het boek. De schande voor de twee is te groot om langer in El Zahra te blijven.

“Saïd heeft ons gedood, begrijp je dat? Wat er na de dood is, weten we nu. Geen paradijs of hel. Het is de toestand waarin wij nu verkeren, als een soort schimmen van de werkelijkheid. De verbeelding van een schrijver wordt dus sterker en belangrijker gevonden en meer gerespecteerd dan het leven van twee mensen? Is dat nu wat ze literatuur noemen? Zich het leven van kleine lieden als wij toe-eigenen en ze opvoeren in een boek?”

In de roman speelt de zucht naar vrijheid een belangrijke rol. Vrijheid om de Arabische taal te mogen spreken (verboden door de Franse kolonisator), bevrijding van het fascisme, de vrijheidsstrijd tegen de kolonisator (Tarek sluit zich in 1957 aan bij het FLN, het Front de Libération Nationale) en tot slot de strijd tegen het fundamentalistisch islamisme, het Front Islamique du Salut. 

“ZIJ DIE STRIJDEN MET DE PEN, ZULLEN STERVEN DOOR HET ZWAARD.”

Met Kwade wind heeft Adimi haar grootouders een stem gegeven. Bovendien beschrijft het de worsteling van een volk voor vrijheid en haar strijd voor een rechtvaardige, democratische staat. Iets wat Algerije tot op de dag van vandaag nog nauwelijks gegeven is…

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, augustus 2023

 

 

 

 

Bonnie Garmus – Lessons in chemistry € 13,95 (Nederlandse editie € 15.00)

De jaren 50. Elizabeth Zott studeert scheikunde maar zal nooit promoveren. Dat ligt niet aan haar intelligentie of inzet, maar heeft alles te maken met de wijze waarop de toenmalige maatschappij functioneerde: mannen bepalen alles. Ook als zij ongewenste seksuele handelingen plegen, ‘moet dat kunnen’ en is de politie meer geïnteresseerd hoe het slachtoffer een aanranding heeft uitgelokt (…) dan dat de dader wordt bestraft.

Als Elizabeth een betrekking krijgt bij het Hastings Research Institute in Californië duurt het niet lang voor zij verliefd wordt op Calvin Adams, een scheikundige die al enkele jaren als Nobelwaardig wordt beschouwd. Hij is briljant, zij is knap. Zij vallen nagenoeg letterlijk voor elkaar, de aantrekkelijke Zott en de oerlelijke Adams.

‘While stupid people may not know they’re stupid because they’re stupid, surely unattractive people must know they’re unattractive because of mirrors.’

Hun collega’s vermoeden dat het Zott te doen is om de roem die om Adams heen hangt, maar niets is minder waar. Zeker als zij bij hem intrekt, zonder getrouwd te zijn, breekt de hel los. Het kan hun beiden niets schelen. Als op zeker moment het noodlot toeslaat, is Elizabeth echter op zichzelf aangewezen. Een lunch voor haar dochtertje doet vervolgens wonderen.

Via een klasgenootje van haar dochter komt Zott in contact met ene Mr. Pine, hoofdredacteur van een tv-kanaal. Hij is onder de indruk van haar verschijning en haar doortastendheid en biedt haar aan een kookprogramma op tv te gaan presenteren. Het wordt een enorm succes. De vrouw gaat echter steeds vaker gebukt onder depressies. Liever had zij zich beziggehouden met abiogenese, het natuurlijk proces waarbij leven is ontstaan uit niet-levende materie. Intussen blijft zij zich inzetten voor de positie van de vrouw.

‘ “The problem, Calvin,” she asserted, “is that half the population is being wasted.” ’

Zott wil niet alleen het potentieel van vrouwen benutten, zelfs haar hond weet ze woorden te leren begrijpen, honderden zelfs. Dat gegeven heeft Garmus knap gebruikt om regelmatig de hond als protagonist op te voeren, een alleszins geloofwaardige rol.

Omslag en quotes suggereren dat Lessons in chemistry vooral een feministisch boek is. Niets is minder waar. Het biedt zowel een inkijkje in de wereld van chemie als dat het regelmatig hilarisch is. En niet alleen hierom ook voor mannen uitstekend leesvoer. Helaas is het slot weer typisch Amerikaans. Je kunt nauwelijks geloven dat dit Garmus’ debuut is. Graag meer!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, augustus 2023

 

Sacha Bronwasser – Luister € 22.99

In oktober 2019 debuteerde Sacha Bronwasser met haar veelgeprezen roman Niets is gelogen. Ruim drie jaar later is het ingenieuze Luister verschenen, een boek dat wederom zeer goed is ontvangen en in een half jaar tijd al acht maal werd herdrukt.

“Ieder verhaal rust op drie punten. Anders valt het om. De drie punten zijn jij, ik en Philippe Lambert.”

Luister bestaat uit vijf delen:
– Het verhaal van Philippe; 1986
– Het verhaal van Marie; 1989
– Flo en M.; 1987 – 1989
– Marie, Philippe; 1989 – 1990
– Het verhaal van Flo; 2015

In Het verhaal van Philippe leren we Philippe Lambert uit Parijs kennen. Hij wordt geboren in 1954, als vierde kind in een welvarend ambtenarengezin. In tegenstelling tot zijn twee broers en zus is hij een ‘nerveus’ kind, een jongen met onbestemde angsten.

“Achteraf was Philippe best vaak bang voor dingen die vervolgens daadwerkelijk gebeurden. Maar hij maakte zich ook wel eens druk om gebeurtenissen die helemaal niet plaatsvonden.”

Zo voorvoelt Philippe de dood van zijn oma, al weet hij niet hóe zij plotseling aan haar einde zal komen. Deze gave drijft hem af en toe tot waanzin, zeker als de mensen in zijn directe omgeving er met scepsis op reageren. Hij verzwijgt het voor zijn vrouw Laurence en rept er op zijn werk bij Renault met geen woord over. Langzaam maar zeker lijkt het ongemak af te zwakken, tot het moment dat de Duitse au pair Eloïse in huize Lambert verschijnt: hij voelt dat er iets vreselijk mis zal gaan. Deze keer heeft hij het bij het rechte eind: er vindt een golf aanslagen plaats in Parijs.

“Misschien gaat er wel een verband gelegd worden, een verband met de toekomst. Woorden die blijven, woorden die groter worden. Daders die nog geboren moeten worden. Ze vormen een borduurdraad die in het weefsel van de tijd wordt gestoken en die voort zal gaan …”

En zo is het, iets wat al op de flaptekst wordt prijsgegeven: de aanslagen van 2015 (Bataclan, et cetera).

In Het verhaal van Marie volgt het relaas van degene die dit verhaal – alle delen – heeft ingesproken voor haar vroegere docente Narratieve Technieken aan een fotovakopleiding, Flo (van Florence). De Nederlandse Marie komt in 1989 aan in Parijs. Haar kamertje bevindt zich in het chique zestiende arrondissement terwijl haar werkplek – het gezin – zich in een klein appartementje in een buitenwijk bevindt. Van kwart over twaalf tot half acht ’s avonds verzorgt zij de een jaar jonge Louis en de vijfjarige Nicolas. De gezinssituatie is bevreemdend; moeder Laurence communiceert uitsluitend met Marie in de vorm van bevelen voordat zij naar haar werk vertrekt, vader Philippe ligt grotendeels op bed als hij thuiskomt. Vooral aan de kleine Louis raakt Marie gehecht, al is het onder alle omstandigheden in de gaten houden van zo’n kleintje voorwaar geen sinecure…

In Flo en M lezen we hoe Flo uit de onzekere tiener Marie, afkomstig van het platteland, een zelfverzekerde en bewuste jonge vrouw probeert te creëren. Dat zij daarbij ethische grenzen overschrijdt, beseft zij niet of ziet zij als noodzakelijk kwaad. Marie moet voortaan als M door het leven. Nadat Flo’s project The Making of M wordt gepubliceerd, voelt Marie zich verraden door de persoon die zij inmiddels als steun en toeverlaat is gaan beschouwen. Zij staakt haar opleiding en reageert op een advertentie in het AD waarin een au pair wordt gezocht voor een gezinnetje in Parijs. Daar komt Philippe weer in beeld.

Marie, Philippe is de tijd na de scheiding in het najaar van 1989. Philippe woont weer in het ruime appartement van zijn moeder, daar waar ook Marie een kamertje heeft. Als hij bij haar thuiskomst op haar bed zit, weet zij niet wat te doen. Ook al steekt hij ter geruststelling zijn armen in de lucht alsof iemand een pistool op hem richt, vertrouwen doet zij het niet. Langzaam maar zeker speelt Philippe in de komende maanden open kaart met haar en hij waarschuwt Marie voor een gebeurtenis in de toekomst die haar leven kan bedreigen. Het probleem is dat hij niet doorkrijgt welk jaar of welke maand het betreft. Het enige wat hij zeker weet is dat zij zich op vrijdag de dertiende niet moet verroeren en moet blijven zitten waar zij zit. Dat Marie dit maar beter serieus kan nemen, blijkt als op vrijdag 13 november 2015 een reeks van bomaanslagen plaatsvindt in Parijs. Dat is Het verhaal van Flo.

Bronwasser schijft in een vlotte stijl waarin continu een onweerswolk in de lucht hangt, ook als de zon uitbundig schijnt in Parijs. Die continue dreiging maakt dat je het boek nauwelijks kunt wegleggen. Ook haar metaforen mogen er zijn:

“Daar lag ik tot de schemering doet wat zij overal ter wereld doet: de muren verven.”

“Haar (EW: een Spaanse studente) accent was een krullerig sierhekwerk vergeleken met de ploeg die de Duitse vrouwen hanteerden.”

Luister is een ingenieus gecomponeerd verhaal over volwassen worden, maar een zoals het zelden eerder is verteld. Chapeau!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juli 2023

 Martijn Simons – Heidelberg € 22.99

Vader Willem Wagenaar (gepensioneerd radioloog), moeder Annet (statusbewuste vrouw-van, keeping up appearances to the limit) en drie zonen: de oudste, Cas, gevolgd door de twee jaar jongere Mischa en de tien jaar jongere Ruben. In hun jeugd brachten de jongens hun vakanties met de ouders door in het zuidwesten van Duitsland waar zij op hun mountainbikes door de bossen crosten. Ten gevolge van een hartstilstand is horecaondernemer Cas inmiddels op zesendertigjarige leeftijd overleden. Een jaar later promoveert de jongste, Ruben, in Heidelberg. Economie, daarmee kun je altijd terecht in de globale bankwereld of als adviseur bij de EU. Helaas moet je dan werken en Ruben besluit via beleggen rijk te worden.

Het gezin Wagenaar is disharmonisch. Vader was voor zijn pensionering zelden thuis en nu zijn loopbaan is afgerond trekt hij zich meestal terug op de zolderkamer waar hij zijn nieuwe hobby beoefent: jazzplaten draaien. Het huwelijk laat te wensen over of, zoals Mischa stelt:

“Die mensen waren partners van elkaar alsof ze geen huwelijk en gezin, maar een autowasstraat runden.”

Moeders idealen zijn gefnuikt: voorbeeldige zoon Cas is dood en heeft haar achtergelaten met diens Marokkaanse vrouw Yousra en hun zoontje Aziz (“Wie nóemt een zoon nu zo!”), Mischa is het zwarte schaap van de familie die van jongs af aan het bloed onder haar nagels vandaan heeft gehaald en Ruben probeert zijn hele leven al het haar naar te zin te maken ofwel heeft er een dagtaak aan witte voetjes te halen. De jongens zijn totaal verschillend van karakter. Cas was de ondernemer, terwijl Mischa een onzekere, angstige docent-schrijver is die via bravoure de schijn wil ophouden.

“Indirect geeft ze zichzelf er de schuld van dat een aanzienlijk deel van haar kinderen, om precies te zijn een derde, inmiddels als verloren kan worden beschouwd voor zoiets eerzaams als maatschappelijke vooruitgang, ook al heeft Mischa er inmiddels dat baantje als leraar bij, hoewel dat niets anders is dan een dekmantel.”

Ruben heeft het gevoel dat hij immer door zijn twee oudere broers is buitengesloten, wat zich uit in een extreme vorm van jaloezie ten opzichte van alles en iedereen. Hij heeft een “niet-aflatend gevoel tekort te schieten en wil vooral aardig gevonden worden.”

“Jaloezie is zijn motor, zoals Mischa’s motor conflict en rancune zijn, in ieder geval de motor achter zijn schrijverschap.”

“Hij gunde het hem, natuurlijk, hij gunde hem alles, maar hij gunde zichzelf toevallig nog net ietsje meer.”

Willem heeft goed geboerd en de hypotheek op de woning in Woerden is afgelost. Alle drie zijn zonen hebben daarom een jubelton ontvangen. Wellicht kan het de onderlinge verhoudingen verbeteren. Cas heeft het geld geïnvesteerd in zijn horeca imperium, Mischa heeft het gebruikt om na zijn scheiding van Mara een appartementje in Rotterdam te kopen. Ruben heeft het slimmer aangepakt: hij heeft het in een investeringsfonds gestoken, waarmee hij voor 9% eigenaar wordt van een te bouwen park met ecolodges in Thailand.

Ter gelegenheid van de promotie van Ruben reizen de ouders per trein af naar Heidelberg, terwijl Mischa met de Renault Laguna van Willem een dag later zal volgen. Hij zal de urn met de as van Cas meenemen (die hij bijna vergeet). Gezamenlijk zullen zij de as de dag na de promotie vanaf een heuveltop in de buurt uitstrooien.
               Zonder dat zij het van elkaar weten, delen Mischa en Willem eenzelfde geheim: beiden zijn op non-actief gesteld (docent Mischa) of verplicht vertrokken (Willem) ten gevolge van handtastelijkheden. Geheimen blijven echter nooit bewaard en op de meest ongelukkige momenten komt de waarheid boven tafel, zo ook hier. Wat een feestelijke viering van een doctoraat moet worden, eindigt in een avond met felle onderlinge verwijten.

Na een door drank doorwaakte nacht, hijsen Ruben en Mischa zich de volgende dag op de gehuurde mountainbikes. Voordat het helmpje van Willem past, zijn er minuten verstreken. En Annet wil natuurlijk zeker stellen dat zij er ook in deze outfit nog altijd verzorgd uitziet. Eenmaal boven aan de top gekomen, vraagt Annet:

“ ‘Mischa, pak jij de urn even?’
               Maar hij durft zich niet te verroeren, hij zit aan de picknicktafel en staart naar zijn handen. Boven hem de bleke zon en achter hem, voorbij het muurtje, de bomen, het dal en de rest van de wereld, en het enige waarop hij nu nog durft te hopen, is een wonder.”

Heidelberg is een heerlijke schets van een gezin, waarin iedere lezer wel een karakter herkent uit de eigen omgeving. Simons hanteert gedoseerd droge humor en originele metaforen om de tragikomische situatie weer te geven waarin de familie Wagenaar ten slotte is beland. Een genot om te lezen!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juli 2023

 

 

Ilja Leonard Pfeijffer – Alkibiades  €34.99

Nadat hij is verbannen uit Athene heeft Alkibiades, zoon van Kleinias, telg uit het oude geslacht van de Eupatriden, zich teruggetrokken in Melissa (provincie Phrygië, het huidige midwesten van de Anatolische hoogvlakte). Daar verveelt hij zich stierlijk, waarop zijn vrouw Timandra hem adviseert zijn levensgeschiedenis op te schrijven in afwachting van zijn ultieme doel: de bevrijding van Athene. Daarbij richt hij zich tot het volk: “Mannen van Athene”. In elf papyrus boekrollen verhaalt hij hun wat hem zijn leven lang heeft gedreven, welke wegen hij heeft bewandeld, en beargumenteert hij de soms dubieuze keuzes die hij in zijn leven heeft gemaakt.

Alkibiades (450 v.Chr.) is een androgyne figuur, ‘de knapste man’ van Hellas, die door zowel vrouwen als mannen wordt begeerd, aldus Alkibiades. Na de dood van zijn vader wordt hij vanaf zijn derde levensjaar opgevoed door Perikles, architect van het Atheense imperium en initiator van de bouw van de tempels op de Akropolis. De jongen groeit op in het centrum van de macht. IJdelheid lijkt door Alkibiades uitgevonden. (De ijdelheid van Pfeijffer?). Op zijn vijftiende leert hij Sokrates kennen, de filosoof aan wie hij zijn hele leven schatplichtig blijft. Al op jonge leeftijd houdt hij zich bezig met politiek. Sofist Protagoras onderwijst hem in dezen en stelt dat er drie verschillende staatsvormen mogelijk zijn: het staatsbestuur kan worden toevertrouwd aan één (monarchie welke kan ontaarden in tirannie), aan enkelen (aristocratie welke kan ontaarden in oligarchie) of aan allen (democratie welke kan ontaarden in ochlocratie: politici laten zich – wanneer het hen uitkomt – leiden door de publieke opinie en ontberen visie). De negatieve kant van iedere staatsvorm houdt geen rekening meer met het belang van de staat, het welzijn van het volk is een aspect waarmee geen rekening wordt gehouden. De drie staatsvormen vloeien door een automatisch corrigerend vermogen in elkaar over.
               In Alkibiades’ tienerjaren heerst democratie, welke wordt bedreigd door populisten. Zij misbruiken het ongenoegen van het volk, maken gebruik van bevliegingen en focussen zich op een specifiek detail dat zij uitvergroten. De link met huidige politieke partijen in Nederland zoals Forum voor Democratie, PVV en BBB is eenvoudig gelegd. Daarbij speelt het opportunisme van hen die aan de macht zijn – het kabinet – hen in de kaart.

“Het gevolg hiervan is dat de democratie niet langer in staat is om verder in de toekomst te kijken dan tot de volgende stemming, hetgeen een coherente visie voor de lange termijn tot een luchtspiegeling maakt.”

Alkibiades houdt het belang van Athene voor ogen, hij probeert zich, evenals zijn stiefvader Perikles, niet af te laten leiden door bevliegingen van de veranderlijke volksgunst, maar acteert in het gemeenschappelijk belang: Athene zal een wereldrijk worden, waarin Atheners het goed hebben. Uit zijn geschreven nalatenschap blijkt overigens dat eigenbelang ook Alkibiades niet vreemd is: hij beschouwt zichzelf als de enige die het Atheense volk kan behoeden voor het (Spartaanse) kwade en is uit op almacht.

“Geen man zal ooit een groot man zijn als hij niet ook een vrouw durft te zijn.”

Dat weet Alkibiades als geen ander en bovendien beschouwt zijn omgeving hem als dusdanig. En een groot man zal hij worden: al op zijn twintigste spreekt hij de volksvergadering toe. Niet lang daarna breekt ‘de grote oorlog’ uit: de strijd met de Spartanen die zevenentwintig jaar zal duren. De verteller blinkt uit als visionair en strateeg, die bij de ene na de andere zeeslag als veroveraar uit de bus komt, al gaat het mis bij het beleg van Syracuse. Ten gevolge van een in beschonken toestand geuite parodie op de (heilig geachte) Mysteriën, jaren daarvoor, wordt hij tijdens het beleg van Syracuse gearresteerd en in Athene ter dood veroordeeld. Hij weet echter te ontsnappen. Vervolgens volgt er een lange weg via het overlopen naar de Spartanen (ook daar wordt hij ter dood veroordeeld nadat hij een kind heeft verwekt bij de brisant mooie vrouw van koning Agis), dan weer de Atheners en uiteindelijk zelfs de Perzen. Zijn enige doel is en blijft het behoud van Athene veiligstellen. Dat hij zich daarbij regelmatig opstelt als intrigant, als dubbelspion en als uiterst onbetrouwbare strategische partner, mag hem vergeven worden – aldus Alkibiades – want alles wat hij doet wordt gedreven door het collectieve belang. Zelfs zijn bestaan als struikrover weet hij daarmee te vergoelijken.

De held van zijn eigen verhaal komt noodlottig aan zijn einde voordat hij het inmiddels verloren gegane Athene kan heroprichten. Timandra schrijft de twaalfde papyrus boekrol: zij zal zorgen dat de geschriften van Alkibiades in Athene verspreid worden. 

Evenals in zijn roman Grand Hotel Europa verpakt Pfeijffer een essay – de bedreiging van de democratie in Nederland en daarbuiten – in een boeiend verhaal. Al zijn de verslagen van de zeeslagen soms wat te zeer uitgesponnen om de aandacht vast te houden, toch is deze historische roman een genot om te lezen en zou het verplichte literatuur voor politici moeten zijn bij toetreding tot de Tweede Kamer.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juli 2023

 

Bert Wagendorp – Kalle € 26.99

Phoenix, deel I van de (toen nog aangekondigde) trilogie De memoires van Abel Sikkink, verscheen in 2022. Kalle is het vervolg, al is deze historische roman ook onafhankelijk van Phoenix te lezen. Journalist Abel Sikkink en fotograaf Kalle Brommelstroete gaan met een fotowagen de gebeurtenissen aan het front van de Amerikaanse Burgeroorlog vastleggen voor The New York Herald. De oorlog waarin “het systematische doden werd uitgevonden”. Officieel is de door Lincoln aangekondigde afschaffing van de slavernij de reden dat noord en zuid elkaar afslachten (er sneuvelen circa 700.000 mensen), in werkelijkheid gaat het erom wie de macht over de Verenigde Staten van Amerika kan veroveren. Washington versus Richmond. Abel blijkt zich meer en meer te voegen naar de wensen van krantentycoon James Gordon Bennett: hoe gruwelijker de gebeurtenissen waarvan hij kond doet, des te beter verkoopt de krant. Kalle daarentegen krijgt steeds meer moeite met de wreedheden waarvan de twintigers getuige zijn.

In het begin van het boek maken de Twentse vrienden kennis met generaal Ulysses Grant, een contact dat hen gedurende de jaren veel voordelen en inside information oplevert. Kalle laat in de buurt van Cairo, Illinois, zijn ideale fotowagen bouwen door de gerenommeerde Chinees Wang. Daar ontmoeten de mannen Sandra, Wangs dochter, die een diepe indruk op Abel maakt. Ook zij laat blijken hem leuk te vinden. Als de fotowagen gereed is en de mannen naar het strijdtoneel trekken, geeft zij Abel een kanarie in een kooitje mee. “ ‘Hij zal jullie geluk brengen.’ ” Daarop vertrouwt Grant Abel toe:

“ ‘Een vrouw die een man een vogeltje overhandigt,’ zei Grant toen we Cairo naderden, ‘dat is symbolisch.’
‘Hoe bedoelt u?
‘’Wat ik zeg: symbolisch. Bij die Chinezen zit achter alles iets symbolisch en dan moet jij er maar zien achter te komen wat ze bedoelen. Erg vermoeiend en een bron van misverstanden.’ ”

Symbolisch blijkt de kanarie zeker: niet alleen zullen de twee een relatie krijgen, ook het verloop van de reis verloopt spoedig, ondanks de vele gevaren. De vriendschap tussen Abel en Kalle verdiept zich. In tegenstelling tot Abel zal Kalle het slagveld echter niet ongeschonden verlaten.

De burgeroorlog leidt de aandacht af van de slachting van de native americans, ofwel de indianen. En zoals de geschiedenis zich keer op keer herhaalt: avonturiers slaan hun slag en verworden tot gewetenloze moordmachines. Voor de luchtiger intermezzo’s wordt wederom het glas geheven met dichter Walt Whitman en zorgt de bruisende New Yorkse theaterwereld voor de nodige afleiding.

Door het verhaal heen blijft Abel op zoek naar zijn jongere broer Antonie die sinds de scheepsramp met de Phoenix (zie deel I) is vermist en waarvan hij overtuigd is dat deze nog leeft. Soms komt de informatie die hij vergaart gekunsteld over, maar Wagendorp moet nu eenmaal vier boeken volschrijven (inmiddels heeft hij aangekondigd dat het een tetralogie zal worden). Kalle is een aangename leeservaring

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juni 2023

 Olivier Willemsen – Terug op de achterbank € 20.00

De onvolwassen 42-jarige Olivier belandt in een depressie als zijn partner Anna hem de bons geeft. Ze kan er niet meer tegen dat hij nooit eens initiatief neemt, dat hij zelfs op deze leeftijd nog steeds aan moeders rokken hangt. Als zijn ouders hem vervolgens voorstellen met hen mee te gaan voor een korte vakantie in de Auvergne, gaat hij te rade bij goede vriend Merel. Zij raadt hem aan de uitnodiging aan te nemen.

Terug op de achterbank bij zijn ouders, vader achter het stuur, moeder met de thermoskan koffie ernaast, vervalt het gezin in het gedrag van vroeger tijden. Ma bepaalt wat er gebeurt, pa geeft zonder pardon gehoor aan haar bevelen en ‘Kokindje’ (Olivier) voegt zich naar haar wensen. Hij is terug in die warme wereld van zijn jeugd, waarin moeder zorgt dat alles goed komt. Hij wentelt zich in de warme deken die om hem heen wordt geslagen, al protesteert hij soms halfslachtig door zelf iets te ondernemen. Vanzelfsprekend (onbewust?) zorgt hij dat hij altijd weer op zijn ouders moet terugvallen.

De roman is doorspekt met originele metaforen:

“Anna noemde mijn vader een openluchtmuseum in een korte broek.”

“Ik ben niet alleen met mijn ouders op reis, maar ook met vijftig jaar huwelijk.”

“Er hangt een dodemuizenlucht.”

Het verhaal is geschreven in de eerste persoon enkelvoud, waardoor je als vanzelf in het hoofd van Kokindje kruipt. Af en toe zou je hem een schop onder zijn kont willen geven, maar dan besef je dat Olivier het zich eigenlijk allemaal laat welgevallen. Daarbij hanteert Willemsen gepast frequent humor om de tragikomische situatie weer te geven. Terug op de achterbank is een novelle waar je blij van wordt, een ideaal boekje voor de zomervakantie!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, juni 2023

 Paolo Giordano – Tasmanië € 22.99

2021. Paolo – toeval? volgens sommige lezers is dit boek sterk autobiografisch – heeft theoretische natuurkunde gestudeerd maar die discipline ingeruild voor de wetenschapsjournalistiek. Hij verdient zijn geld daarnaast als docent aan een universiteit. Hij bevindt zich in een fase van zijn leven waarin hij over alles gaat twijfelen en vooral beren op de weg ziet, al relativeert hij dat al op de eerste pagina:

“Misschien is dat wel het hele eiereneten, en is de obsessie van sommige mensen met dreigende rampen, die belangstelling voor tragedies die we aanzien voor onbaatzuchtigheid en die denk ik de kern van dit verhaal zal vormen, niet meer dan dat: de behoefte om bij elke lastige stap in ons leven iets nóg lastigers te vinden, iets nóg urgenters en dreigenders waarmee we ons persoonlijk lijden kunnen verzachten.”

En persoonlijk lijden doet Paolo. Zijn relatie met de negen jaar oudere Lorenza verloopt moeizaam. Na meerdere medische ingrepen wordt Lorenza nog altijd niet zwanger. Aan haar kan het niet liggen, getuige haar zoon Eugenio uit een eerder huwelijk. Als wetenschapsjournalist verslaat Paolo in 2015 de Klimaatconferentie van de VN in Parijs. Daar wordt hel en verdoemenis gepredikt als we niet rigoureus het klimaatprobleem aanpakken. Hij worstelt met zijn eigen consumptiepatroon, kan het niet nalaten Lorenza er keer op keer op te wijzen hoe verderfelijk het eigenlijk is als zij een vakantie voor hen heeft geboekt naar Guadeloupe om hun relatie een positieve draai te geven. Hoe zit dat met hun koolstofvoetafdruk? Het wordt er allemaal niet gezelliger op. Uitlaatklep voor Paolo is Giulio, een studievriend waarmee hij vroeger een studentenhuis deelde. Uiteindelijk besluit Paolo zich op een ander reëel gevaar voor de samenleving te concentreren en een boek te schrijven over de ontwikkeling en de gevolgen van de eerste atoombommen: Litlle boy, welke op 6 augustus 1945 boven Hiroshima werd gelost, en Fat Man (9 augustus, Nagasaki). Zo kan hij wellicht toch een bijdrage leveren aan inzicht in ontwikkelingen die de aarde bedreigen.

Onder het mom van onderzoek is Paolo steeds vaker van huis. Dan vertoeft hij bij Novelli in Parijs, een wolkenwetenschapper. Of in het appartement van Giulio. Regelmatig neemt hij een dame mee naar huis voor een nacht. Bij Giulio is het ook niet pluis. Zijn vrouw en hun vroegere studievriendin Cobalt (haar vader was chemicus en gaf zijn kinderen namen van chemische elementen) verfoeit Italië en wil in Parijs blijven, terwijl Giulio naar Italië wil. Als Giulio niet in Parijs is, wordt Novelli de vertrouweling van Paolo al komt de relatie onder spanning te staan als de wolkenman onhandige uitspraken doet op een congres over gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Naast het klimaatprobleem komt de genderkwestie op tafel. Novelli wordt ten gevolge van zijn uitspraken uit al zijn functies ontheven. Ook hier vindt Paolo geen houvast meer. En bij verslaggeefster Curzia? Een aantrekkelijke, eigenzinnige vrouw die vooral conflicten in het Midden-Oosten beschrijft? Hoezeer hij haar ook aan zich probeert te binden, hun relatie blijft conflictueus. Het ‘experimenteren’ wat Lorenza hem heeft aangeraden om eindelijk eens zijn draai te vinden, loopt volkomen mis.

Tasmanië, het land dat volgens Novelli het enige oord is waar een mens kan overleven als het helemaal misloopt met het klimaat, komt slechts twee maal kort in het boek voor. Tasmanië handelt over begin veertigers in een soort midlifecrisis, mannen die hun jongensdromen zien verdampen. Mannen die zich focussen op de ontwikkelingen die ons bestaan bedreigen. Die focus is veel eenvoudiger dan werken aan je eigen sores, zoals Giordano al op de eerste pagina heeft vermeld. Zoals een oudere dame richting einde van de roman opmerkt, een dame die hem gebiedt haar naar huis te begeleiden, terwijl hij haar nooit eerder heeft gezien:

“Ik wil niet pretenderen dat ik u goed ken, zei ze, zoals u weet heb ik u net pas gegoogeld. Maar uit het weinige dat ik heb meegekregen maak ik op dat u een soort … crisis doormaakt. Kunnen we het zo noemen? En intussen werkt u aan een boek over dingen die zeventig jaar geleden in Japan zijn gebeurd en die niemand meer interesseren.”

Tasmanië is een boek dat uitstekend de verwarrende tijd weergeeft waarin wij leven.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, mei 2023

 

 

Laura van der Haar – De Kuil € 23.99

Begin twintig is ze, Kasja. Ze is al in het eerste jaar met haar studie gestopt en vervult een tussenjaar waarin zij werkt in pannenkoekenboerderij De Kuil. Sinds zeven jaar woont Kasja samen met haar oudere vriend Lennart. Diens zusje is bij een val uit een boom – wat deed ze in godsnaam in die boom, vraagt hij zich af – in coma geraakt. Hij schoont haar pc en vindt een map ‘De bodem neemt wat hij nodig heeft’. Sindsdien verdiept hij zich obsessief in die bodem, in de schimmeldraden die kilometers ver kunnen reiken en de vegetatie beïnvloeden, in dat donkere gat onder onze voeten waarin zoveel leeft en beweegt.

Op een dag komt er een of andere patser met vrouw en kind pannenkoeken eten. Deze Charles Ubbink bejegent Kasja ronduit onbeschoft, seksistisch zelfs. Zij ervaart afschuw, maar voelt zich daarnaast tot hem aangetrokken. Dat zij zichzelf voor de gek houdt, blijkt uit een overweging als ze een mailtje van hem ontvangt waarin hij haar uitnodigt (zij heeft op zijn verzoek haar adres gegeven) en zij daarbij het volgende denkt:

“Ik ken die man niet, hij heeft een vrouw plus een kind dat pannenkoeken met gekleurde suiker eet, Lennart en ik zijn gelukkig, wat is dit voor idioot, ik heb geen goede kleren aan.”

Lennart, technisch tekenaar van beroep, blijft ondertussen de bodem omspitten, daar waar zijn zusje is gevallen. Hij gelooft niet in een ongeval. Steeds meer raakt hij ervan overtuigd dat ‘de bodem’ een machtige entiteit is: de bodem neemt alles tot zich. “Kijk maar, alles valt naar beneden,” zo redeneert hij. Hij is een man van harde feiten, een persoon van de ordening der dingen, in tegenstelling tot de wat slordiger Kasja. En toch: steeds meer raakt hij door die bodem geobsedeerd:

“Hyfen, sporen een onsterfelijk netwerk van slijmdraden en neurotoxinen, een aards web van geëxternaliseerde longen, steneneters, plantendoders, aliens.”

Kasja is in het web van de projectontwikkelaar gevangen en ziet uit naar hun ontmoetingen met vluchtige seks in het bos, in een vervallen huisje op het terrein dat door Charles zal worden doorontwikkeld tot een luxe vakantieresort: Ubbink Staete. En Lennart? De goedzak gelooft dat zijn relatie met Kasja perfect is. Hij kruipt weg in zijn gameconsole en heeft niet in de gaten dat zijn vriendin steeds verder van hem afdrijft. Buiten zijn werk en de games, bezoekt hij iedere dag zijn zusje in het ziekenhuis, in de hoop dat zij weer tekenen van leven gaat vertonen. Als geen ander ervaart hij verdriet, dat Van der haar als volgt omschrijft:

“Verdriet komt eigenlijk helemaal niet met veel bombarie, het glipt stilletje binnen, doet de deur rustig dicht en schuifelt dan net zo lang rond tot het ergens een behaaglijk plekje vindt om zich te nestelen.”

Natuurlijk gaat het fout als Charles merkt dat ‘het brutaaltje’ (Kasja) meer van hem wil. Wat daarna volgt, is helaas ongeloofwaardig. Van der Haar heeft een prachtig boek geschreven, maar laat het aan het einde afweten, alsof het werk nog even snel moest worden beëindigd. Conclusie: lezen dit verhaal, maar sla de laatste vijf hoofdstukjes over.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, mei 2023

 J.M. Coetzee – De Pool € 22.99

In januari verraste uitgeverij Cossee ons met een geheel ander werk van Coetzee dan dat wat we van hem gewend zijn: een novelle. Bovendien zijn de karakters minder uitgesproken uitgewerkt dan in zijn eerdere werk. Het is aan de lezer om uit de handelingen van Beatriz en Witold hun karakters op te maken. Juist dan kan een leesclub meerwaarde bieden, aangezien iedereen een verhaal weer net iets anders interpreteert.

2015. Beatriz, eind veertig, is lid van het comité van de Concertkring. Maandelijks organiseert de Kring recitals in Sala Mompou, de gotische wijk van Barcelona. De bankiersvrouw slijt haar dagen ‘met goede werken’. Tot haar verbazing heeft het comité, of meer specifiek haar flirt van een vriendin Margarita, een Poolse pianist uitgenodigd die bekend staat om zijn vertolkingen van Chopin. Aangezien Margarita op het laatste moment verhinderd is, krijgt Beatriz de taak toegewezen de pianist op te vangen. Ze heeft er allesbehalve zin in, en als het ook nog eens een oude man betreft – hij is geboren in 1943 – kwijnt het laatste beetje enthousiasme weg.

De Pool, Witold Walczykiewicz, blijkt een bescheiden, ietwat introverte man te zijn. Als een blok valt hij voor de bankiersvrouw en overlaadt haar nederig met loftuitingen. Beatriz reageert daar nukkig op, maar beseft langzaam maar zeker dat er dus toch iemand is die om haar geeft, in tegenstelling tot haar echtgenoot. Langzaam maar zeker manipuleert zij de pianist, laat zij hem naar haar pijpen dansen. Dan ontstaat er een prachtige rituele dans tussen twee mensen die niet met elkaar kunnen, maar zonder elkaar nauwelijks nog een doel in het leven hebben.

De thematiek van De Pool is die van gezien willen worden, serieus genomen worden door de mensen om je heen; te weten dat je ertoe doet. Daarbij komen minder vriendelijke aspecten van de mens naar voren, zoals manipulatie en opportunisme. Als de pianist uiteindelijk uit beeld verdwijnt, besluit Beatriz dat zij hem op geheel eigen wijze zal blijven ‘ontmoeten’.
Wederom schenkt Coetzee de lezer een schitterend verhaal, zoals we van hem gewend zijn.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, mei 2023

 Nir Baram – De wereld is een gerucht € 23.99

De wereld is een gerucht is een vervolg op de roman Aan het einde van de nacht, al zijn beide boeken afzonderlijk van elkaar te lezen. Samen met zijn beste vriend Joël en later buurmeisje Tali speelden zij als kinderen in de groene wadi in hun buitenwijk van Jerusalem. Aan het einde van die vorige roman pleegde Joël onder onopgehelderde omstandigheden zelfmoord. Nog altijd is Jonatan op zoek naar antwoorden. De verschrikkingen uit het verleden kwellen hem. Hij heeft er alles voor over als iemand hem van die schreeuw uit het verleden kan verlossen.

Jonatan is inmiddels vader van een fantasierijke kleuter, Itamar. Samen spelen zij alsof zij in een computergame leven waarin zij het opnemen tegen virtuele vijanden, tegen de slechteriken. Intussen schieten Jonatans gedachten heen en weer tussen zijn kinderjaren, de tijd met Joël in Londen en het heden. Daarbij worden hem zijn eigen angsten steeds duidelijker: zijn moeder die op zijn achttiende stierf en die nooit van hem heeft gehouden, de moeite die hij heeft zich aan mensen te binden (volgens zijn vrouw Sjira vindt Jonatan zijn schrijverschap belangrijker dan zijn vrouw en hun zoontje), de vrees dat Itamar iets zal overkomen. Hij breekt zich het hoofd over het waarom van dat laatste opgewekte bericht van Joël na een maandenlange radiostilte, terwijl hij enkele uren nadien zelfmoord pleegde.

“Een tijdje na de dood van Joël, toen hij de schreeuw begon te horen, begreep hij dat hij niet meer op zoveel velden kon spelen als in het verleden en richtte hij al zijn aandacht op Itamar en zijn behoeften, zwoer dat niets van hun gewoonten zou veranderen en dat hij Joëls dood nooit zou gebruiken om de minste verplichting jegens het kind te ontlopen.”

Om aan zijn angsten te ontsnappen, zoekt hij zijn heil bij dromenterugbrenger Michaël, een soort goeroe die op een berg zijn diensten aanbiedt: dromen terughalen of herinneringen dempen, ‘vergrijzen’. Dat laatste stelt de ‘patiënt’ echter wel op de proef: als hij een dergelijke behandeling ondergaat, bestaat de kans dat hij daarna nooit meer kan schrijven. Michaël is echter moeilijk toegankelijk, wat Jonatan geregeld tot wanhoop drijft. De man móet en zal hem helpen, waarna hij mogelijk alles uit het verleden zal begrijpen.

“De hele zaak was klote, dacht hij: hij had de berg beklommen om zoveel mogelijk van Joël uit zijn geheugen te wissen, terwijl hij nu achter hen aan joeg om een of andere waarheid uit de laatste maanden van zijn leven te ontdekken. En als hij zou moeten kiezen tussen de twee: zich minder herinneren of meer weten?”

Joël, de succesvolle advocaat, de man waarvan alle mensen hielden, de held die iedereen om zijn vinger wist te draaien om hen daarna even gemakkelijk weer achter zich te laten. Vanzelfsprekend vindt Jonatan de dromenterugbrenger op zeker moment, maar of dat hem werkelijk zal helpen?

Met De wereld is een gerucht heeft Baram wederom een verhaal geschreven over leven met het verleden, over wat er heeft plaatsgevonden, terwijl de verschillende actoren daar soms een hele andere invulling aan geven. Zoals gedachten in het werkelijke leven, springen de hoofdstukken heen en weer in de tijd en komt langzaam maar zeker het besef wie je werkelijk bent en wat je drijft. Een prachtig boek!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, april 2023

 Minke Douwesz – Het laatste voorjaar € 23.99

Wanneer Ese Jelles, een 53-jarige lerares Duits, met vernieuwingsdrang van het schoolbestuur te maken krijgt, doet ze in eerste instantie haar best met de plannen mee te gaan. Al snel blijkt echter dat haar vertrouwde werkklimaat ernstig onder druk komt te staan ten gevolge van de ideeën van een jonge consultant die door de directie is ingehuurd. Het lijkt erop alsof zij het, ondanks uitstekende resultaten, tot dan toe allemaal fout heeft gedaan.

“Als stug doorgaan opeens verdacht werd, en out-of-the-boxdenken het nieuwe criterium voor kwaliteit, was er geen duidelijk richtsnoer meer om naar te handelen. Betrouwbaarheid werd ineens gezien als behoudzucht, een relativerend grapje als rebellie.”

Behalve de dood, enkele jaren daarvoor, van haar geliefde Martie zijn de onstuitbare en zinloze onderwijsvernieuwingen een aanleiding van de ene op de andere dag haar baan op te zeggen en op de fiets te stappen voor een tocht naar het huis van haar grote held Anton Tsjechov op de Krim. Ze bespreekt haar plannen met zus Dora en haar man Wouter. Beiden hebben elkaar leren kennen bij protestacties tegen de aanleg van de snelweg door Amelisweerd. Nog altijd zijn zij zeer betrokken en zijn zij beroepsmatig bezig met het milieu. De plannen van Ese kunnen echter op scepsis rekenen. Hoe moet dat, zo’n heel eind op de fiets met die gemankeerde heup van Ese? Het kan de vrouw er echter niet van weerhouden haar plan door te zetten.

Onderweg, op de fiets, mijmert Ese over het leven zoals zij dat tot nu toe heeft geleid. Dierbare momenten samen met Martie komen boven. Ze stapelt herinnering op herinnering en inzicht op inzicht. Regelmatig valt zij daarbij terug op boeken die zij heeft gelezen. De zorgen om de wereld worden haar soms te veel.

“ ‘De wereld zoals wij die kennen kan niet blijven bestaan. Maar dat is niet van de ene op de andere dag bekeken. En in de tussentijd gaat er zo veel moois verloren. Ik mis nu al de leeuwerik, krekels. En verder weg, dag na dag, sterven dieren, vogels met plastic in hun maag. Het is om te huilen,’ zei ze geëmotioneerd.”

Helaas wordt die wereld vooral bestuurd door mannen, worden plannen uitsluitend beoordeeld op resultaat voor de aandeelhouders; wordt de maatschappij vooral door een mannelijke blik bepaald.

“Veel zaken in de wereld draaiden om het hooghouden van het idee dat wat mannen deden het goede was; fouten werden weggemoffeld of weggewoven. Geld verdienen, macht uitoefenen, lappen vlees eten, bluffen, grijpen, moorden, ontsluiten, uitbreiden. Mensen kozen mannetjesputters tot hun leiders. De zucht naar meer woei als een gure wind over de wereld.”

Onderweg besluit ze bij haar vroegere vriendin Edel in Berlijn langs te gaan. In het afgelopen decennium zijn de vrouwen uit elkaar gegroeid. Waar Edel carrière heeft gemaakt en tegen het grote geld aanschurkt, maakt Ese zich steeds meer zorgen hoe de wereld zich ontwikkelt. Mede dankzij kritische vragen van Edel, reflecteert Ese op haar verleden, op haar doen en laten in het hier en nu. Het was natuurlijk ook een krankzinnig idee een tocht te ondernemen met als bestemming een schiereiland dat inmiddels door de Russen was geannexeerd. Desondanks fietst ze door, zelfs nadat iemand in Polen haar rijwiel probeert te stelen. Is het wel zo belangrijk dat het huis van Tsjechov uiteindelijk wordt bereikt? Of is de tocht daarnaartoe niet veel betekenisvoller?

Met Het laatste voorjaar laat Douwesz haar gedachten gaan over de wereld waarin wij leven. Belerend is het verhaal geenszins, al stemt het wel tot nadenken. Daarbij schuwt zij de huidige ontwikkelingen in Nederland allerminst:

“Maar ook in Nederland was sprake van een neiging om de rechtsstaat uit te hollen – de toegang tot rechtshulp te verkleinen, te regeren met maatregelen van bestuur in plaats van wetten, rechters van politieke partijdigheid te beschuldigen – en als bestuurders de regels aan te passen in het eigen belang. Wie macht had, had de neiging deze te willen behouden en goed voor zichzelf te zorgen. Jan met de pet trok aan het kortste eind.”

Het laatste voorjaar is een actuele roman waarin kritische vragen worden gesteld. Over de hypes in het onderwijs, maar bovenal over de politieke koers wereldwijd en als gevolg daarvan de desastreuze wijze waarop de wereld wordt bepaald door korte termijn denken en eigen belang. Dat doet Douwesz in een prachtige stijl die, of je nu wilt of niet, tot nadenken stemt.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, april 2023

 

 

Andrej Koerkov – Grijze bijen € 22.99

In een klein dorp in de Donbas, in het grijze niemandsland tussen loyalisten en separatisten, woont de jong gepensioneerde bijenhouder Sergej Sergejitsj. Na drie jaar oorlog zijn hij en Pasjka, de grote plaaggeest van zijn kindertijd, als enigen in Mala Starohradivka achtergebleven.
Verstoken van enig menselijk contact, en onder een constante geweldsdreiging, voelt Sergej zich verantwoordelijk voor zijn bijen. Als de lente nadert verlaat hij met zijn bijen de ‘grijze zone’ om ze in alle rust van stuifmeel en nectar honing te laten maken. Zijn missie brengt hem in contact met strijders en burgers aan weerszijden van de gevechtslinies: loyalisten, separatisten, Russische bezetters en Krim-Tataren.
Sergejs kinderlijke eenvoud en sterke morele kompas werken ontwapenend bij deze ontmoetingen. Maar als hij zijns ondanks toch verwikkeld raakt in het conflict is het nog maar de vraag of deze kwaliteiten hem, zijn bijen en zijn land kunnen redden.
In Grijze bijen beschrijft Andrej Koerkov de oorlog in zijn land op zo’n unieke, vaak fantasierijke en soms slapstickachtige manier dat zijn roman het karakter van een klassieke tragikomedie krijgt, op het snijvlak van droom en werkelijkheid, met een gelaagdheid die aantrekt in plaats van afstoot.

 

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, maart 2023

 

 

 

 

Amor Towles – De Lincoln Highway € 22.99

Wanneer de achttienjarige Emmett Watson na anderhalf jaar tuchthuis wordt ontslagen uit de strafinrichting, is zijn vader kort daarvoor overleden. Zijn achtjarige broertje Billy is ondertussen opgevangen door Sally, de jonge buurvrouw. Alhoewel vader Watson nazaat was van een rijke familie, heeft hij in twintig jaar boeren oogst na oogst zien mislukken. Er rusten zoveel schulden op hun farm, dat het bedrijf door de bank in beslag wordt genomen. Billy, een jonge wijsneus, komt op de proppen met kaarten die hun moeder hun heeft gestuurd nadat zij zonder enig voorteken het gezin een kleine tien jaar eerder heeft verlaten. Samen besluiten de jongens haar spoor te volgen, dat in San Francisco lijkt te zijn geëindigd: daar vindt op 4 juli de grootste vuurwerkshow van de VS plaats, het feest waar moeder ook in hun woonplaats Morgen, Nebraska, ieder jaar naar uitkeek.

Twee andere jongens uit het tuchthuis, Duchess en Wooley, zijn op ingenieuze wijze ontsnapt en meegelift met de auto die Emmett naar Morgen heeft gebracht. Wooley, een jongen met een geestelijke beperking, klampt zich vast aan de ondernemende en roekeloze Duchess. Ook hij is op zoek, om een aantal rekeningen te vereffenen en om zijn vader te vinden, een variétéartiest die zich naar alle waarschijnlijkheid in New York bevindt. Ten slotte wil hij afreizen naar Adirondack waar de puissant rijke familie van Wooley een landhuis bezit en waar – naar Wooleys zeggen – 150 duizend dollar op hem ligt te wachten. Duchess ‘leent’ Emmetts Studebaker, waarna de reis van de broertjes Watson naar het oosten loopt in plaats van naar het westen. Illegaal reizend via goederenwagons zetten zij de achtervolging in.

Onderweg beleven zowel Duchess en Wooley als Emmett en Billy al dan niet bewust allerlei avonturen. Van het vereffenen van openstaande rekeningen (Duchess) tot poging tot diefstal  en gevaar voor eigen leven (de Watsons). In New York worden de vier herenigd. Tegen wil en dank wordt Emmett meegesleurd in de dubieuze praktijken van Duchess. Zullen zij gevieren de erfenis van Wooley kunnen bemachtigen en zullen de Watsons uiteindelijk richting het westen reizen en hun moeder vinden?

Towles heeft een brave road novel geschreven. In die zin kan het niet tippen aan Jack Kerouacs rauwe On the road (1957). De karakters van de vier hoofdpersonen zijn tamelijk vlak en clichématig: de good guy en de scoundrel, de ignorant one en de wise guy. Regelmatig is de ontwikkeling van het verhaal voorspelbaar, zijn zijpaden soms storend in plaats van het verhaal ondersteunend. Dat neemt niet weg dat De Lincoln Highway een ware pageturner is.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, februari 2023

 

Jakub Małecki – Saturnin € 22.99

Saturnin, ‘Satek’, was ooit jeugdkampioen gewichtheffen in Polen. Helaas ging er op zeker moment iets mis met zijn elleboog. Wat rest is zwaarlijvigheid. Hij is alleenstaand, maar niet ‘single’:

“Mensen als ik noemen ze ‘single’, maar ik ben niet single, ik ben gewoon eenzaam.”

Vanwege zijn sproeten heeft hij een minderwaardigheidscomplex. Hij is “een boos jongetje wie iemand bevolen heeft honderd keer op het bord te schrijven: ‘Er bestaat een wereld buiten het gewichtheffen.’ ” Alleen heeft hij die wereld nooit ontdekt in zijn grauwe bestaan als vertegenwoordiger. Vanaf zijn jeugd past hij zich aan aan anderen, zegt hij wat hij vermoedt dat men van hem verwacht. Handelt hij als zodanig.

Wat hij (nog) niet in de gaten heeft, is dat zijn opa ook sproeten heeft. Zijn opa, die hem de ladder tot beste gewichtheffer op heeft geholpen. Overigens delen de twee nog wel meer eigenschappen, zoals hun beider zwijgzaamheid. Op zeker moment belt moeder hem op, een vrouw die al na enkele maanden is gescheiden van Sateks manisch depressieve vader: opa is verdwenen. Saturnin spoedt naar zijn geboortedorp en via een vaag contact weten zij opa op te sporen: in Bzura ligt hij met zijn hoofd in de modder op de plek waar hij in 1939 enkele dagen na de Duitse bezetting is gesneuveld.

Gesneuveld? Maar hij leeft toch nog? Dat is nu juist het prachtige spel dat Małecki in deze roman speelt. Opa is dood, maar toch leeft hij nog. En wat zoekt hij toch al die tijd bij de gedempte vijver in de buurt van het ouderlijk huis? Heeft het iets te maken met zijn zus Irka?

“De schreeuw van de vrouw die mijn kind baart, De bruiloften van mijn zussen, broers. Het lichaam dat voor het vijfde, tiende, twintigste jaar al naast mij slaapt. Mijn eigen huis, eigen beesten, een steeds grotere vlek grijze haren op mijn slaap en de dagelijkse pijn bij het opstaan. Dat en andere zaken zal ik nooit ervaren, iedereen weet dat.”

Saturnin kent meerdere vertellers. Ook zijn er brieven opgenomen van ‘Hanka’, Sateks moeder, aan haar beste vriendin. Na het prachtige Roest heeft Małecki een heerlijke surrealistische roman geschreven, waarin twijfel en onzekerheid – naast doortastendheid – centraal staan.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, februari 2023

 

Deepti Kapoor – Tijd van zonde € 25.99

Ajay is geboren in totale armoede. Zowel vader als moeder zijn strontscheppers in een klein dorpje in Uttar Pradesh. Als vader ten gevolge van een ongelukkig toeval wordt vermoord, wordt de dan 11-jarige Ajay verkocht. Ver van huis zal hij tewerkgesteld worden als slaaf. Hij went aan zijn bestaan bij een stel dat hem, als je daar onder dergelijke omstandigheden van kunt spreken, goed verzorgt. Als de heer des huizes komt te overlijden, staat hij echter zonder enig bezit weer op straat.

Sunny is de zoon van de puissant rijke Bunti Wadia. De naam Wadia roept vrees en respect op onder de bevolking van Delhi en wijde omstreken. De macht van Bunti is eindeloos en zijn tentakels reiken tot in distributiekanalen, voedselproductie en politiek. ‘Nee’ komt in zijn woordenboek niet voor: je kunt álles kopen met geld. Zo niet dan kun je mensen om zeep (laten) helpen. Sunny slijt zijn dagen in ledigheid en begeeft zich al zuipend, hoerend en snoerend door het leven. Als hij opmerkzaam wordt gemaakt op de gedienstige Ajay besluit hij hem in dienst te nemen. Binnen de kortste keren deelt Ajay in de luxe leefomstandigheden van Sunny, al heeft dat zo haar prijs.

Neda is een jonge journaliste uit een ontwikkeld Indiaas gezin. Zij zet zich af tegen haar ouders door met rijke jonge mannen te dwepen. Als zij Sunny ontmoet, walgt zij van diens plannen de stad van ongewenste (lees straatarme) inwoners te zuiveren, de sloppenwijken met de grond gelijk te maken en zo projectontwikkelaars de kans te bieden hun megalomane plannen te realiseren. Anderzijds is zij gecharmeerd van de flamboyante jonge Waida, zelfs als dat leidt tot alcoholisme en drugsgebruik.

Tijd van zonde handelt over de enorme klassenverschillen in India, over ongebreidelde corruptie, over liefdes en extreem geweld. Ook schetst de roman een beeld van de macht van religie en geld, waarmee de politiek gestuurd wordt. Al oogt India inmiddels als een democratische rechtsstaat, achter de schermen zal het leven er weinig anders aan toe gaan dan beschreven in deze uitstekende roman.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, februari 2023

 

 

Jonathan Coe – Bournville € 24.99

In Bournville, een voorstadje van Birmingham, bepaalt de chocoladefabriek het leven van vele gezinnen. Zo ook dat van Mary en haar (toekomstige) man Geoffrey. Tijdens WO-II heeft die chocoladefabriek, evenals haar Deense concurrenten, uit schaarste-overwegingen plantaardige vetten aan de cacao toegevoegd en daar ook na de oorlog aan vastgehouden. Het Britse volk is aan die typische smaak gewend geraakt. In de EEC brandt onder aanvoering van Belgische en Franse chocolatiers echter een strijd los: volgens de Chocolate Directive van 1973 mag de naam chocolade alleen gebruikt worden als het product voor 100% uit chocolade bestaat. Gedreigd wordt met een exportverbod van Britse en Deense chocolade. Uiteindelijk volgt er een patstelling.

Mary en Geoffrey hebben drie zonen, de gematigde Martin, de flamboyante Jack en de schuchtere Peter. De eerste zal in de loop der jaren het Britse chocoladerecept verdedigen in Brussel, terwijl Jack zich op de verkoop van Britse automobielen richt. Als de Austin Allegro wordt geïntroduceerd, wordt de promotiecampagne van dit – na wat in werkelijkheid is gebleken kwalitatief uiterst magere –  autootje opgehangen aan sentimenten tegen de Duitsers. Met tanks en kanonnengebulder jagen de Allegro’s de Duitsers terug over het Kanaal. Martin ondertussen doet zijn uiterste best de Chocolate Directive, die in 1992 weer van stal is gehaald, te blokkeren. Daarbij wordt hij dwarsgezeten door chauvinistische reporters en stokebranden als Boris Johnson die vooral uit zijn op polarisatie: Wij (EW: Engeland) tegen de rest van Europa. De artikelen in de Britse kranten spelen in op de nationalistische gevoelens van de bevolking. Britannia rules!

He saw this as an opportunity to endear himself to his editor by writing a big, juicy, double-page piece which would tap into every one of his reader’s passions, all the passions that found them at their most vulnerable and easiest to manipulate: patriotism, wartime nostalgia, longing for childhood, resentment of foreigners.” 

De proloog van Bournville start in 2020 als de eerste lockdown effectief wordt. Het verhaal bestrijkt echter de periode van 1945 tot 2020. Het huwelijk van Charles en Diana komt aan bod – Charles antwoordt op de vraag of hij van Diana houdt met een veelbetekenend What does love mean? – evenals de dood van de geliefde prinses en de verontwaardiging van het Britse volk over het uitblijven van een reactie van de Queen mom. Vanzelfsprekend wordt de Brexit aangehaald, wederom een gebeurtenis die voornamelijk vanuit nationalistisch opportunisme heeft kunnen plaatsvinden. Naast historische mijlpalen zien we de maatschappij veranderen, van een tijd waarin je tot gevangenisstraf werd veroordeeld indien je intieme uitingen naar iemand van hetzelfde geslacht vertoonde, tot de situatie waarin Mary het volstrekt normaal vindt dat haar zoon Peter opbiecht meer van mannen te houden dan van vrouwen. Als geen ander weet Coe de Britse samenleving te ontleden in wederom een uitstekende roman.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, februari 2023

 

 

 

Marcel Proust – De Tijd hervonden 29.99

Robert Saint-Loup wekt de indruk bij zijn vrouw Gilberte dat hij vreemd gaat met andere dames. Vreemd gaan doet hij zeker: met mannen. Hij is vooral gecharmeerd van Charlie Morel, de voormalige minnaar van M. de Charlus. Deze gewiekste violist heeft ook Robert in zijn ban. Marcel werpt zich op als betrokken vriend, voor zowel Gilberte als Robert. Daarnaast piekert hij steeds vaker over zijn uitgestelde roeping: wordt het niet eens tijd zich aan de letteren te wijden, of moet hij zijn vermeende “gebrek aan aanleg voor de letteren” onder ogen zien?

De Eerste Wereldoorlog gooit het leven overhoop. Robert probeert onder zijn dienstplicht uit te komen, maar als hij ten slotte toch wordt opgeroepen, neemt hij vastberaden de leiding over zijn korps, ondanks de angst die hij voelt. Ook Bloch wordt, ondanks zijn bijziendheid, opgeroepen. Morel daarentegen weet zich te drukken. Ook de maatschappij kantelt:

“Terwijl een eigenaardige verschuiving – en dit in alle rangen en standen – mensen als Saint-Loup die het verst van deze praktijken afstonden tot geïnverteerden (EW: homoseksuelen) had gemaakt, raakten degenen bij wie ze volstrekt gebruikelijk waren geweest er door een verschuiving in omgekeerde zin van vervreemd.”

De eerste jaren van de oorlog blijft het Franse volk optimistisch over de afloop. Zij geloven wat zij lezen in de kranten. M. de Charlus heeft ondertussen andere problemen. Door zijn gemengde afkomst, hij stamt deels uit een Beiers adellijk geslacht, verdedigt hij de Duitsers ten opzichte van de Fransen en vice versa. Terwijl de bevolking treurt over alle gebouwen en cultuur die verwoest worden ten gevolge van de oorlog, rouwt M. de Charlus over de vele jonge mannen die als kanonnenvoer vertrekken. Niet alleen zijn dubbele sympathie speelt hem parten, ook de maatschappelijke verhoudingen keren zich tegen hem, hij die ooit de top van de sociale ladder aanvoerde. Daarnaast beschrijft Proust zeer uitgebreid een SM-scène waarbij De Charlus betrokken is.

Na de oorlog ‘versnelt’ Proust de Tijd, zoals hij die nu consequent met een hoofdletter schrijft. De mensen om hem heen veranderen in slechts enkele jaren tijd tot onherkenbare vette padden met uitgezakte gezichten (bijvoorbeeld Gilberte, die aan het begin van de oorlog nog zo’n knappe jonge vrouw was, maar ook Bloch die wordt beschreven als een bedaagde bankier). De beau monde verandert en zij die ooit tot de society behoorden doen er steeds minder toe. Ook al hunkert Marcel nog steeds naar tienermeisjes, zelfs naar meisjes die hij nog nooit heeft gezien, toch zet hij zich aan zijn “oeuvre om niet meer door afleidingen van het moment te worden tegengehouden”. Tenslotte is er al te veel tijd verloren. Daarbij merkt hij op zeker moment op dat het werk vergankelijk is:

“Maar men moet in de dood berusten. Je aanvaardt de gedachte dat over tien jaar jijzelf, over honderd jaar je boeken er niet meer zullen zijn. De eeuwige duur is voor een oeuvre evenmin weggelegd als voor een mens.”

In dat laatste heeft hij zich danig vergist!

Proust lezen betekent werken, ellenlange betogen doorworstelen, zinnen van een halve pagina of meer tot je nemen en het gedweep met jonge meisjes ondergaan, evenals de dandyachtige protagonist Marcel leren omarmen. Ondanks dat het een opluchting is de laatste van de ongeveer 4000 pagina’s tellende delen 1 tot en met 7 te hebben afgerond, ga je Marcel missen!   

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, februari 2023

 

Gijs Wilbrink – De beesten € 22.50

Wilbrink trekt je direct met de eerste zin het verhaal in:

“Ik wil niet veel zeggen, maar volgens mij ging het al mis met Tom Keller toen die twee ooms hem ’s nachts meenamen naar het bos en hem dingen lieten doen die een jongen van negen nog lang niet zou moeten doen.”

Isabella Keller groeit op op een afgelegen boerderij in de achterhoek. Ze leeft daar met kettingrokende moeder Maureen en invalide vader Tom, evenals met haar oudooms Johan en Charles. Opa Frank Keller zit een lange gevangenisstraf uit. Het is een ware Tokkiemaatschappij in het klein. Johan en Charles hebben zich gespecialiseerd in de stroperij en zijn de schrik van het dorp. Charles bestiert een illegale nertsenfokkerij. Op school wordt Isabella – ‘Bella’ – gemeden. Vanaf haar veertiende zoekt ze troost in joints die ze in de lokale coffeeshop, gevestigd in het voormalige café van opa Teeking (moederskant), betrekt. Ze is blij als ze na het behalen van haar vwo-diploma uit de bekrompen gemeenschap kan ontsnappen. Als 18-jarige gaat zij kunstgeschiedenis studeren in Utrecht.

In haar nieuwe woonplaats raakt Isa, zoals zij zich nu noemt, in de ban van Erva. Dit meisje van Arabische oorsprong geeft het progressieve blaadje Cleangrrrls uit. Erva is op zestienjarige leeftijd van huis weggelopen en woont in een kraakpand. Dat deelt zij met punkers, muzikanten en drugsverslaafden. Als enige hecht Erva veel waarde aan een gezonde leefstijl, zonder vlees, zonder verdovende middelen. Een ding heeft de groep gemeen: zij vormen een ongeorganiseerde cel van het Animal Liberation Front. Bevrijdingsacties worden opgezet, waarbij men er niet voor schroomt een vrachtwagen met varkens bestemd voor de slachterij te kapen, en de dieren vervolgens los te laten.

Vanaf zijn jonge tienerjaren wordt Tom door zijn ooms getraind op de motor. Het duurt niet lang voor hij beter rijdt dan zijn oom Charles. Hij wint vervolgens de ene ‘motocross’ na de andere en maakt zelfs internationaal furore, totdat hij als vierentwintigjarige op onfortuinlijke wijze een ongeluk krijgt. Als gevolg daarvan verliest hij een been. Het is gedaan met de cross en hij slijt de rest van de dagen in lethargie op de boerderij. Uiteindelijk trouwt hij met zijn verzorgster. Als hun dochter wordt geboren, kan hij zijn geluk niet op. Zij is “zijn talisman, zijn konijnenpootje, zijn reden om te leven”. De dag dat zij naar Utrecht verhuist is dan ook een van de donkerste uit zijn bestaan.

Als Tom op oudejaarsdag is verdwenen, maant Maureen haar dochter naar huis te komen. Daar vindt de studente fotoboeken met krantenknipsels van haar vader, van gloriedagen waarvan zij tot dan geen weet had. Hoe kan hij nu spoorloos zijn verdwenen, strompelend met dat houten been? Ze gaat door roeien en ruiten om te achterhalen waar hij kan zijn en komt uiteindelijk bij de gevangenis om opa Frank te vragen of hij wellicht een idee heeft waar zij moeten gaan zoeken. Als zij niet wordt toegelaten, slaan de stoppen door en trekt ze de bewaker – een jongen van haar leeftijd – met zijn gezicht tussen de spijlen van het hek dat de gevangenis omheint.

“Ze had niet verwacht dat het zo licht zou voelen, zo dauwig en droomachtig, ze kan zich nu al nauwelijks meer inbeelden wat ze heeft gedaan en waarom – behalve dat het heel fout was. Ze vraagt zich af of dat ook voor anderen zo werkt, voor misdadigers, moordenaars, of zij zich ook meteen zo distantiëren van hun daden. Ze zou het haar opa eens moeten vragen als ze hem ooit nog te spreken krijgt. Of Charles, als ze hem nog onder ogen durft te komen.”

Uiteindelijk lukt het om vader te vinden, maar vervolgens moet er eerst een kwestie worden opgelost. Het ongeluk van Tom Keller had namelijk niets met toeval of het lot te maken. Isa neemt met hulp van haar Utrechtse vrienden wraak, al kent dat haar prijs.

Wilbrinks stijl typeert die van stugge plattelanders. Af en toe last hij streektaal in, bijvoorbeeld als Maureen tegen Isa zegt dat haar zuster Annie “kats jaloers” is op Maureen. Dat betekent niet dat Wilbrink uitsluitend korte zinnen toepast. Als je zelfs in lange zinnen, met bijzinnen, toch de nuchterheid van de lokale bevolking weet uit te drukken, is dat een prestatie op zich. Zelden is er de laatste jaren zo’n krachtig debuut geschreven of, zoals de Volkskrant stelt: “Een dijk van een roman, intimiderend goed”. En zo is het!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, januari 2023

 

Aafke Romeijn – Concept M € 24.99

Eva Gerritsen is geboren met een dominante genetische afwijking welke kleurloosheid veroorzaakt: een doorschijnende huid, grijze haren en diepzwarte ogen. De levensverwachting van dergelijke ‘kleurlozen’ is laag, ze zijn bovengemiddeld vaak ziek. Zij worden door bepaalde groepen in de samenleving gediscrimineerd. Er is een medicijn beschikbaar dat de ziekte afremt. Het betreft een kleurstof die in het roerige Midden-Oosten wordt gedolven en die op gezette tijden in een kastje tussen de schouderbladen als ampul wordt toegediend. De behandelingen volgen een bepaald concept: van concept A (kinderen met armlastige ouders) tot en met concept M (de toediening van kleurstof staken en zo kiezen voor levensbeëindiging).

De kleurstof is schaars. Het middel is zeer prijzig. De eenpartijstaat – de Middenpartij – heeft een start-up de aanbesteding gegund voor kostbare kleurstoffiltersystemen, maar daarbij lijkt iets niet in de haak. Heeft minister-president Stork belangen in Alpha Pharmaceuticals? Waarom gaat er steeds meer overheidsgeld naar de verzorgingsstaat waarin het belang van de kleurlozen voorop lijkt te staan? 

“Kleurlozen richten ongewild het continent te gronde en niemand durft zich uit te spreken, bang voor de reacties van buren, vrienden en collega’s.”

Toen Eva zeven jaar was, hebben haar ouders verteld dat zij anders is dan andere kinderen. Vader, hoogleraar Germanistiek, ziet toe hoe zijn vrouw zich vastbijt in de problematiek van de kleurlozen. Al snel is zij een veelgevraagd talkshowgast, waarin zij het opneemt tegen radicale partijen die de veronderstelde ondergang ten gevolge van de kleurlozen voor hun populistische leuzen misbruiken. Ook UFO, een terroristische organisatie die zich heeft gespecialiseerd in aanslagen op kleurstofdepots, doet van zich spreken. Tenslotte moet voorkomen worden dat de maatschappij straks alleen nog uit kleurlozen bestaat. Eva verandert haar naam in Hava en sluit zich bij UFO aan. Daarbij schuwt zij de publiciteit niet en roept op het probleem van de kleurlozen op te lossen door verbod op voortplanting te eisen. Ook zelf zal zij een voorbeeld stellen. En dan blijkt alle informatie die tot dusverre over kleurlozen bekend is, van een heel andere kant moet worden bezien, waarbij belangenverstrengeling de minister-president – in wiens taalgebruik dat van premier Rutte is te herkennen – in het nauw brengt.

Concept M is een weergaloze roman!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, januari 2023

 

 

André van Leijen – Sleezy Pete – Van langharig tuig tot vetkuif;
de geschiedenis van een band € 14.95

In de jaren zestig startten enkele veertien- en vijftienjarigen van het (toenmalige) Gereformeerd Gymnasium aan de Nassaukade in Amsterdam een bandje: Tettera Grolemota. Tja, dan moet je wel les krijgen in het Oudgrieks, anders is die naam natuurlijk niet te begrijpen. In de loop der jaren veranderde die naam dan ook enkele keren tot het uiteindelijke Sleezy Pete.

Sleezy Pete is het verhaal van schuivende muziekstijlen, van jazz via beat naar rock & roll. Het is de tijd waarin gezag niet meer als vanzelfsprekend werd ervaren, waarin jongens – ook op het Gereformeerd Gymnasium – hun haren lieten groeien. In de zestiger jaren wemelde het van de schoolbandjes, vaak begonnen als Tettera: drummen leerde je op pannen of lege verfblikken, een piano deed je na met je stem. Maar de liefde voor de muziek overwon alle onoverkomelijke problemen. Tenslotte is het bespelen van een instrument te leren. En dat hebben die tieners van het Gereformeerd Gymnasium geweten, evenals die van het Vossius, waarmee Tettera via hun nieuwe naam The Frequency of Pulse uiteindelijk fuseerde tot Sleezy Pete. Deze band was plaatselijk (…) wereldberoemd en speelde op middelbare scholen en studentensociëteiten. Af en toe lonkte er een platencontract, maar op enkele individuele leden na is dat er nooit van gekomen. Naast en na hun studie zijn velen tot bijna hun veertigste actief gebleven in the scene, al werd het na 1976 aanmerkelijk rustiger.

Afgezien van de matige redactie is Sleezy Pete een prachtig verhaal, een jongensdroom die deels is uitgekomen. Het schetst een goed beeld van de schuivende panelen in de zestiger jaren, waarin de maatschappelijke verzuiling ten onder ging. Lees dit (h)eerlijke verhaal dat door drummer Van Leijen, met medewerking van zijn toenmalige maten, is geschreven!

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, januari 2023

 

Jonas Jonasson – De profeet en de idioot 24.99

Jonas Jonasson is gek. Hoe bestaat het anders dat je zo kunt variëren op een thema, dat je zulke onwaarschijnlijke gebeurtenissen uit de geschiedenis op hilarische en toch volstrekt geloofwaardige wijze keer op keer weet te bedenken. Met De profeet en de idioot is dat hem weer gelukt.

Fredrik en Johan Löwenhult zijn zonen van een gerenommeerde Zweedse ambassadeur die zelden of nooit thuis is. Moeder overlijdt als de jongens in hun prille pubertijd zijn. Zij wonen in een vijftienkamerappartement aan de chique Stranvägen in Stockholm. Fredrik kan goed leren, terwijl Johan enigszins achterlijk is, een “idioot”, zoals hij dan ook steevast door zijn broer wordt aangesproken. Na de dood van moeder behandelt Fredrik zijn twee jaar jongere broer als slaaf. Daarbij ontwikkelt hij overigens zijn kookkunsten tot ongekende hoogten, aangezien het voor Fredrik nooit genoeg is. Als Fredrik voor een junior ambassadeurspost naar Rome verhuist, laat hij Johan achter met niets anders dan vijftigduizend kronen en een oude camper. De goedgelovige Johan, die enorm tegen zijn broer opkijkt, bedankt hem dat hij de opbrengst van het appartement zo eerlijk heeft verdeeld.

De eenzame astronoom Petra Locklund heeft via een ingewikkelde 64-regelige vergelijking berekend dat de wereld binnen enkele weken zal vergaan. Helaas wil niemand naar haar luisteren. Ze voldoet niet meer aan haar financiële verplichtingen (de wereld zal ten slotte binnenkort vergaan) en belandt in een oude caravan die, op het moment dat zij suïcide wil plegen, wordt aangereden door een camper. Er zit niets anders op dan bij de brokkenpiloot aan te schuiven. Nadat zij hun levensgeschiedenissen hebben uitgewisseld, maakt zij Johan duidelijk dat zijn broer hem zwaar belazerd heeft. Johan kan het nauwelijks geloven. Ze hebben nog een kleine twee weken om het Fredrik betaald te zetten. Eerst dient Petra echter nog een ander appeltje te schillen. Dat krijgt echter een staartje, waarop beiden moeten vluchten en zo de vijfenzeventigjarige Agnes leren kennen. De laatste heeft ontdekt dat je met Instagram bakken met geld kunt verdienen. De kennismaking met de twee dertigjarigen levert haar nieuwe levensvreugde.

De drie besluiten voor die noodlottige dag waarop de atmosfeer op de aarde zal vallen met een aantal mensen af te rekenen. Via Denemarken, Duitsland, Zwitserland en uiteindelijk Rome belanden zij bij Fredrik. Die is daar allesbehalve blij mee. Op wonderbaarlijke wijze weet Johan een uitnodiging te bemachtigen voor een ambassadeursborrel op de Zweedse ambassade waar Fredrik als derde ambassadeur werkt. Daar leert hij “Obrama zonder r” kennen, evenals Ban Ki-Moon. Vooral Obama is onder de indruk van de ‘pure’ Zweed die eens niet over wereldproblematiek spreekt, maar hem onderhoudt over de edele kunst van het koken.

Inmiddels is via Interpol een opsporingsbevel naar de drie uitgevaardigd en moet het stel vluchten. Daarbij belanden zij op de Condoren, een Afrikaans eilandje in de Indische Oceaan. Het blijkt het meest verderfelijke belastingparadijs op aarde. Een grote verrassing doet zich daar voor, waarna er ineens ook een relatie is met het Russisch regime én de Russische maffia. Dan wordt het een caleidoscoop van gebeurtenissen, de een nog vreemder dan de ander. Allemaal even hilarisch, allemaal even geloofwaardig (al moet je daar soms een beetje je best voor doen). De kern van de zaak is corruptie bestrijden. Hoe doe je dat het beste? Met corruptie!

Gekte en genialiteit verschillen weinig. Jonas Jonasson is geniaal. Steeds vaker verpakt hij kritiek op ongebreideld kapitalisme, zelfverrijking en daaruit voortvloeiende misstanden in onze maatschappij in zijn romans. Weer heeft hij op verbluffende wijze een krankzinnig verhaal gecreëerd dat zo maar waargebeurd had kunnen zijn. Misschien moet iemand dat toch eens aan Obama (zonder r) vragen.

Wilt u deze titel bestellen? Klik dan  hier!

©Eus Wijnhoven, januari 2023